Categoriearchief: Overig

Annemarie van Gaal over ondernemerschap (deel 2)

Vorige keer bespraken we in een eerste blog hoe Annemarie van Gaal naar ondernemerschap kijkt. Ik begon in die blog met de ‘eerste laag’. Als je op zoek bent naar de tips en tricks over ondernemerschap dan zou je zoiets krijgen. Waar kwamen we op uit? Ondernemerschap heeft te maken met drie dingen:

  1. Met winst: daar gaat het om, superbelangrijk.
  2. Met jou als persoon: een ondernemer leeft voor zijn zaak, het zit als het ware in je bloed. Dit deel moet je ‘hebben’ en kun je niet zomaar leren.
  3. Met je vaardigheden, dingen die je nodig hebt als ondernemer maar vooral ook kunt leren. Je moet vooral goed kunnen verkopen en weten waar je op langere termijn naar toe wilt zodat je in het nu kunt focussen.

Mijn indruk is dat dit perspectief op ondernemerschap spoort met wat je vaak hoort aan de sta-tafels van netwerkborrels. Ik lees niet veel nieuws wat overigens niet wil zeggen dat wat hier staat niet waar of niet belangrijk zou zijn. Het blijft in mijn optiek wel veel aan de oppervlakte. In die spirit lees ik ook de vele tips hoe je beter je spullen aan de man kunt brengen (een goede verkoper worden). Geen kortingen geven en hoe je dat dan slim doet. Het lijkt wel een spelletje, een wedstrijd, wie heeft de grootste.

We kunnen wat dieper graven door te kijken naar de dingen die ook gezegd worden maar tussen de regels door. Je krijgt dan meer zicht op de achterliggende overtuigingen die horen bij ondernemerschap (uiteraard door de bril van Van Gaal). Ik noem dat maar even ‘de tweede laag’. Ik zie het boek van Annemarie dan maar als representatief voor ‘ondernemersdenken in de praktijk’. We kijken dan een beetje in de hoofden van de mensen die aan de sta-tafels een eigen onderneming hebben en met elkaar hun successen delen.  (Ik teken hier meteen bij aan dat er weinig empirisch onderzoek beschikbaar is of deze beelden over ondernemerschap ook daadwerkelijk resulteren in meer succesvolle ondernemers, een heel ander onderwerp).

Ik heb zo goed en zo kwaad als het kon de overtuigingen bij elkaar geharkt en (weer) in een mindmap geplaatst. Ik kom tot een tweedeling:

  1. Overtuigingen over ondernemerschap zelf (intern).
  2. Overtuigingen die de ondernemer heeft over zijn omgeving of de (buiten)wereld (extern).

Overtuigingen over ondernemerschap (intern)

Inderdaad blijkt dan ondernemen niet zomaar een normale activiteit. Het is topsport en het gaat om topprestaties. We zien veel taalgebruik terug komen uit de wereld van sport en competitie. Het gaat dan bijvoorbeeld ‘om het winnen van de wedstrijd’, ‘om het verschijnen aan de finish’. De sportmetaforen zijn te vinden door het hele boek heen. Je bevindt je tussen je concurrenten en die hebben allemaal datzelfde doel om te winnen en jouw omzet weg te kapen. Je concurrent ”vist dus in dezelfde vijver’. Ondernemen is een (wed)strijd met winnaars en verliezers. Natuurlijk gaat het bij topsport (en het ondernemen) om het winnen van de gouden plak. Maar toch laat een ondernemer (mocht die dan een keer verliezen) zich nooit ‘uit het veld slaan’. Verliezen is niet erg want elke keer weer verschijn je opnieuw aan de start weer met de overtuiging dat je deze keer wél gaat winnen en dat je geleerd hebt van je fouten (want een verlies is wel degelijk fout).

Natuurlijk loop je je wedstrijd niet als een kip zonder kop. Je bereidt je steeds goed voor en weet waar je wilt eindigen. Die finish bereik je alleen als je een helder beeld hebt van waar je wilt uitkomen. Dat is je visie voor de langere termijn. In sporttermen gaat dat dan als volgt: you skate to where the puck is, not where it has been. Een mooie beeldende uitspraak overigens, die ga ik onthouden. Niet succesvolle ondernemers kijken dus te veel achterom en leren niet van hun verliezen, kunnen hun verlies niet nemen.

En net zoals het in de sport gaat: trainen, trainen en nog eens trainen. Bloed zweet en tranen. Ondernemerschap betekent dus ook stress, slapeloze nachten en veel teleurstellingen. Maar dat overleven we allemaal prima als we maar dat mooie einddoel van de finish en de gouden plak voor ogen blijven houden. ‘Het was het allemaal waard’, zullen we dan later zeggen als we terugkijken op de gelopen koers.

Ondernemen als topsport: ongetwijfeld de reden waarom zo veel succesvolle (ex-) topsporters gevraagd worden voor inspiratie te zorgen op ondernemersbijeenkomsten (of zijn het juist de bijeenkomsten waar de managers en bestuurders bijeen komen? Zie hieronder).

ScreenShot802Overtuigingen over de (buiten)wereld (extern)

Ondernemers kijken dus naar zichzelf als topsporter die een wedstrijd speelt. Dat zijn de interne overtuigingen. Maar hoe kijkt zo’n ondernemer naar de (boze) buitenwereld vol concurrenten? Dat zijn als het ware de externe overtuigingen. We gaan weer sprokkelen in de tekst van Annemarie van Gaal.

Het beeld dat bij mij blijft hangen: ondernemen dat is vooral iets wat je dóet en waarbij je je niet laat belemmeren door de regeltjes. Een ondernemer is een autonoom individu die zelf wel bepaalt hoe het moet, die zich niet door anderen de les laat lezen. Dus boekjes lezen: niet doen! Het is vooral de ervaring (van jezelf) die telt. Businessplannen? Weg ermee! Onderzoeken en dikke rapporten? Daar verdienen vooral de banken en de adviseurs aan. En er komt vaak uit wat je al lang wist. Dus ook hier verre van blijven! Dan die hang van instituties (en onderzoekers) om je in te willen delen in een hokje … Trek je niks aan van branches en sectoren, dat zijn muurtjes die anderen om jou heen willen trekken. CAO’s? Dat zijn regels en voorschriften om jou het leven moeilijker te maken.

Wij ondernemers zien dus allerlei lieden om ons heen die anders zijn en geen wedstrijd spelen zoals wij die spelen. Er zijn mensen die zich voordoen als ondernemers maar dat niet echt zijn. We hebben het dan over de bestuurders en de managers. Je komt ze vaak tegen in de vele praatclubs die beweren over ondernemerschap te gaan. Maar pas op: hier zijn geen ondernemers en hier vind je geen echte passie. Je hoort het direct aan de verhalen (die minder levendig, minder echt, minder gloedvol zijn). Maar behalve de bestuurders moeten vooral de ambtenaren het ontgelden. Ambtenaren kennen niet zoals ondernemers de tucht van een harde deadline (van de markt, van de klant etc). Ze hebben dus tijd zat (ze betalen de prijs niet met hun eigen portemonnee, het gaat ze niet om winst of om het winnen van de wedstrijd). Een ondernemer is besluitvaardig en actiegericht, het tegendeel van de ambtenaar. In diezelfde lijn zit het vergaderen: een tijdslurper voor bestuurders etc die je maar van de wedstrijd af houdt. Een mooie anekdote in het boek is de vergadering van de organisatie waar Annemarie was uitgenodigd om haar adviezen te geven. De vergadering was gepland van 9-13 uur dus inclusief lunch. De voorzitter opent de vergadering met de eerste mededeling: rustig maar jongens, de broodjes worden om 12 uur gebracht! Hilarisch natuurlijk.

Opsommend

Goed dan: ondernemers spelen een wedstrijd en werken daar hard en met veel passie voor. Het gaat ze om de winst en om het winnen. Vooruit kijken en je niet laten afleiden door regeltjes. Pas vooral op voor bestuurders en ambtenaren die steeds nieuwe hordes voor je opwerpen.

Misschien kom ik nu wat cynisch over. Dat is vooralsnog niet mijn bedoeling. Ik geloof eigenlijk dat Annemarie heel goed weergeeft wat men vindt en denkt over ondernemerschap. Het is zo herkenbaar. En in veel van wat ze zegt zit een dikke kern van waarheid. Veel onderzoeken en consultants zijn volstrekt overbodig (of laat ik het anders zeggen: dragen niet bij aan de winst). Veel regels zijn niet productief. En vergaderen met kleffe broodjes en lauwe koffie: ik heb er ook een broertje dood aan.

Maar de echte vragen blijven bij mij knagen. Waarom is het zo belangrijk om die wedstrijd te winnen? Wat doe je dan met die gouden plak als je die op het einde van je leven hebt gewonnen? En hoe zit het dan met die ambtenaren en bestuurders? Zitten die dan echt anders in elkaar? En hoe komt dat dan? Zouden die ook niet een functie hebben? Of gehad hebben? Waarom doen zij eigenlijk wat ze doen? Misschien zijn er nog andere zaken die van belang zijn? Misschien worden er nog andere wedstrijden gespeeld? Op andere velden met andere spelers? Over die laatste en derde laag speculeer ik graag in de volgende en laatste blog over het boek van Annemarie van Gaal.

Rudy van Stratum

Deze blog past in de serie blogs over ondernemerschap.

Annemarie van Gaal over ondernemerschap (1)

Aanleiding

Zoals bekend boeit het onderwerp ‘ondernemerschap’ me mateloos. Het is een zeer indringend concept in de economieboekjes: je hebt nu eenmaal ‘ondernemers’ en die investeren en zorgen voor werkgelegenheid. En je hebt werknemers en een overheid en zo verder. En toch weten we in diezelfde economieboekjes niet veel meer te melden over ondernemerschap dan dat er lieden zijn die leven voor maximale winst. We moeten bij psychologen te rade gaan maar vooral ook bij ondernemers zelf. Waarom doen ze wat ze doen en hoe zien ze hun eigen rol en functioneren?

Daarom zijn boeken over succesvolle ondernemers (we noemen een Steve Jobs, een Elon Musk) ook zo boeiend. Waarom boeken van en over succesvolle ondernemers? Omdat boeken over mislukte ondernemers niet of nauwelijks bestaan natuurlijk. Ja, als ze bestaan, dan zijn de auteurs wel ergens anders weer succesvol in geworden of zoiets. Ondernemerschap kenmerkt zich door de survivorship bias, alleen de succesverhalen overleven. Ik wil echt een club oprichten van niet-succesvolle ondernemers die daar boeken over schrijven of lezingen over geven.

