Waar een goed idee vandaan komt - Steven Johnson (2010/2012)

Een boek uit 2010 alweer. Het gaat niet zozeer (als de titel wellicht doet vermoeden) over hoe je een creatieve sessie organiseert, maar over de geschiedenis van uitvindingen en innovaties en hoe die tot stand zijn gekomen. Johnson kijk naar de grote uitvindingen en spoort de patronen van het ontstaan ervan op. Hij doet dat om een journalistieke en prettig leesbare manier. Het doet mij erg denken aan de boeken van Malcolm Gladwell, zowel de keuze van onderwerpen, als de manier van kijken als de schrijfstijl (waarbij Gladwell nog soepeler en met meer humor schrijft)

7 Patronen

Johnson komt in zijn boek met 7 patronen die kenmerkend zijn voor het ontstaan van uitvindingen, innovaties of goede ideeën.

  1. Het volgende deurtje openmaken.
  2. Vloeibare netwerken.
  3. Kauwen op ideeën.
  4. Gelukkige samenloop van omstandigheden.
  5. Fouten.
  6. Nieuwe omgeving.
  7. Platforms.

Het volgende deurtje

Wat Johnson hier beweert is dat uitvindingen niet uit het niets komen. Je bouwt voort op wat anderen al voor jou hebben verzonnen en op wat er dus al beschikbaar is. Wij staan in die zin op de schouders van reuzen. Hij komt met een metafoor van een huis met allemaal kamertjes. Je bent in een kamertje en alle muren hebben een deurtje. Je weet niet hoe groot het huis is en wat er allemaal te doen is. Je opent gewoon een deurtje en kijkt wat daar achter zit. Het openen van een nieuw deurtje geeft steeds weer vier nieuwe mogelijkheden. Je komt steeds meer te weten over het huis.

Soms komt het voor dat je een briljant idee hebt maar dat er nog niet genoeg deurtjes open zijn om er ook daadwerkelijk iets mee te kunnen doen. Zo had Charles Babbage in 1837 al een hele uitwerking gemaakt van hoe een computer zou moeten werken. Er zijn mechanische constructies gemaakt op basis van de tekeningen van Babbage die aantoonden dat zijn idee werkte en inderdaad de voorloper van de huidige computers is. Pas met de uitvinding van de transistor in 1947 (die weer is ontstaan als fout of toeval bij een ander experiment) was het idee van Babbage ook praktisch en bruikbaar geworden. De transistor kon een PC worden dankzij het deurtje dat Babbage eerder had opengezet.

De tip voor ons is: kijk goed welke deurtjes al open zijn, maak slim gebruik van wat er al is.

Uitvindingen lijken in die zin ook een zeker determinisme te kennen. Meerdere uitvindingen zijn ongeveer tegelijkertijd op andere plekken op de wereld ontstaan. Als het tot de mogelijkheden behoort gaat de uitvinding er vroeg of laat toch komen.

Vloeibare netwerken

Dit patroon gaat over de werking van onze hersens. Onze gedachten zijn een aaneenschakeling van het afschieten van neuronen in een bepaalde volgorde. Onze hersens lopen zo vaak dezelfde uitgesleten paden van volgorde, hoe vaker we iets doen of denken hoe makkelijker het wordt. Het zijn voorkeurspatronen. Maar er zijn ook voortdurend zijpaden die bewandeld worden. Sommige van die zijpaden zijn vruchtbaar en andere niet. Soms verlopen de paden heel vloeiend en gaan van het ene over op het andere. Je komt dan in een situatie van flow.

De vraag is dus hoe je productief andere zijpaden kunt afdwingen die je op meer goede ideeën brengen. Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Je hersens moeten van de juiste input worden voorzien. Die input gaat via je toegangskanalen als daar zijn ogen, oren, reuk etc. De fysieke omgeving speelt hier een belangrijke rol. Het kantoor waar je in werkt kan creativiteit stimuleren of juist tegenwerken. Het beschikbaar zijn van hulpmiddelen, het gebruik van bepaalde kleuren en materialen, het kan allemaal bijdragen aan meer kans op goede ideeën. Kantoortuinen met standaard opstellingen lijken in die zin ontworpen om de kans op goede ideeën te minimaliseren (aldus Johnson, don't shoot the messenger). Verkeren in een gezelschap van mensen met goede ideeën is al helemaal een goed idee. Zo zetten ze voor elkaar steeds een nieuw deurtje open, van het ene komt het ander, de kern van brainstormen. Een stad is daarom een veel betere broedplaats van goede ideeën dan het eenzamere platteland.