Maar ik dwaal af. Onlangs besprak ik een interview met Hennie van der Most. Nu is een boekje van Annemarie van Gaal de aanleiding voor een nieuwe reflectie. Een vriend van me is fan van Annemarie, ze kan zo overtuigend vertellen en inspireren én ze is succesvol. Dus ik kon het niet nalaten haar beschouwingen over winst (boek met dezelfde titel uit 2014) tot me te nemen. In dat boek legt ze uit wat ondernemers voor wezens zijn en geeft ze tips hoe je een betere ondernemer kunt worden. Ik ga hier niet verder in op de persoon Annemarie van Gaal, dat is allemaal makkelijk op te zoeken. We nemen voetstoots aan dat ze een geslaagd onderneemster is en bovendien is ze bekend van radio en tv.

Ik bespreek het boek en de visie op ondernemerschap in drie lagen. Dat had ik vooraf zo niet bedacht maar gewoon in een bespreking of samenvatting had ik weinig trek. De eerste laag is wat je denkt en ziet als je het boekje (sorry dat ik boekje zeg, maar het is met 90 pagina’s aan de dunne kant) voor het eerst leest. Tips en adviezen hoe je beter kunt ondernemen. Maar het wordt nog interessanter als je de lagen achter de primaire tekst probeert te zien. De tweede laag gaat over de vaak impliciete overtuigingen over ondernemerschap en de rest van de wereld (van de auteur, dus in dit geval Annemarie van Gaal). Deze laag is nog redelijk letterlijk terug te vinden in de teksten zelf. Bij de derde laag verlaat ik de tekst van Annemarie van Gaal en wil ik mijn eigen bedenkingen kwijt (ben ook maar een mens). Ik beperk met in deze aflevering tot de primaire laag en neem twee andere blogs voor de uitdieping van de andere twee lagen.

Goed, daar gaat ie dan, de eerste laag.

De eerste laag (in een mindmap)

Ik heb een mindmap gemaakt, een mindmap van die eerste laag over ondernemerschap. Ik kom in de onderstaande mindmap tot drie takken: winst (het begrip, waar het dus allemaal om draait) (1), de persoonlijkheid van de ondernemer (wie die ondernemer als persoon is, hoe die dna-wise in elkaar steekt) (2) en tenslotte de competenties of vaardigheden die de ondernemer nodig heeft voor succes (dingen die je moet kunnen, en die we in principe allemaal kunnen aanleren of al in ons hebben) (3).winst, A van GaalWinst, daar draait het allemaal om (1)

De titel van het boekje is ‘winst’. Want bij een (echte) ondernemer draait het tenslotte allemaal om winst. Wat is winst eigenlijk en waarom is het zo belangrijk?

Winst is natuurlijk de omzet minus de kosten. Dat wat je overhoudt op het einde van de rit. Maar waarom is die winst en hoe hoog die is zo belangrijk? Het brave antwoord is dat je zonder winst niet lang kan bestaan. Zo werkt de wereld nu eenmaal niet. Hoewel? Stel nu dat je elk jaar een compensatiebedrag of subsidie krijgt want je doet zulk belangrijk of mooi werk? Dan zou volgens deze argumentatie winst niet meer nodig zijn. Misschien is het daarom nog belangrijker om winst te maken om niet meer afhankelijk te zijn van banken, financiers of goedwillende partijen. Winst is nodig om zelfstandig je eigen koers te kunnen uitzetten. Zeker in deze wispelturige tijden is het geen fijn gevoel je lot in handen te moeten leggen van een bank. Een derde argument (wat ik uit de tekst haal) om winst te moeten maken is dat winst een teken is van kracht en voorsprong. Voorsprong op je concurrenten. Winst is dan een signaal van goed presteren, van iets betekenen voor je klanten en je markten. En het is dan nog maar een klein sprongetje naar nog een achterliggend doel van winst, maar dat bewaren we voor deel 3 van deze bespreking.

Als ik de tekst er nog eens op nalees, dan moet ik constateren dat het toch niet winst is wat (alleen) belangrijk is. Een paar passages in de tekst wijzen er op dat het vooral groei is die belangrijk is. Winst en groei hangen natuurlijk wel samen. Zonder vooruitzicht op winst kun je niet groeien. En door winst niet uit te keren, maar in je bedrijf terug te ploegen, kun je investeren en krijg je groei. Maar waarom is groei dan zo belangrijk? Stel dat je elk jaar een leuke winst maakt en daar prima van kan leven en zelfs nog wat extra dingen kan doen. Is groei dan nog noodzakelijk? Of is het ondenkbaar dat je zonder groei die winst kunt blijven maken? Is winst zonder groei niet ‘duurzaam’, niet vol te houden? Omdat je omgeving immers verandert, moet jij ook veranderen (groeien?) om je echte doelstellingen te kunnen blijven halen?

Het boek gaat op deze vragen en overwegingen niet dieper in. Het is zo vanzelfsprekend dat we winst moeten maken en moeten groeien. Ook hier komen we later nog op terug, want Van Gaal heeft op het einde van het boek een paar nuttige oefeningen. Een van die oefeningen heet ’terminal days’. Terminale dagen. Oftewel je laatste dagen, hoe wil je die doorbrengen? Het is een zogenaamde doorvraag-oefening die je tot de kern van de zaak brengt. Helaas wordt die oefening (in mijn ogen) niet goed afgemaakt in het boek. Maar ook dat bewaar ik voor later.

Persoonlijkheid van de ondernemer (2)

Goed, dan komen we nu toe aan wat we natuurlijk allemaal willen weten: cut the crap, en vertel me hoe ik een goede ondernemer wordt. En snel een beetje. Tja, sommige dingen moet je gewoon ‘hebben’ en andere dingen moet je ‘kunnen’ of ‘leren’. De dingen die je moet hebben, zo heb ik het maar genoemd, dat heeft te maken met je persoonlijkheid. Het gaat om iets diepers, iets dat je dus niet eventjes erbij kunt doen of kunt leren. De bekende discussie ‘nature’ of ‘nurture’ dus. Van Gaal gaat hier verder niet op in, dit onderscheid in de tekst is impliciet en ik hark deze dingen bij elkaar om het onderscheid helder te krijgen.

Een ondernemer die werkt niet om te leven (nee, dat doen alleen de gewone stervelingen). Ho eens even, ondernemen doe je er dus niet even bij. Een ondernemer leeft voor de onderneming. Ondernemen heeft iets te maken met een heilig vuur en met een brandende passie (voor wat eigenlijk? voor je product? voor je markt? voor je klant? voor winst?). Ondernemen zit als het ware in je DNA, in je bloed, je kunt het niet laten. Interessant om eens uit te diepen waar dat brandende verlangen (empirisch) vandaan komt. Wie heeft het wel en wie niet en wat zit daar achter? Een ondernemer is ook iemand die maar blijft vechten en altijd doorzet (never give up). Als het ondernemen dus de eerste natuur is, dan is niet opgeven en doorgaan dus de tweede natuur. Het woord ‘natuur’ wordt in de tekst meerdere malen gebruikt. Een ondernemer durft ook te falen en verschijnt steeds opnieuw aan de start. Let op die woorden: vechten, aan de start verschijnen. Ondernemen is als een wedstrijd. Ondernemen is topsport. Ook hier komen we later nog uitgebreider op terug. Cliffhangers gebruiken, is belangrijk.

Maar wederom: de ondernemer werkt dus niet om te leven. Dus winst maken en daar prima van leven: dat kan het hele verhaal niet zijn. Dan zit ie nog steeds met die brandende passie. Maar wanneer is het dan klaar? Hoeveel winst moet je maken? Met hoeveel moet je groeien? Het lijkt wel een verslaving, elke keer moet je weer een shotje hebben, anders gaat het jeuken en word ik onrustig.

Competenties van de ondernemer (3)

Dan zijn er gelukkig ook nog een heleboel dingen die je kunt leren (die niet in je bloed hoeven te zitten, ook voor gewone stervelingen haalbaar dus). Ondernemen is volgens Van Gaal vooral verkopen. De helft van je dag zou in het teken van verkoop moeten staan. Dus weten wat je klant wil, contact hebben met die klant, naar zijn klachten luisteren, kunnen onderhandelen, interesse hebben in die klant. Ik ben het daar overigens helemaal mee eens. Bij Uitzendbureau Randstad (waar ik ooit heb gewerkt) was een onderdeel van dat verkoopproces wat ze ‘actie klassiek’ noemden. ‘Actie klassiek’ betekende dat je de basis heel goed op orde moest hebben. Dat begint bij het aannemen van de jas van de klant, zorgen dat alles netjes is opgeruimd, dat de koffie klaar staat, dat je de rust hebt aandachtig te luisteren en zo verder en zo verder.

Dan onderscheidt de ondernemer zich door het hebben van een visie, van een lange termijn doel, van een baken in de verte waar ie op afkoerst. Geen visie zoals in dikke boeken of dure onderzoeksrapporten, maar iets anders (ook daarover later meer). Een eigen visie, iets wat van binnen komt bijna, dat brandende verlangen of zoiets denk ik dan. Maar die visie mag niet verhinderen dat je met je poten in de klei staat. Dus tussen en met de mensen. Weten wat er leeft, weten wat er speelt, concreet zijn, actiegericht, to the point. Ook helemaal mee eens. Bij Randstad noemden ze dat ‘niet lullen maar poetsen’ (daar zat die visie dan weer minder in, zo is er ook altijd wat).

Een ondernemer verdoet zijn tijd dus niet (tijd is geld, winst dus). Daarom moet er altijd sprake zijn van deadlines. Een deadline dwingt immers tot het maken van tempo en dan moeten er dus ook knopen worden doorgehakt. Het doorhakken van knopen is een belangrijke ondernemerstaak. Dus niet dat je denkt dat je met iedereen meepraat, iedereen overal bij betrekt, alles heel belangrijk vindt en zo. Nee, dat leidt tot oeverloze discussies, tot Poolse landdagen, tot volledige chaos, tot gebrek aan leiderschap. Vergaderen is niet meer van deze tijd (kom ik ook nog op terug)! Jij ben de baas ook al ben je heel goed in staat te luisteren naar wat de klant (de medewerker etc) wil. Want natuurlijk is er wel een valkuil voor de ondernemer. En dat is dat ie niet (meer) open staat voor kritiek.

Er valt nog wel meer te zeggen over deze competenties maar ik moet nog wat overhouden voor de volgende delen.

Evaluatie

Als we zo naar de eerste laag van ondernemerschap kijken met de bril van Annemarie van Gaal dan zien we hele herkenbare dingen. Misschien doe ik het nu niet helemaal recht, maar het zijn de verhalen die je bij ondernemersborrels ook aan de sta-tafels met bitterballen hoort. Ik hoor en lees niet veel nieuws, maar dat maakt het nog niet minder waar. Toch blijft het knagen. Juist daarom, omdat je dit ook bij die bitterballen hoort. Het lijkt een verhaal aan de oppervlakte. Is dit echt hoe het zit? Het lijkt te plat, te eendimensionaal. Er moeten nog lagen onder of achter zitten toch? Of zijn mensen die de nuance zoeken of willen weten hoe het echt zit juist geen ondernemers? Al te veel nadenken en nuanceren levert geen winst op. We moeten door. Groeien. Klinkt plausibel. Misschien moet ik dan toch aan de slag met die club van mislukte ondernemers? Probeer daar maar eens winst mee te maken ….. (groei zal nog wel lukken).

Rudy van Stratum

Hennie van der Most over ondernemerschap

Zaterdag een boeiend interview met pretpark-serial-ondernemer Hennie van der Most. In de Telegraaf (die ik natuurlijk bij de kapper las, echt waar!). Een verkorte versie van het artikel en interview is in onderstaande link te vinden:

http://www.politalk.nl/2015/06/27/ondernemer-hennie-van-der-most-weg-met-de-foute-ceos-en-bankiers/

Overtuigingen over ondernemen

Ik heb een paar dagen getalmd of ik iets met dit interview wilde doen. Aan de ene kant spreekt het interview me aan omdat ik veel van wat Van der Most zegt over ondernemerschap herken. Aan de andere kant is het een persoonlijke mening en schopt Van der Most wellicht tegen een aantal heilige huisjes aan. Tja, is dat erg? Kan ik er een draai aan geven? Ik heb besloten enige afstand te houden door de achterliggende overtuigingen van Van der Most uit het interview te lichten. Ik hoef niet per se buiten schot te blijven en zal er persoonlijk commentaar bij geven.

Overtuiging 1: een échte ondernemer is iemand die risicovol eigen geld inzet om iets ‘groters’ mee op te bouwen.

Dus je hebt ‘ondernemers’ en ‘échte ondernemers’. Een échte ondernemer doet iets vanuit een persoonlijke drive en passie, heeft verbinding met zijn bedrijf en personeel, zet eigen verdiend geld in en kan dat geld ook verliezen en voegt waarde toe.

Voor een eigen definitie/verkenning van wat ondernemerschap is, zie deze eerdere blog.

Overtuiging 2: een bankier is geen echte ondernemer.

Een bankier is iemand in loondienst, zet dus geen eigen geld in en loopt ook geen risico. Gaat het goed dan krijgt de bankier een bonus, gaat het verkeerd dan krijgt ie een vertrekpremie. Iets dergelijks kun je vanuit deze overtuiging ook zeggen over directeuren van wooncorporaties, de directie van de NS en zo verder. Sterker nog: het is maar goed ook dat bankiers etc geen ondernemers zijn, want dan gaan ze ‘doen alsof’ ze ondernemers zijn en spelen met het geld van anderen zonder daarvan de mogelijk negatieve consequenties te aanvaarden. Dan spreken we van ‘perverse prikkels’. Het probleem is mogelijk juist dat deze verwarring tussen échte ondernemers en doen-alsof-ondernemers (wel de voordelen, niet de nadelen) te lang onduidelijk is geweest (aan de buitenwereld).

In het verlengde van overtuiging 2: managers zijn (ook) geen ondernemers (overtuiging 2b).

Overtuiging 3: veel ‘ondernemers’ voegen geen waarde toe, sterker nog ze vernietigen waarde

Van der Most beschrijft een categorie handelslieden die bedrijven opkopen, mensen ontslaan, wat zaken opknippen en herverdelen en vervolgens de zaken met vette winst doorverkopen. Aan medewerkers die 40 jaar voor een bedrijf werken hebben ze lak. Wat telt is de toekomst en niet het verleden. Brengen ze geld in het laatje, daar gaat het om. Deze ondernemers vernietigen dus waarde, want het nieuwe bedrijf kan niet beter of meer produceren en de kosten van eventueel niet-gewenste oudgedienden worden afgewenteld op de maatschappij. Waar het deze ondernemers om gaat is ‘om met zo weinig mogelijk moeite zo veel mogelijk geld te verdienen’.

Ik vind dit een boeiende. In de economische leerboeken krijgen we te lezen hoe het economische adagium van ondernemers luidt: zo veel mogelijk winst maken met minimale inspanning. Nergens staat dat een ondernemer veel mensen moet inhuren of dat ie passie voor deze mensen en hun historie moet hebben of dat ie waarde (anders dan winst) moet toevoegen. Natuurlijk kunnen we zeggen dat deze economische theorie bekrompen is en ver van de werkelijkheid afstaat (wat ik steeds meer geloof). Maar dat is de theorie die dagelijks wordt beleden (van het Centraal Planbureau tot wat we in de kranten lezen). Je zou dus juist omgekeerd kunnen zeggen: dát zijn pas slimme ondernemers die met niks doen rijk worden en de hele handel op anderen afwentelen. Van der Most zegt uit eigen ervaring dat het zo niet werkt of zou moeten werken. De economische theorie kan dit afwijkende gedrag (van Vd Most, dat ondernemers dus meer willen dan geld verdienen met niks doen) niet goed verklaren. Economie kent geen ethiek los van de afweging van de pakkans of strafkans.

Het ‘minder rationele’ (maar wel herkenbare) gedrag van de mensen die wij zien als goede ondernemers (dus inclusief innovatief zijn en waarde toevoegen) is wel onderzocht en beschreven door Sarasvathy, zie hiervoor een eerder blog in de reeks over ondernemerschap.

Overtuiging 4: bij een bank kijken ze naar diploma’s en niet naar of de persoon het wel of niet kan.

Van der Most (ik parafraseer): ‘Zo’n broekie van Nijenrode die bij een bank werkt moet mij beoordelen om een krediet goedgekeurd te krijgen. Omdat ik geen diploma heb (maar wel veel succesvolle ondernemingen) krijg ik geen goedkeuring’. Dit is iets waar de economie wel wat over te zeggen heeft. We leven in een wereld van incomplete informatie. Dat betekent dat je ‘aan de buitenkant’ niet zo snel kunt zien hoe goed iemand is. Daarom hebben we diploma’s uitgevonden. Een diploma is een signaal aan de wereld dat zegt: ‘kijk eens, ik heb een diploma, ik kan dus iets’. En dat kan heel efficiënt zijn want zo hoef je niet elke keer helemaal uit te zoeken of iemand iets kan (want hij heeft immers een diploma).

Maar nu ontstaat er een soort omgekeerde wereld: iemand die iets bewezen goed kan maar geen diploma heeft die valt af en iemand die een diploma heeft en er een zootje van maakt die komt door de test. Het signaal wordt een doel op zichzelf. Daarom (zo verklaart de economische theorie) krijg je ook zwendel in diploma’s. Want het is nóg interessanter als je gewoon een diploma kunt kopen en er geen moeite voor hoeft te doen (de échte ondernemer, weet je nog?).

Overtuiging 5: een ondernemer is geen prater voor € 150 per uur maar een doener.

Dit is een aanvulling op wat een échte ondernemer van de eerste stelling is. Een ondernemer is een macher, die stampt iets uit de grond. Niet te veel nadenken, gewoon doen, op intuïtie en op ervaring, omdat je erin gelooft. Uit empirisch onderzoek lijkt wat voor deze stelling te zeggen. Of je een mooi business plan hebt, of een diploma, of een titel, het lijkt niet nodig om succesvol te ondernemen. Kijkt naar een Steve Jobs en een Bill Gates, beiden geen diploma en al zeer succesvol zonder dat ze een uitgeschreven businessplan en fraai spreadsheets met getallen hadden. De paradox is dat ondernemerschap wordt onderwezen op instellingen waar je een diploma van kunt krijgen. En instellingen waar vooral managers en niet-echte ondernemers lesgeven én in de schoolbankjes aanschuiven, zonder dat er een overtuigende relatie is tussen het volgen van de opleiding en een succesvol bedrijf opstarten of runnen.

Wie in dit verhaal dan toch de échte ondernemers zijn, dat zijn de verfoeide praters die tegen hoge uurtarieven wél verdienen aan al deze randverschijnselen: de adviseurs, de advocaten, de trainers, de bemiddelaars (moet ik doorgaan).

Overtuiging 6: de Nijenrode-praters van € 150 per uur halen vooral hun vriendjes binnen.

En dat tarief is waarschijnlijk nog aan de lage kant ingeschat. En ja, ik herken dit beeld wederom. Van der Most geeft eerlijk toe dat hij er ook een keer aan heeft moeten geloven. ‘Tja, toen heb ik zo’n mannetje aangenomen. Los van de (niet onderbouwde) (eigen) wijsheid kwam het ene na het andere vriendje binnen en bleek er na een jaar een verlies van een miljoen Euro te zijn ontstaan. Even niet opletten als échte ondernemer en ze hebben je te grazen.’

Ook hier geldt weer: slim van zo’n prater om vriendjes binnen te halen (heb je op een feestje ook nog wat extra aandacht) en na een jaar met een vertrekpremie een puinzooi achter te laten. En hoewel de economische theorie hier weer klopt als een zwerende vinger (remember: veel geld binnenharken zonder iets te hoeven doen), klopt er toch ook weer een heleboel niet. De economische theorie verklaart een hoog loon uit een hoge en schaarse prestatie. Dus hoe hoger je verdiensten in geld, hoe hoger (per definitie) je schaarste en je toegevoegde waarde. Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat naarmate je meer verdient je dichter bij de pot (of poet) zit en je meer je eigen condities op kunt leggen. Meer geld en macht maakt het makkelijker om meer geld te verdienen en meer macht uit te oefenen. Hier is helaas weinig empirisch onderzoek over te vinden. Ook weinig economische theorie. Je komt bij de speltheorie uit maar die staat niet in de leerboekjes en ook niet dagelijks in de krant. En ja, je hebt de theorie van de ‘agency costs’, die stelt dat agenten (in loondienst) er zo hun eigen agenda op nahouden en dus in de gaten moeten worden gehouden.