Tip is hier duidelijk. Zoek goede plekken en mensen op die uitnodigen tot creativiteit.

Het kauwen op ideeën

Dit patroon noemt Johson 'the slow hunch'. Het is een mythe dat je uitvindingen vaak zijn ontstaan door met een geniaal plan wakker te worden. Vaak heb je wel een goed idee, ergens voel je dat het wat kan worden, maar je weet het niet of het is ver weg en onbewust, het sluimert op de achtergrond. Iets klopt er niet en je blijft er mee rond lopen. Het is een slow hunch die door steeds maar weer terug komt in je bewustzijn en steeds maar weer opnieuw in de lucht wordt geworpen. Soms is dat een proces van jaren. Tot het kwartje uiteindelijk valt en er sprake is van een nieuwe uitvinding.

Zo schijnt Darwin al heel vroeg het idee van evolutie gehad te hebben. Achteraf blijkt hij het al bijna letterlijk zo in zijn aantekeningen te hebben gezet. Maar het kwartje viel niet, hij herkende het inzicht nog niet als zodanig. De Amerikaanse inlichtingendienst had het netwerk rondom Bin Laden in de voorbereiding op 9-11 als meerdere malen in beeld. Maar het kwartje viel toen nog niet. Pas later, toen de ramp zich had voltrokken, bleken er al verzoeken te zijn ingediend om tot actie over te gaan. Maar de systemen hadden zoveel beschermlagen eromheen (filters) dat de verzoeken niet op de juiste bureaus terecht kwamen.

De tip? Als je een idee hebt, ook al is het vaag, schrijf het gewoon op. Het maken van aantekeningen, het steeds maar herlezen van je aantekeninen (met de kennis van dat moment), levert uiteindelijk op dat het bovenop komt te liggen en het kwartje een keer valt (of niet natuurlijk). Een tip is ook om het niet te snel op te geven, uitvindingen kennen vaak een lange adem.

Gelukkige samenloop van omstandigheden

In hype-jargon wordt dit patroon ook wel serendipiteit genoemd. Soms valt alles op zijn plaats, je hebt het goede idee, op het goede moment, bij de goede mensen, in de goede omgeving. En dat gebeurt het. Maar Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Het gaat erom dat de juiste structuren in jouw hersens contact maken met de juiste aanpalende structuren in jouw hersens of in die van anderen. Het moet allemaal maar net passen. De kans dat het allemaal past wordt groter als je de structuren vaak opnieuw opschudt zodat ze weer net op een andere manier neerdwarrelen.

Tip. Vaak opschudden die handel. Dat doe je door iets heel anders te gaan doen. Door te gaan wandelen, een berg te beklimmen of de boekhouding te gaan doen. Met anderen erover praten, een presentatie geven, een discussie opstarten, allemaal manieren om de kans om 'toevallige' samenloop van omstandigheden te vergroten.

Fouten

Het klinkt natuurlijk allemaal heel leuk als je die uitvindingen achteraf leest. Er wordt in de geschiedenisboeken meestal een mooi verhaal van gemaakt. Vaak zijn er jarenlange vele mensen mee bezig geweest, maar achteraf is er maar 1 held en is het allemaal zo bedacht. De held is daarbij vaak ook nog een nakomer in het spel die vooral commercieel wat handiger was dan de rest.

Zo schijnt de uitvinding van de electronenbuis een gevolg te zijn van een verkeerde theorie. Lee de Forest (de uitvinder) was op zoek naar iets heel anders en had daarbij ook nog eens een verkeerde theorie. Toen dan door toeval het fenomeen 'versterking' zichtbaar werd had hij er ook nog eens hele andere toepassingen voor. Pas later is duidelijk geworden wat er hier aan de hand was en is de buis bruikbaar geworden als versterkend element voor elektronische signalen.

Tip: fouten maken mag, maakt niet uit hoe je bij de uitvinding komt als ie maar werkt.