Overtuiging 7: wil ik een échte club voor ondernemers opzetten, wordt het niet gewaardeerd door de officiële club voor ondernemers.

Er zijn clubs die de belangen van ondernemers behartigen. Maar dat zijn als je het verhaal van Van der Most leest ook weer vooral geen echte ondernemers. In deze clubs zitten (ook en vooral) managers en directeuren die op loonlijsten staan. En er zijn bestuurders en bankmedewerkers. ‘Waarom zitten er eigenlijk bankmensen in zo’n club?’, vroeg Van der Most aan zo’n bestuurder van de club. ‘Nou, omdat die goed betalen’. Niet gek dus dat Van der Most probeert om buiten deze club(s) om zijn verhaal in Den Haag te doen: het échte ondernemersgeluid moet immers gehoord worden. Wat blijkt? Ze zijn bij die andere ondernemersclub helemaal niet blij met zo’n (uiterst ondernemend) initiatief van Van der Most. Een vrije markt op lobbygebied wordt niet toegejuicht.

Elke club gaat na een tijdje een eigen leven leiden en eigen belangen behartigen. Je kunt het de bestuurders van die clubs toch moeilijk kwalijk nemen dat ze voor hun eigen baan en club opkomen. Wil de échte ondernemer(sclub) opstaan? Wie kan het onderscheid maken tussen ‘ondernemers’ en ondernemers? Een ‘ondernemersclub’ heeft dus wederom een signaalfunctie: ‘kijk eens, ik ben ondernemer want ik ben bij die club aangesloten (én ik heb een pasje van de Makro natuurlijk, nog een bewijs).’ En ook hier geldt mogelijk weer dat het signaal (net als bij het diploma) omgekeerd gebruikt gaat worden.

Conclusie: de economische wetenschap kan goeddeels naar de prullenbak.

Of toch weer niet: veel van de randverschijnselen die Van der Most beschrijft die kun je wel verklaren met diezelfde economische theorie:

  • Dat adviseurs veel willen verdienen (aan zaken die wezenlijk niks toevoegen aan de maatschappij).
  • Dat bedrijven worden opgeknipt en herverpakt om met winst te worden doorverkocht (zonder dat die bedrijven daar zelf beter van worden).
  • Dat een moderne manager weinig boodschap heeft aan trouwe medewerkers die al 40 jaar in dienst zijn maar nu minder opleveren.
  • Dat bankmedewerkers (en soms ook ambtenaren) zich graag voordoen als ondernemers. Dat ze wel de voordelen van ondernemerschap willen maar niet de nadelen.
  • Dat een diploma een eigen leven gaat leiden (en dat er niet meer zo goed wordt gekeken hoe het nu écht zit).
  • Dat een bestaande ondernemersclub verwatert (omdat er allerlei bestuurders, vertegenwoordigers etc aanschuiven) maar toch wil blijven voortbestaan.

Zwart-wit gesteld: wat de ‘boeven’ doen, dat is goed te volgen. Maar over écht ondernemerschap weten we gewoon veel te weinig. Over het toevoegen van échte waarde: idem dito. Waarom we dan toch met respect die trouwe medewerker in dienst moeten houden? Over hoe beloningen écht tot stand komen: idem dito. Waar het wringt is dat we zo graag meer écht ondernemerschap zouden zien, dus inclusief die passie en binding met het product en het bedrijf. Zo graag meer échte toegevoegde waarde zouden willen zien. Zo graag meer rechtvaardigheid zouden willen zien, dus dat iemand die goed werk levert en echt schaars is, ook het meeste verdient. Maar ja, de werkelijkheid houdt zich vaak niet aan deze wensen. Des te vervelender als we vasthouden aan de mythe van ondernemerschap en de vrije markt zonder oog te hebben voor de rafelranden. Ondernemerschap heeft zo’n mythische status gekregen dat ook ambtenaren en bankmedewerkers zich ondernemers willen voelen.

Hier meer over de tien mythes rond ondernemerschap die ik eerder beschreef.

Rudy van Stratum

ScreenShot789

Verdienmodellen groen, overzicht

Vorige week zijn we gevraagd om deel te nemen over een bijeenkomst rondom verdienmodellen voor de financiering van groen. Daar hebben we natuurlijk al veel over geschreven en in de aanloop naar de bijeenkomst hebben we dat allemaal weer eens gelezen. We zijn best trots op wat er allemaal op onze site over dit onderwerp staat. Je zou er een boek over kunnen schrijven ;-). Tijd voor een overzicht, niet chronologisch, meer in de richting van een denklijn, niet alle artikelen staan erbij, dat werd teveel werk. Gebruik de zoekfunctie als je nog meer artikelen wilt lezen.

Als we het over verdienmodellen hebben kan je dat niet los zien van rendement. Uiteindelijk moet een verdienmodel er toe leiden dat je de aanleg en het beheer van een natuurgebied gefinancierd krijgt. Onze beslisboom is hierbij het uitgangspunt. Als er onvoldoende rendement is dan heeft het geen zin om door te gaan met een project. Verdienmodellen moeten dus vooral het rendement omhoog krikken. Waar hebben we het dan over? Vooral over minder uitgeven en meer inkomsten genereren. Het overzicht dat we hebben gemaakt op basis van het boekje van Nederland Boven Water laat dit mooi zien. Bij meer opbrengsten maken we nog onderscheid tussen oogsten (verdienen met dingen die er al zijn) en toevoegen (iets nieuws doen om mee te verdienen).

Wat de beslisboom ook laat zien is dat het doel belangrijk is. Dat staat bovenaan en niet voor niets. Twee dingen kan je er over zeggen:

  1. Je moet het doel in de gaten houden, voor wie ontwikkel je dat landschap, wat wil je er mee bereiken? En is er dan wellicht ook een andere manier om dat doel te bereiken?
  2. In hoeverre moet je vast houden aan dat doel? Het bijstellen van het doel is soms ook een goede verdienmogelijkheid.

We zijn onze serie over financiering van natuur en landschap dan ook begonnen met een artikel over tegendenken.  In essentie gaat het er om dat je steeds kritisch moet zijn naar wat je wilt bereiken en hoe je daar aan werkt.

De verdienmogelijkheden zelf

Dan de verdienmogelijkheden zelf. Eén van de organisatoren van de bijeenkomst verwees naar de enorme stapel literatuur die hij de afgelopen jaren over dit onderwerp had ontvangen. Herkenbaar. Wij hebben een aantal publicaties behandeld, onder andere van Innovatienetwerk:

  • Innovatienetwerk heeft een SWOT analyse van de natuursector uitgevoerd
  • Het boek Waardevol Groen uitgegeven, hier hebben we vervolgens nog een artikel aan gewijd om te kijken wat nou de grote verdienmogelijkheden zijn. Ook deze studie is van Innovatienetwerk.
  • De raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur over vernieuwing van de financiering maakt onderscheid in 5 markten voor natuur
  • Uit België komt een uitgebreide studie over Rural alliances. We hebben hier drie artikelen aan gewijd (1, 2 en 3). Deze studie onderscheidt zich doordat geld en ecosysteemdiensten minder van belang zijn. De nadruk ligt op oplossingen van onderaf, vrijwilligers, ruilhandel, lokale valuta etc.

Belangrijke vraag is natuurlijk hoe je door de bomen het bos ziet bij al deze verdienmogelijkheden. We hebben daarom  een soort van beslisboom gemaakt die kan helpen bij het bepalen welke verdienmogelijkheid nou bij jouw situatie past.

Eigen onderzoek

Voor innovatienetwerk hebben we een studie gedaan naar verdienmogelijkheden. Hoofdvraag, is het mogelijk in dat hele woud van verdienmogelijkheden enige duiding te geven? Wat zet nou zoden aan de dijk? Wat kan je overal doen? Wat alleen op enkele plekken? Ook hier hebben we een aantal artikelen aan gewijd:

  • In dit artikel brengen we de grote geldstromen binnen de sector in beeld. Hoeveel subsidie gaat er in om? Hoeveel andere inkomsten zijn er? En, waar gaat het geld heen?
  • In het tweede artikel kijken we naar het belang van de verdienmogelijkheden. Wat leveren ze op en waar zijn ze toepasbaar.
  • Vervolgens geven we een overzicht van de belangrijkste verdienmogelijkheden.
  • Tot slot een nabrander, een verdienmogelijkheid die we te weinig aandacht hebben gegeven, niets doen.

Hoe pak je het probleem aan

Het probleem binnen de sector is: te weinig middelen om het beheer te financieren. Wat zijn nou mogelijkheden die steeds weer langs komen? We pikken er twee uit en vragen ons af, gaat dat werken?

  • Ondernemerschap. Innovatienetwerk deed een studie naar ondernemerschap in de natuur. Rudy heeft een hele serie geschreven over ondernemerschap. In dit artikel gaat het over het Canvasmodel en natuur en Rudy vraagt zich af, wat zou een ondernemer doen met een bos? Als je geld wilt verdienen met natuur, dan vraagt dat wel om een zakelijke aanpak zo betoogde we in Trouw. Het leidde tot aardig wat kritiek, maar was ook prikkelend bedoeld.
  • Crowdfunding komt met enige regelmaat terug al het ei van Columbus en kan goed werken. Wij zijn wel beducht voor de survivorship bias, alleen de successen zijn in beeld, al die crowdfundingsprojecten die minder goed liepen zie je niet. We hebben een infographic gemaakt over crowdfunding, wat is het en waar moet je op letten.

Prijs, waarde en rendement

We hebben ook veel geschreven over prijs, waarde en rendement. Belangrijke begrippen als je het over verdienmogelijkheden hebt. Want, als iets veel waard is (of in waarde stijgt) wil dat nog niet zeggen dat het ook veel geld oplevert. Je moet nog wel cashen.

  • We beginnen bij rendement. Ja, de natuursector kan efficiënter werken en zo het rendement verhogen. Maar of je dat wilt? Lees onze discussie over de schaapsherder, artikel 1 en 2. Overigens vinden wij dat rendement niet alleen over geld gaat. Ook zachte waarden moet je meenemen. In onze eerste serie over rendement schrijven we daarover, bijvoorbeeld in dit artikel of in dit artikel. Hier gaat het specifiek over zachtere waarden in relatie tot natuur.
  • Over prijs en waarde heeft Rudy het een en ander geschreven. (1 en 2)
  • Maar de echte discussie gaat vaak over de vraag of je alles wel aan geld moet koppelen, moet je de waarde van de natuur wel gaan berekenen? En hoe doe je dat eigenlijk? (artikel 1 en 2)

Tot slot

Het financiële argument heeft met ongeveer alles te maken en dus ook met de natuur. Als je niet over geld na wilt denken, dan moet je er uiteindelijk juist meer tijd aan besteden. Dat geldt ook voor de natuursector.

Stijn van Liefland

Wat is geld: wie begrijpt het?

Vandaag wil ik jullie attenderen op een interessant artikel van Rutger Bregman in De Correspondent waarin hij vertelt over het wonder van geld. Zo belangrijk en toch (bijna) niemand die het echt snapt. Geld is niet (alleen) ontstaan om onze ruileconomie te vereenvoudigen maar grijpt veel dieper in. Zelfs een arm volk van eilandbewoners heeft een eigen geldsysteem bedacht met superzware munten die heel veel energie en levens kostten. Afijn, lees het verhaal zelf maar, de moeite waard:

https://decorrespondent.nl/2978/Wie-begrijpt-hoe-ons-geld-werkt-komt-morgen-in-opstand/50405782856-1ffb04ef

De belangrijkste boodschap van Bregman aan de lezer is dat geld uiteindelijk niet meer dan een belofte is, een belofte nog wel waar je rente over moet betalen.ScreenShot780En inderdaad, geld is geen doel maar een middel (overigens de titel van ons boek uit 2013). Geld is uiteindelijk een menselijk ‘construct’, een virtueel iets dat vooral in onze verbeelding bestaat, geld zelf kun je immers niet eten of voor iets nuttigs gebruiken. Dit is (in aanvulling op Bregman) ook mooi beschreven in dit recente artikel waarin de uitvinding van geld wordt vergeleken met de uitvinding van God.

ScreenShot781

 

 

Hoe leuk en verfrissend beide artikelen ook zijn, geld kan in mijn ogen niet begrepen worden zonder de mogelijkheid van sparen en tijdsvoorkeur in het verhaal te betrekken (maar ja, ieder zijn stokpaardje). Vandaar:

Dossier geld en geld scheppen

Ik maak (dus) van de gelegenheid gebruik hier een klein dossier op te bouwen van wat we eerder over dit onderwerp hebben geschreven. Helaas niet zo helder als het verhaal van Bregman, je zult dus zelf wat moeten puzzelen. En ik wil tijdens de bespreking van een onderwerp er ook graag mijn eigen visie in vervlechten, ook niet altijd handig.

Ik dek me met deze relativeringen hopelijk in voor de terechte kritiek die Bregman heeft op auteurs die met veel onbegrijpelijke taal zogenaamd gewichtige zaken willen vertellen. Maar geld is écht een ingewikkeld onderwerp waar ik ook nooit op uitgestudeerd raak. Okay, voor de draad ermee.

Een 9-delige (!!) boekbespreking van Greco’s ‘The end of money’. Greco is geen ‘bekende’ of ‘standaard’ econoom maar wie weet is dat wel de reden dat hij anders met de materie omspringt en originele vragen stelt.

Deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8 en deel 9.

Pas in deel 5 gaat het overigens over geld (daarvoor over sparen en investeren en Robinson Crusoë) en pas in deel 7 en deel 8 komt Greco zelf aan bod (niet zo netjes van mij natuurlijk).

Dan een bekender maar zeker niet minder makkelijk boek van David Graeber over de geschiedenis van schuld in de laatste 5000 jaar. Ditmaal geen 9 delen maar slechts 3 afleveringen:
Deel 1, deel 2, deel 3.

Hoewel alle 3 de delen helemaal over Graeber en zijn boek gaan, is dit toch geen gewone boekbespreking. Ik heb het boek gereduceerd tot wat in mijn ogen de meest interessante punten of stellingen van Graeber zijn en geef daar een reflectie op. Schuld is dan wel geen geld, maar als geld een belofte is en de belofte van de een is de schuld van de ander, dan ontkom je ook niet aan Graeber.

Dan naar de rol van banken en het scheppen van geld. Met ‘geld scheppen’ kun je veel geld verdienen, zoveel is duidelijk. Martijn-Jeroen van der Linden heeft er als gesjeesde beurshandelaar zijn missie van gemaakt dit verhaal aan het grote publiek uit te leggen. En nee: een bank heeft uw spaargeld NIET in de kluis liggen. Geld ontstaat zomaar uit het niets (als je tenminste een bank bent) en over dit grote wonder gaat het. Zie mijn reactie op een eerder artikel van Van der Linden (die nu overigens op dit onderwerp een proefschrift aan het schrijven is):

Deel 1 van de kunst van het geldscheppen, deel 2 en deel 3.

Dankzij de economische crisis en auteurs als Greco en Graeber zijn we meer gaan nadenken over alternatieve geldsystemen:

Alternatieve geldsystemen deel 1, deel 2 en deel 3.

Want juist omdat geld een menselijke uitvinding is (een onderlinge afspraak) kun je ook nadenken over andere afspraken die hetzelfde doel dienen.

Een artikel over de verstorende werking van geld is hier te vinden.

Tenslotte een recente serie blogs naar aanleiding van het boek van Robin Fransman over de ondeugd van sparen (en de onderwerpen die in de blogs van Greco zijn behandeld komen weer terug, stokpaardje zei ik toch):

Over de ondeugd van sparen deel 1, deel 2 en deel 3.

Rudy van Stratum

 

 

De Ayn Rand paradox

Wie is Ayn Rand? De auteur van minstens twee invloedrijke boeken: The Fountainhead en Atlas Shrugged. Met name het laatste boek schijnt een van de meest verkochte (gelezen, invloedrijke?) boeken te zijn aller tijden in de VS. Maar nog belangrijker: een aantal invloedrijke economen en politici is door haar werk beïnvloed. Het schijnt dat met name de in de jaren zestig van de vorige eeuw invloedrijke Chicago-econoom Milton Friedman een groot fan van Ayn Rand was. Milton Friedman heeft in die tijd een populair boek geschreven met de titel ‘Free to choose’. Later zijn Margaret Thatcher en Ronald Reagan (naar het schijnt) weer door dit boek geïnspireerd geraakt. Wat ik maar wil zeggen: Ayn Rand is misschien wel de aanstichtster van de (heropleving) van de ideologie van de vrije markt vanaf medio jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat we dus nu ellenlange debatten voeren over de ellende met de Fyra is in wezen terug te leiden tot de boeken van Ayn Rand.

Van de Fountainhead is nog onlangs een Nederlandse toneelbewerking gemaakt en van beide boeken zijn ook films gemaakt (van Atlas Shrugged kreeg ik onlangs een meerdelige dvd-box in handen, uitgebracht in 2011, een wat obscure b-film wat mij betreft overigens). De twee genoemde boeken van Rand dateren van 1943 (Fountainhead) en 1957 (Atlas Shrugged).ScreenShot774

Lezen dus

Hoe het ook zij: ik ben nieuwsgierig geraakt naar de oorspronkelijke bronnen. Ik was al langere tijd van plan ze zelf te gaan lezen. The Fountainhead heb ik vorige zomer gelezen. Een dik boek, kleine lettertjes, niet echt makkelijk om doorheen te komen. Maar uiteindelijk toch een mooi verhaal. Waar gaat het boek over?

Over twee architecten in de tijd van de wolkenkrabberbouw in New York (dus jaren 20 vorige eeuw). De twee hoofdpersonen zijn vrienden van elkaar en doen samen de architectenopleiding. Eentje is niet zo slim maar houdt zich netjes aan de regels en slaagt uiteindelijk. De ander is creatief, briljant zelfs maar heeft ook een eigen mening en die spoort niet altijd met die van zijn docenten. Hij wordt van school geschopt en krijgt geen diploma. De nette architect krijgt vervolgens een glanzende architectencarrière. Hij krijgt de mooiste opdrachten en wint prestigieuze prijzen. Punt is echter dat hij eigenlijk niet zo origineel is. Hij doet vooral wat de klant wil, hij leent wat van de ene bouwstijl en mengt dat met een andere bouwstijl. Als de opdracht te moeilijk wordt gaat hij te rade bij zijn jeugdvriend die van school is getrapt en aan de bedelstaf is geraakt.

De ene architect doet alles voor zijn goede naam en het grote geld en is succesvol. Deze architect heeft geen eigen mening en geen eigen stijl. De andere architect doet alles voor zijn eigen principes, geld boeit hem niet, het gaat om een mooi gebouw waar alles aan klopt. Ook wat de klant wil is voor hem eigenlijk niet zo boeiend. In het boek krijgt deze architect-met-principes uiteindelijk een hele grote opdracht waar op het allerlaatst een klein detail aan moet worden veranderd anders krijgt hij zijn geld niet. Geen discussie mogelijk, dan maar geen geld en dus geen gebouw waar hij niet achter staat.

De verrassing: Fountainhead

De grote verrassing voor mij was dat de architect met principes, die dus NIET voor het grote geld gaat en dus commercieel niet succesvol is, de held van het boek is. Het boek, zo lees ik het in ieder geval, verheerlijkt autonomie en eigenzinnigheid. De architect met principes heeft een eigen karakter en gaat uit van zijn eigen normen en waarden als kompas. De andere architect is dan wel rijk maar uiteindelijk een leeg iemand, zonder mening, zonder echte talenten, voortdurend afhankelijk van wat anderen van hem vinden, niet gelukkig, een wat sneu figuur.

Maar hoe zit dat dan? Ayn Rand wordt toch juist van stal gehaald als het gaat om ondernemerschap, rijk worden, vrije marktwerking, ieder voor zich en god voor ons allen, je eigen boontjes doppen, de tucht van de markt, niet je handje ophouden, de beste zal winnen? Hier is het niet de ondernemer die rijk wordt die de held is. Ik kan me als lezer niet met deze architect vereenzelvigen. Het is juist de kunstenaar-architect die soms nauwelijks te eten heeft en overal wordt uitgekotst, er niet bij hoort, die ons respect afdwingt. Hij heeft het dan wel niet breed, en hij mag maar een paar gebouwen ontwerpen, maar hij is een man van zijn woord, hij staat voor zijn principes. De paar gebouwen die hij mag bouwen kennen dan ook wel een aantal stille fans (want het grote publiek heeft het niet echt door hoe fraai deze gebouwen zijn). Onze kunstenaar slaagt er zelfs in een duurzame wijk te bouwen met betaalbare woningen, vol met originele oplossingen.