Nieuwe omgeving

Ook hier weer een fantastisch hype-woord: exaptation. Waar het om gaat is dat sommige ideeën in de ene context niets bijzonders zijn maar dat in een andere context wel kunnen worden. Zo weet ik uit eigen ervaring dat standaard inzichten uit de ene tak van sport, revolutionair kunnen zijn als ze worden toegepast in een andere tak van sport. Zo heb ik gesjeesde natuurkundigen zeer succesvol zien worden als top economen door hun oude inzichten maar eens op de economie toe te passen. Beter 5 jaar wiskunde en natuurkunde en in de avonduren wat economie bijspijkeren dan andersom blijkbaar (althans, ik ken geen topnatuurkundigen die van oorsprong economisch zijn opgeleid). Tja, je kunt het exaptation noemen, je kunt ook zeggen: in het land der blinden is eenoog koning.

Maar, zonder gekheid, de tip is natuurlijk om hetzelfde idee eens van uit een heel andere hoek of context te bekijken. In de NLP-wereld is daar zelfs een aparte strategie voor ontwikkeld: de zogenaamde Bateson-strategie die oplossingen uit het ene domein probeert te vertalen naar oplossingen in een ander domein.

Platforms

De laatste. Hier noemt Johnson de uitvinding van GPS als voorbeeld. De russen hadden op een gegeven moment de satelleliet Sputnik om de aarde zweven. De Amerikanen waren daar niet gerust op en zetten een team op om dat ding in de gaten te houden. Ze konden op een gegeven moment berekenen wat de positie van de satelliet was op basis van een vaste plek op aarde (en wat natuurwetten). Tot iemand met de vraag kwam of je het dan ook kon omdraaien: als ik weet waar de satelliet is, kun je dan ook berekenen waar ik ben op aarde? En dat bleek te kunnen en zo is het huidige GPS systeem ontstaan.

Wat is hier de boodschap? Als je maar genoeg geld, tijd, mankracht, energie en focus op een vraagstuk legt, dan forceer je innovatie en uitvindingen. De tip is, als je als land iets wilt en snel dan moet je er een bak geld tegen aan gooien. Google heeft om die reden ook een verplichte dag in de week dat medewerkers aan eigen onderzoek moeten besteden. Tijd en geld dat zich uiteindelijk terug verdient (naar het schijnt). Ik kan overigens ook allerlei nadelen van een dergelijke strategie bedenken maar dat is hier niet het onderwerp.

Epiloog

Leuk boek. Leuke voorbeelden. Zet je op punten wel aan het denken. Maar ook wel wat gezocht en bedacht. We beginnen met de titel en dan maken we er gewoon 7 wetten van. Kwestie van zoeken en die vind je altijd wel. Op het eind van het boek, misschien wel het interessantste gedeelte, probeert de auteur naar trends te kijken. Hij plot daartoe tientallen uitvindingen in de historie in een kwadrant. Dat kwadrent kent de assen - individueel versus collectief, en - markt-gedreven versus niet markt-gedreven. Duidelijk wordt dan dat grote uitvindingen niet meer komen van geniale eenlingen die jarenlang op hun zoldertje zitten. Die tijd is geweest. Grote doorbraken komen van grote organisaties of collectieven. Verder blijkt, en dat had ik niet verwacht, dat grote uitvindingen in toenemende mate een basis hebben in de publieke sector, ze zijn ontstaan vanuit algemene middelen en hadden geen winstoogmerk. Bedenk dus dat vele commerciële doorbraken en successen niet mogelijk waren geweest als er niet eerst een publiek betaald platform was geweest die de basis heeft gelegd (Tom Tom was niet mogelijk geweest zonder de grootscheepse militair-gedreven onderzoeken in de jaren 60). De auteur blijft op het einde van het boek worstelen met de paradox hoe het dan toch kan dat individuen zonder winstoogmerk het beste van hun kunnen willen geven (voor iets waar anderen later mee weglopen). Blijkbaar zijn er nog andere dingen in het leven dan snel rijk worden en veel roem vergaren. Een mooi voorbeeld van hoe een Amerikaan die zelf onderzoek doet naar goede ideeën ook met een nieuw inzicht komt ...  

alleen zoeken in Stratum Strategie