Niet de platte ondernemer die voor het grote geld gaat is hier de held maar de nobele kunstenaar die aan zijn principes vast houdt en daar een prijs voor betaalt.

Het tweede boek: Atlas Shrugged

Een half jaar geleden ben ik voor het eerst aan het tweede boek begonnen. Nog dikker en nog taaier. Ik ben er nu denk ik drie keer opnieuw aan begonnen en ik kom er gewoonweg niet doorheen. De personen uit het boek zijn van bordkarton en staan voortdurend lange monologen af te steken. Er zit nauwelijks schot in. Ik kan me niet voorstellen dat veel mensen dit boek van kaft tot kaft gelezen hebben. Ik heb het nog niet opgegeven, ik ga zeker nog een serieuze poging doen.

Onder voorbehoud kan ik wel een indruk van het boek geven. Het boek gaat over een ondernemersstrijd. De ene ondernemersdynastie is rijk geworden met staal, de andere met de aanleg en exploitatie van spoorlijnen. Een andere wat afwijkende ondernemer is bezig met een nieuw soort staal dat de wereld gaat veranderen: veel sterker, veel beter, veel goedkoper. Deze uitvinder-ondernemer wordt tegengewerkt door de overheid (regelgeving) en vooral door een sterke lobby vanuit de bestaande staalindustrie (‘kost banen’, ‘kost mensenlevens’). De helden van dit boek zijn de ondernemers die gaan voor innovatie en nieuwe wegen willen bewandelen (de ondernemer van de nieuwe staalsoort en de spoorwegexploitant die het aandurft hiermee aan de slag te gaan). De slechterikken zijn de ondernemers die vasthouden aan hun bestaande belangen en (uiteraard) de overheid en door de overheid gefinancierde onderzoeks- en certificeringsbureaus.

Maar, en dat is een groot verschil met Fountainhead, de helden van dit boek zijn onverkorte geldwolven. Principes spelen nauwelijks nog een rol. Wat is het doel in dit leven: zo veel mogelijk geld verdienen en daar schamen we ons niet voor. De overheid is een sta-in-de-weg in dit spel, de overheid is een in zichzelf gekeerde en semi-corrupte waakhond die de boel nodeloos vertraagt.

Er zitten wel een paar vreemde dingen in deze plot:

  • Elke ondernemer wil gewoon rijk worden. Prima. Dat staat ook in de economieboekjes. Maar dan is het toch ook logisch dat de bestaande staalindustrie de uitvinding van een nieuwe bedreigende (betere, goedkopere) staalsoort probeert tegen te houden?
  • Elke ondernemer wil rijk worden maar de ene manier van rijk worden is dan toch beter dan de andere? De innovator van de nieuwe staalsoort vecht zijn strijd tegen de gevestigde orde en is in dit boek de held. Waarom is hij dan de held? Is het de drang tot uitvinden die onze bewondering afdwingt? Nee hoor, op de vraag waarom deze uitvinder zoveel moeite doet is het antwoord weer klip en klaar: ik wil zo veel mogelijk geld verdienen, en dat lukt niet in de bestaande staalwereld dus vind ik iets nieuws en beters uit. De innovatie is het middel en niet het doel.

Synthese

Het lijkt er op dat Ayn Rand vooral is ingezet in de ideologie van de vrije markt vanwege haar boek Atlas Shrugged. Daar wordt onversneden ‘veel geld verdienen’ als grootste waarde aangehangen. Innovatie en heldendom wordt in dit boek gebruikt om het maatschappelijke effect van ondernemerschap aan te tonen. Ondernemers kan het geen moer interesseren of het goed gaat met de maatschappij maar door de inbreng van strijd en innovatie komen er vanzelf goede dingen voor allen tot stand (en ontstaat de vooruitgang en welvaart voor allen).

Maar wat is er gebeurd tussen het ene en het andere boek? In Atlas Shrugged spelen principes van de kunstenaar-artiest geen rol meer (lijkt het). Is dit een onderlinge tegenstrijdigheid in het werk van Ayn Rand? Of kun je het wel met elkaar in overeenstemming brengen? Het overkoepelende en consistente principe van Rand lijkt de autonomie en het recht tot zelfbeschikking van het individu te zijn. De samenleving en ‘het grotere geheel’ bestaan niet bij Rand. Je bent een individu, punt. En als je toch een individu bent, sta dan voor je eigen persoon wat de prijs ook is. In het ene boek stond het autonome individu voor de principes van mooi bouwen en was de prijs een leven in de marge. In het andere boek kiest het autonome individu voor veel geld verdienen en het aangaan van de strijd. De overkoepelende principes zijn dus: – autonoom zijn, – de strijd aan willen gaan. De kunstenaar kan net zo goed een held zijn als de ondernemer. Pas als je je hand ophoudt en van anderen afhankelijk bent, dan ben je een loser.

Gemeenschappelijk aan beide boeken is dat er geen collectief bestaat.

Met andere woorden: als je geld wilt verdienen omdat anderen dat ook doen, dan maak je je toch weer afhankelijk van de crowd en handel je niet autonoom. Je succes wordt dan weer afhankelijk van de maat van anderen. Je bent weer een lege huls die de mening van andere echoot.

In een plaatje

ScreenShot777

Dat moet in een matrix kunnen. Op de ene as krijgen we dan autonoom handelen: beide boeken bewieroken personen die autonoom handelen, die volledig vrij zijn en over zichzelf kunnen beschikken. Het ideaal dus volledig autonoom, het tegendeel is volledig ingeperkt door de omgeving, het collectief, de ander. Op de andere as komt dan iets van: intrinsieke versus extrinsieke motivatie. In Fountainhead ging het om een drive van de architect die van binnenuit kwam, het ging over schoonheid en over kunstenaarschap, om een ambacht, om trots op je bijzondere vermogens. In Atlas Shrugged gaat het om geld verdienen, om een goed buiten jou als persoon om, om een extrinsieke bron.

Plaatje verder invullen

We kunnen het plaatje verder invullen want nu zijn er nog twee kwadranten leeg. Het kwadrant rechtsboven is het helderst vanuit de ideologie van de vrije markt. Dit is de tekst van de economieboekjes waarin een ondernemer met minimale moeite zoveel mogelijk geld wil verdienen. Het is de wereld van Milton Friedman en van Wall Street. Het kwadrant daaronder is dan ook duidelijk: het is de autonome kunstenaar, de ondernemer-uitvinder, de architect-met-principes. Linksonder gaat het om een intrinsieke motivatie maar zonder volledige autonomie. Dus je doet iets omdat je er helemaal achter staat (er helemaal voor gaat) én dat doe je onder restricties van anderen (je omgeving of het collectief legt je beperkingen op) of beter geformuleerd ‘samen met anderen’. Hier zit een moeder, een hulpverlener en een vrijwilliger. Maar wie zit er dan links bovenin? Dat is iemand die zich laat leiden door geld verdienen maar dat vooral doet omdat anderen dat belangrijk vinden, de omgeving legt jou dus op dat jij rijk en succesvol moet zijn. Dat is dus de loser architect in de Fountainhead. Maar laten we eerlijk zijn: niemand zal zichzelf in dit kwadrantje willen plotten.

 

ScreenShot776Ik wil deze matrix nog eens gebruiken vanuit de oude reeks blogs over ondernemerschap. Er is hier iets raars aan de hand. Ondernemerschap is sinds een jaar of twintig weer helemaal hot. Als we bezuinigen en er is een tekort aan geld dan is ondernemerschap steevast de oplossing. Want ondernemerschap leidt tot innovatie en creativiteit en brengt ons allemaal verder. Voor een ambtenaar of saaie boekhouder is geen plek meer (regeltjes!). We worden verleid door een roze bril op ondernemerschap: de ondernemer als autonoom individu, de uitvinder die in de garage met veel doorzettingsvermogen en vernuft tot geniale dingen komt. Statistisch is het maar weinigen gegeven met dit soort ondernemerschap rijk te worden en veel succes af te dwingen (survivorship bias). In welke hokjes belanden we dan uiteindelijk wél?

Rudy van Stratum

Omdenken: 15 strategieën

Omdenken?

Tegendenken: is dat net zoiets als omdenken? Dat vroeg een kennis van me toen hij ons nieuwe boek over tegendenken had ontvangen.

Euhh, wat is dat dan ‘omdenken’? Dat is van die meneer die ook over ‘Ja maar’ heeft geschreven. Aha. En op zo’n moment moet je gewoon eerlijk bekennen dat je het niet weet.

Gunster

Gelukkig is er snel veel te vinden over omdenken en wat het is. Berthold Gunster is de auteur van het boek en de bedenker van omdenken.

Eerder schreven we in het kader van tegendenken al over hoe moe we worden van het niet meer mogen zeggen van ‘ja maar’. Wie ooit het verbod op ‘ja maar’ heeft ingesteld weet ik niet maar (én!) Gunster lijkt me toch een belangrijk gezicht van de ‘anti ja maar’ brigade. Hoewel? Wij zijn blijkbaar niet de enigen die af en toe tabak hebben van geenjamaren. ScreenShot766Zie hier rechts in het kader de reactie ‘Weg met het omdenken’. Hierin betoogt de auteur dat als je net bent ontslagen dat je dan behoefte hebt aan een arm over je schouder en vooral geen behoefte aan een manager die de laatste cursus ‘denken in mogelijkheden’ heeft gevolgd.

En gelukkig blijkt dan dat Berthold Gunster zelf ook wijst op het gevaar van het te pas en te onpas gebruiken van het verbod op ‘ja maar’. In een spontane en sympathieke reactie schrijft Gunster dat ScreenShot767hij alle begrip heeft. Omdenken is geen blije doos filosofie en wij zijn niet van de tsjakkaa beweging. Omdenken wil vooral benadrukken dat het accepteren van de pijn daarna (weer) ruimte schept voor nieuwe mogelijkheden.

15 strategieën

Maar terug naar de vraag: wat is omdenken? Ik beloof het boek nog te gaan lezen maar nu moet ik het doen met wat ik zo snel kan vinden. Omdenken bestaat uit 15 strategieën:

ScreenShot763Het antwoord van Gunster op de ‘klager’ zie je hierboven bij punt 2 staan: accepteer de situatie zoals die is. En misschien een beetje punt 8: stop met wat niet meer werkt (elimineren), stop met huilen over je ontslag. Misschien zou dat in het geval van ontslag wat zachter geformuleerd moeten worden als: neem de tijd voor het verwerken van je verdriet en laat het verleden (en het deel daarvan dat niet meer werkt) achter je. Nou ja, rouwverwerking is toch wat anders dan ergens gewoon mee stoppen.

Als ik de lijst van 15 strategieën zo doorlees, dan is het een mooie lijst. Ik herken de meeste punten wel. En inderdaad (héhé, nou komen we pas bij de vraag van mijn goede kennis, of ons boek iets met omdenken te maken heeft) in ons nieuwe boek komen veel van deze elementen terug. Niet precies zo natuurlijk en ook vooral in een wat andere context.

Ik wil er zelf nog wel eens voor gaan zitten (na lezing van het boek natuurlijk) om de verschillen en overeenkomsten preciezer te duiden. Maar: waarom zou ik Berthold Gunster zelf niet gewoon vragen of hij ons boek wil lezen? En een reactie wil schrijven? Ik ben benieuwd hoe hij naar de vraag kijkt. Ga ik dus doen.

Samenhang

Maar (én!) dat is een tik van mij: wat is dat nu voor een lijstje van die 15 strategieën? Zit daar een volgorde in? Moet je ze na elkaar doen? Of op alfabetische volgorde? Kortom: ik kan dat gewoon niet onthouden en heb een ankertje nodig om het te kunnen pakken. Waarom 15? Ik wil gewoon structuur, dat is het.

Nou zijn er natuurlijk vele manieren om structuur in een ogenschijnlijke willekeur aan te brengen. Ik daag iedereen uit zelf een structuur aan te maken: met welke ordening kom jij? Ik bied hier op de site graag ruimte voor ideeën.

Wat me het eerste opvalt is dat veel strategieën te maken hebben met hoe je omgaat me de werkelijkheid. Met de feiten dus. Accepteren wat er is. Gewoon daar naar kijken en niets doen. Of naar een deel van die werkelijkheid kijken: alleen naar het goede deel bijvoorbeeld. Dat is bekrachtigen (van wat bevalt, wat werkt). En niet kijken naar dat deel dat niet werkt. Dat is dan elimineren.

In projecten wordt de optie ‘niets doen’ te vaak vergeten. Dat heeft onder andere te maken met de ingebakken neiging vooral tot actie over te willen gaan. Actie is actief en getuigt van doortastendheid en daadkracht: de action bias uit de denkfoutenliteratuur. Onderdeel van onze aanpak is vaak ook het maken van een zogenaamde ‘feitenkaart’ (hier een voorbeeld naar aanleiding van de televisie-uitzending over de nieuwbouw van het KPMG-kantoor).

Maar dan ben je er nog niet. Hoe kun je de overblijvende strategieën nog vangen? Sommige strategieën hebben te maken met anders kijken naar diezelfde werkelijkheid, met perceptie dus. En weer anderen met actievere bewerking van die feiten. Manipulatie van die feiten misschien? Iets met belangen? Iets met spelers, met betrokkenen. Ja iets met de actoren die bij die feiten zijn betrokken.

Goed, dan hebben we een mogelijke indeling: de feiten zoals die zijn, de feiten zoals je er (ook, anders) naar kunt kijken en naar hoe je de feiten voor je doel kunt laten werken. Dus hoe boetseer je de feiten als basisingrediënten om jezelf en anderen heen. Zoiets?

En dan lijkt een andere as te zijn het verschil tussen ik (jezelf) en de ander of de omgeving.

Ik geef eerlijk toe: work in progress. Ben er nog niet uit, maar het begin is er. Ik kom tot de volgende indeling:

ScreenShot764Dus: JA ons boek heeft te maken met omdenken! MAAR wij doen het toch anders!

Rudy van Stratum

Een klein model voor economische winst (deel 2)

Onderlinge samenhang van winstmodel

We hebben nu een klein modelletje gebouwd met 12 vergelijkingen en (dus) 12 onbekenden en 4 exogenen. De onderlinge samenhang zou je als volgt kunnen zien:

ScreenShot005Uitkomsten of resultaten van winstmodel

Eindelijk kunnen we hele spul in de computer stoppen en de zaak uitrekenen of simuleren. Ik heb nog een paar startvariabelen (uit het verleden, vanwege de veronderstelde vertragingen in het model) nodig. Ik neem aan dat deze ondernemer een schuld heeft van € 100 en dat hij vrij willekeurig is begonnen met 10 uur acquisitie (in periode 0, voor de werkelijke opstart). Er is in het begin nog geen sprake van winst (in periode 0 is de winst dus € 0).

Nu kunnen we de redenering van de uitkomsten of resultaten volgen (zie tabel hieronder). Omdat er 10 uur acquisitie is gedaan ligt er nu een orderportefeuille van 10 uur. Er is genoeg tijd om deze order uit te voeren dus de verkoop kan beginnen op 10 stuks (inkomsten = 10 in periode 1). Er hoeven geen klanten teleur te worden gesteld, er zijn dus geen boetes. De uitgaven bestaan alleen uit loon (31 uur, helaas 9 uur verloren een reistijd etc) en rente (2% van de restschuld van € 95). Er is dus sprake van een winst van € 10 – € 5 = € 5 die meteen gebruikt wordt om af te lossen op de lening (€ 100 – € 5 = € 95).

ScreenShot004En nu komt het erop aan. De ondernemer ziet dat hij winst heeft gemaakt en dat doet hem besluiten in de volgende ronde (periode 2) een uurtje extra aan acquisitie te doen. Dit proces van aanpassing blijft zich een aantal periode herhalen. Elke keer is de winst positief en wordt er gedaan aan schuldafbouw en steeds meer acquisitie. We zien dat er een kanteling in het systeem komt in periode 5: op dat moment doet de ondernemer zoveel aan acquisitie dat hij de orders niet meer kan uitvoeren en ontstaan er boetes. Deze drukken de winst die uiteindelijk richting de nul afzakt waarna de ondernemer besluit zich minder met acquisitie bezig te houden en zich te focussen op de uitvoering van de orders. Er ontstaat nu een cyclisch patroon van meer acquisitie, resulterend in meer winst, uiteindelijk meer boetes, dan weer meer productiewerk, tot de winst weer omhoog gaat etc. De winst is uiteindelijk (bij alle gemaakte aannames) maximaal als de ondernemer zo rond de 14 uur aan (effectieve) acquisitie doet en 12 uur aan productiewerk.

10 lessen (én songs) ondernemerschap (12 / voorlopig slot)

Na de 10 mythes rondom ondernemerschap nu dan het tegendeel: wat zou het dan wél kunnen zijn. Alles op een hoop gooien en proberen wederom uit te komen op het magische getal 10. Tien (10) lessen ondernemerschap.

De 10 lessen heb ik onderverdeeld in een viertal categorieën: start, finish, overtuigingen tijdens het ondernemen en houding/blik op de wereld tijdens het ondernemen.

  1. De start is het belangrijkste, er moet iets zijn van een drive. LES 1 gaat hier over.
  2. Dan dat doel als stip op de horizon, dat is de droom, een soort ijkpunt waar steeds naar wordt gerefereerd in het hoofd van de ondernemer (dus geen plan op papier of zo). LES 10, de laatste les gaat hier over.
  3. 3a. Tijdens de rit, op weg van start naar finish, wat is handig om over jezelf te denken tijdens het ondernemen. De overtuigingen van de ondernemer. LESSEN 2, 3 en 4.
  4. 3b. Tijdens de rit, op weg van start naar finish, hoe kijk je het beste naar de buitenwereld, de blik naar buiten. LESSEN 5, 6, 7, 8 en 9.

ScreenShot049LES 1: een ondernemer wil de wereld veranderen.

Alles draait om een sterke prestatiemotivatie. Het kan hier gaan om status, erkenning, macht, aandacht. Het lijkt om geld te gaan maar vaak is dat een tussenstap. Het kan ook gaan om vrijheid of zelfrealisatie. Dit is combinatie met les 10: een koppeling naar de materiële wereld is nodig voor ondernemerschap. Veel van de genoemde lessen zijn ook op andere ‘excelleerders’ (zoals wetenschappers, kunstenaars etc) van toepassing maar dat maakt ze nog geen ondernemers.

Intermezzo: Een recent boek van (o.a.) Amy Chua (The triple package, 2014) lijkt een vergelijkbare stelling te verkondigen. Amerikaanse bevolkingsgroepen die meer succes hebben dan andere groepen kenmerken zich volgens de auteurs door:

  1. Een superioriteitsgevoel (wij zijn uitverkoren, wij zijn de uitvinders van het schrift etc)
  2. Een gevoel van onzekerheid (ben ik wel goed genoeg?)
  3. Weerstaan van de korte termijn verleiding (aan de slag)

De bijzondere combinatie van 1 en 2 (‘ik ben heel goed’ én ‘ik ben onzeker’) geeft de altijd durende drive om je steeds maar te willen bewijzen. Er is altijd iemand beter dan jij. Succes wordt in dit boek overigens heel simpel (en plat, en Amerikaans) gedefinieerd als rijk zijn, geld verdienen. Materiële welvaart dus, want dat is blijkbaar de meetlat van de maatschappelijke status. Het gaat dus niet over goede opvoeders, kunstenaars etc. Dat we het maar weten.

De combinatie van 1 en 3 leidt tot een arbeidsethos. Het is verleidelijk nu een biertje te pakken, maar gezien mijn ambitie en drive doe ik er beter aan nu naar huis te gaan omdat ik morgenvroeg weer op moet. Dit mondt dan uit in LES 5 van hieronder, de 10.000 uren regel. Verschil met ondernemers is (is mijn ogen) dat het niet per se om hard fysiek zichtbaar werk hoeft te gaan. Bij ondernemers is het meer een voortdurende alertheid en ‘bezig zijn met’ (je gaat niet ondernemen, maar je bént ondernemer).

Uit aflevering 7 over Sarasvathy haal ik de fraaie Engelstalige kreten/principes die ik nu aan de 10 lessen koppel. Daar werden echter maar 5 principes genoemd Ik heb er dus zelf nog 5 bij verzonnen om aan dat mooie getal van 10 te komen. Deze les 1 zou ik in die termen ‘Porsche at the house’ noemen.

Natuurlijk kun je dan denken aan ‘Money, money, money’ van Abba. Maar na ampele overwegingen spreekt mij in dit verband ‘Fame‘ van David Bowie meer aan.

LES 10: een ondernemer heeft een stip op de horizon

Dit is eigenlijk het spiegelbeeld van les 1. De brandende ambitie richt zich op (realisatie van) het eindpunt, op het grotere doel. Dat is niet altijd iets dat in woorden of getallen of een businessplan is uit te drukken. Het kan gaan om een gevoelsmatige visie of roeping. Om de wil ergens een stempel op te drukken. Overigens kan een uitvinder ook zoiets hebben, maar een uitvinder is geen ondernemer. Er moet een koppeling zijn met het geldmotief, met het praktisch omkatten van de wereld en de mogelijkheden tot betaalde producten en diensten.

De ondernemer heeft een plaatje in zijn hoofd hoe het zou moeten worden, hoe hij in die nieuwe wereld (waarin zijn ambitie is gerealiseerd) eruit ziet. Het plaatje geeft hem richting, is een toetssteen waar hij zijn huidige situatie aan kan afmeten (en hem dus vertelt wat hij nog te doen heeft).

Deze stip aan de horizon komt wat mij betreft overeen met de eerdere kreet ‘Bird in hand’. Een song die het mooi verwoordt is ‘Pastime paradise‘ van Stevie Wonder.

De overtuigingen van de ondernemer

We gaan nu over naar de lessen 2 tot en met 4, het beeld dat een ondernemer maar beter van zichzelf kan hebben tijdens de rit. In termen van songs (op een of andere manier komen die spontaan opzetten): Me, myself and I (Joan Armatrading?).

Bijgaand plaatje vat de overige lessen 2 tot en met 9 (het ‘middenstuk’) samen:

ScreenShot050LES 2: een ondernemer is een solist.

Les 2 gaat over autonomie. De idee dat je het zelf gaat doen, jij bent de eigenaar en de verantwoordelijke. Een ondernemer is in beginsel een solist maar weet slim gebruik te maken van andere mensen en zijn netwerk (LES 7). Samenwerken liever met een kleine groep en soms zelfs met slechts één ander. Een ondernemer is geen groepsdier. Voor de duidelijkheid: een solist betekent hier dus niet dat je alles alleen doet, maar dat het samenwerken in het teken staat van het realiseren van jouw doelen en ambities. In management-slang krijg je dan iets als: All by myself. Naar de song van … hoe heet ie ook alweer? Blijkt Eric Carmen te zijn, de song is bekender dan de man …

LES 3: de ondernemer heeft het goed met zichzelf getroffen

De ondernemer is blij met zichzelf en heeft veel (energie en) zelfvertrouwen. Ondanks de bereidheid tot leren en aanpassen, is de ondernemer iemand die gelooft in eigen kunnen en dat het wel goed komt. Bescheidenheid komt hier niet zo aan te pas. In Brabantse slang wordt dat dan ‘Ik ben keigoed’. Als het dan toch een Engelse kreet moet worden: I am the champion, naar de song van Queen.

LES 4: een ondernemer heeft een uitvalsbasis

In de harde wereld met tegenvallers is het belangrijk dat je ergens op terug kunt vallen. Dit is in mijn ogen meer perceptie dan of het ook echt zo is. Ben ik bereid weer op een zolderkamertje te gaan zitten? Heb ik uiteindelijk een paar vrienden of mijn vrouw/kinderen die me blijven steunen? Durf ik in vertrouwde kring mijn echte problemen te bespreken, heb ik het idee dat ik echt word geholpen als ik in nood zit? Een nieuwe slogan zou dan worden: Safe at home. Als het dan toch in songs moet: Driving home for Christmas, van Chris Rea.

De blik op de buitenwereld van de ondernemer

Nog steeds tijdens de rit van A naar B, van start naar finish, blijft er een aantal lessen over die je de kijk op de wereld zou kunnen noemen. The world is my oyster, of zoiets (Frankie goes to Hollywood?). Er doen zich voortdurend kansen voor en die kun je maar beter grijpen.

LES 5: de ondernemer gaat tot het gaatje

gewoon bikkelen, vallen en opstaan, een blinde passie, heel veel uren maken, je leven in dienst stellen van, denken / voelen / praten in termen van de droom. 10.000 uren maken, vrije tijd opofferen. Maar ook je verlies kunnen nemen, juist met het oog op de realisering van je ambitie. Vandaar de flexibele aanpassing van dat doel.

Don’t stop, Fleetwood Mac.

LES 6: een ondernemer staat open voor kansen

Ook hier weer een scannende blik. De wereld doet zich steeds anders voor en ik kijk naar wat ik nu kan gebruiken. Iedereen heeft die kansen, maar de ondernemer ziet ze eerder omdat ie ervoor open staat en pakt die kansen. Het doel wordt hier op aan gepast, flexibele opstelling, meer wegen naar Rome.

It’s always the sun, Stranglers.

LES 7: een ondernemer maakt slim gebruik van zijn netwerk

zie je netwerk als een verzameling mensen met mogelijkheden, maak daar gebruik van, vindt niet zelf opnieuw het wiel uit. Voortdurende scan naar dingen die handig zijn en in jouw toko passen: heb ik hier iets aan? Hier hoort overigens wel bij dat een ondernemer snel contact moet kunnen maken met een ander. Hij is in staat snel rapport te maken, anderen met zich mee te krijgen, voor zich te winnen.

With a little help of my friends, Ringo Starr/Beatles of toch beter Joe Cocker.
LES 8: een ondernemer is geen innovator maar een slimme combineerder

Wat ik onder mythes al zei, liever niet zelf het wiel uitvinden. Kijken wat er allemaal al is en daarmee verder gaan. Gebruik je netwerk, je omgeving, de uitvindingen van een ander. Combineer slim want dat is goedkoop en lekker snel.

Fixing a hole, Beatles.

 

LES 9: de ondernemer werkt met gecalculeerd risico

Risico dus liever niet, maar ala je moet wat, niks voor niks. Er is toch een conservatieve visie op risico nemen, alleen als je echt overtuigd bent van de voordelen. Overigens meestal op gevoel en niet op rekenkundige basis. Bij twijfel niet inhalen, zou ik zeggen. Verlies nemen hoort hier ook bij.

Lost that lovely feeling, Righteous Brothers.

ScreenShot052

 

Rudy van Stratum

De kunst van het tegendenken: vanaf vandaag ‘in de winkel’

Vanaf vandaag is ons nieuwe boek ‘De kunst van het tegendenken’ te koop bij uitgever Boekscout.

ScreenShot743Bestellen kan via deze link naar de site van Boekscout.

Op de site is ook een preview te vinden. Helaas is er daar geen mogelijkheid de inhoudsopgave te zien. Die is daarom hieronder te vinden.

Het uitgeefproces was een boeiende zoektocht. Ik ga daar deze week nog over schrijven in een aparte blog.

Rudy van Stratum

 

Inhoudsopgave van “De kunst van het tegendenken”

1. Iedereen maakt kostbare fouten (en baalt daar van)

Deel 1: dagelijkse verwondering over geld en rendement

  1. Voor de huisman: het rendement van een spaarlamp
  1. Voor onder de kerstboom: slim afvallen
  1. Voor op een feestje: ‘Ja maar’, is dat echt zo fout?
  1. Voor de uitzendkracht: van de regen in de drup
  1. Voor ondernemende medewerkers
  1. Voor de huizenbezitter: denkfouten op de huizenmarkt

 

Deel 2: tegendenken over geld en rendement

  1. De beslisboom slimme financiering
  1. Denkfouten
  1. Nudges: soms hebben we een klein zetje nodig
  1. Van tegendenken komt meedenken
  1. Het probleem moet centraal staan
  1. Verkennen van het wereldmodel
  1. Verruiming van het wereldmodel
  1. De kunst van het doorvragen ..
  1. Van buitenaf en zelf aan de slag
  1. Tijd voor tegendenken?
  1. Voor de twijfelaar: signalen voor tegendenken
  1. Moeilijke woorden
  1. Mooie modewoorden
  1. Belangrijk is niet genoeg
  1. De juiste dingen doen
  1. Persoon en inhoud
  1. Voor de vergadering
  1. De basis voor tegendenken

 

Deel 3: professionele verwondering over geld en rendement

  1. Voor de (milieu-) ambtenaar: aardgasbussen
  1. Voor de Maatschappelijk Verantwoorde Ondernemer
  1. Voor de ontwikkelaar: In Sneek hadden ze een droom..
  1. Voor de econoom: een ander wereldmodel voor economische groei?
  1. Voor de crowdfunder: crowdfunding een succes?
  1. Voor de natuurbeheerder: Natuur in Nederland, wat is juist?
  1. Voor de organisatieadviseur (1): het canvasmodel, simpel hoor!
  1. Voor de organisatieadviseur (2): pas op, gevaarlijk dat canvasmodel!
  1. Voor de woningbouwcorporatie: de SS Rotterdam, gebrek aan vijanden

 

Deel 4: zelf aan de slag met tegendenken

  1. Van tegen-denken naar mee-voelen
  1. Doel achter het doel, de wondervraag
  1. Rituelen
  1. Roddelen
  1. Postmortem (1)
  1. Postmortem (2)
  1. Postmortem (3)
  1. Disney strategie (1)
  1. Disney strategie (2)
  1. Disney strategie (3)

 

Deel 5: over de rol van geld en (verborgen) kosten

  1. Lang leve het financiële argument (1)
  1. Lang leve het financiële argument (2)
  1. De prijs van een mensenleven: onmeetbaar hoog?
  1. Natuurlijk is er geld!
  1. Verborgen kosten (1): de kosten van niet kijken naar betere alternatieven
  1. Verborgen kosten (2): kosten van organiseren
  1. Verborgen kosten (3): onderhandelingskosten
  1. Verborgen kosten (4): kosten van toezicht
  1. Nabrander: het verschil tussen waarde en prijs

 

Deel 6: hoe werkt een economisch model?

  1. Op zoek naar het ‘economische model’ van een ander
  1. Plastic panda’s
  1. Plastic panda’s (tegen-)denkstrategieën
  1. Plastic panda’s uitkomsten
  1. Werkt dat met die denkstrategieën?
  1. Hulpmiddel vragenlijst doorgronden denkstrategie

 

Deel 7: van tegendenken naar systeemdenken

  1. Ongewenste bijeffecten
  1. Economie is ook systeemdenken
  1. Het dilemma van de theezakjes
  1. De wielrenners paradox
  1. De dynamiek van commercieel bosbeheer

 

Deel 8: epiloog

  1. De zwarte zwaan
  1. In vogelvlucht
  1. Voor als het gaat duizelen
  1. Lijst gebruikte begrippen en geraadpleegde bronnen