Rudy – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl Voor een hoger maar ook duurzaam rendement Sat, 04 Jan 2020 20:02:48 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.8.1 https://www.stratumstrategie.nl/wp-content/uploads/2017/11/cropped-ss-logo-02-32x32.gif Rudy – Stratum Strategie https://www.stratumstrategie.nl 32 32 Boekordening Bas Haring ‘Plastic Panda’s’ https://www.stratumstrategie.nl/boekordening-bas-haring-plastic-pandas/ Wed, 13 Jun 2012 06:59:03 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=901 Boekbespreking van Bas Haring’s Plastic panda’s (2011). Ditmaal in (weer) een ander format gegoten. Aanleiding was een discussie die ik een aantal weken geleden bijwoonde tussen de auteur en een aantal ‘opponenten’. Het was verwarrend de discussie goed te volgen. Wat was nu een nieuw argument en wat was een herhaling van hetzelfde argument in andere woorden?

Ik had behoefte aan een overzicht van de logica van de opbouw van het betoog. Wat voor soort stellingen en argumenten zitten er nu in het verhaal van Bas Haring? Ik nam het idee van een economisch model als ordeningsprincipe (of metafoor). In een economisch model heb je exogenen die vooraf bepaald worden en het model ‘in gaan’. Vervolgens heb je het eigenlijk model (de vergelijkingen die het gedrag beschrijven, vaak zijn deze geschat op basis van empirische data) en tenslotte heb je de uitkomsten die het model genereert.

Op deze manier zou je snel kunnen zien wat er speelt in de discussie. Is het een vooraf bepaalde input waar de sprekers over van mening verschillen (ander geloof, andere feiten waarop ze zich baseren)? Gebruiken ze andere argumenten (het model)? Of maken ze fouten in hun berekening, zijn ze niet consequent in hun redenering (de uitkomsten)?

Voor beter leesbare versie, download pdf:

klik hier voor download

]]>
Boekbespreking Tim Jackson ‘Prosperity without growth’ https://www.stratumstrategie.nl/boekbespreking-tim-jackson-prosperity-without-growth/ Mon, 26 Mar 2012 09:59:37 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=698 Boekbespreking van Tim Jackson’s ‘Prosperity without growth’. Ditmaal in een ander nog experimenteel format gegoten.

Voor beter leesbare versie, download pdf:

klik hier voor download

]]>
Tegenkracht organiseren: lessen uit de kredietcrisis (2012) https://www.stratumstrategie.nl/tegenkracht-organiseren-lessen-uit-de-kredietcrisis-2012/ Tue, 31 Jan 2012 15:13:28 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=690 Vorige week verscheen de studie ‘Tegenkracht organiseren: lessen uit de kredietcrisis’ (Raad voor Maatschappelijke ontwikkeling 2012).

Kernpatroon: niet uniek voor kredietcrisis

De studie gaat op zoek naar het kernpatroon dat ten grondslag ligt aan het ontstaan van de kredietcrisis. Verder is de stelling dat dit kernpatroon niet uniek is voor de kredietcrisis en de financiële sector. Sterker nog, het is niet alleen voorbehouden aan de commerciële sector, we zien het ook terug in de publieke sector. De studie illustreert dit met voorbeelden uit de zorg en het onderwijs.

Kernpatroon: abstractie

Het kernpatroon dat het RMO heeft ontdekt bestaat uit 3 stappen. Het begint met een probleem of een uitdaging. Iets moet bijvoorbeeld goedkoper of sneller worden. In de zoektocht naar oplossingen wordt de werkelijkheid dan hanteerbaar gemaakt door te denken vanuit een versimpelde weergave van die werkelijkheid. Dat is stap 1, we maken een model of sjabloon van de werkelijkheid. Dit is de stap van de abstractie.

Om een probleem op te lossen ga je terug naar de kern, je laat zaken sommige zaken weg en vergroot andere zaken juist uit. Op deze manier ontstaan doelstellingen als – maximaal rendement voor de aandeelhouder, – minimale kosten per patiënt, – een zo hoog mogelijke gemiddelde cito-score voor de school etc.

Op zich is hier niets mis mee. Het maakt de complexe werkelijkheid hanteerbaar. Het gaat fout als vergeten wordt dat het maar om een model gaat, om een benadering van de werkelijkheid. Als er vergeten wordt wat ook alweer het echte probleem was waar het model de oplossing voor zou bieden.

Kernpatroon: domineren

Stap 2 in het patroon is dat in de nieuwe wereld van het abstractie model één belang gaat domineren. Zoetjesaan komt de oorspronkelijke doelstelling steeds meer op de achtergrond. Het middel wordt zoetjes aan een doel. De paradox is dat de werkelijkheid zich naar het model gaat zetten. Blijkbaar is de cito-score belangrijk, want daar word ik op afgerekend als docent, dan zal ik ook zorgen dat mijn leerlingen een hoge cito-score krijgen. Deelnemers aan dit spel gaan strategisch gedrag vertonen, gaan hun gedrag aanpassen aan het abstracte model. Mensen die het spel goed spelen worden beloond, mensen die zich verzetten worden afgestraft.

Kernpatroon: escaleren

Stap 3 in het patroon is dat er versterkende effecten optreden: zij die het spel het best spelen worden op dominantere posities gezet, zij die het spel niet goed spelen haken af en vertrekken. Er ontstaat een versterkende ‘bias’, er is sprake van zelfselectie. Uiteindelijk ontstaat een spel en een setting van deelnemers die uitblinken in het sturen van de werkelijkheid naar het vereenvoudigde model dat afziet van de oorspronkelijke gelaagdheid. De studie spreekt hier van een negatieve ‘reflexitiviteit’: systemen en mensen gaan op elkaar reageren (groupthink), het systeem gaat met zichzelf op de loop, er ontstaan perverse en averechtse effecten. Dit gaat door tot het systeem uit zijn voegen barst, ontploft, er zich een ramp voordoet etc. Dit is stap 3 van het uit de bocht vliegen, de stap van de escalatie.

Abstraheren-domineren-escaleren

Het patroon is dus – abstaheren, – domineren, – escaleren. Gevolg van het patroon is dat de systeemwereld het geleidelijk overneemt van de leefwereld.

Sterk van de studie is dat er geen schuldigen worden aangewezen. De studie neemt afstand en gaat op zoek naar het patroon. Oplossingen voor het aanvankelijk geformuleerde probleem worden vanuit goede intenties bedacht. Als er veel geld naar het onderwijs gaat en we verwachten er meer van, dan is het niet raar om de prestaties te gaan meten en volgen. Over zo’n cito-score is goed nagedacht. Zo’n score heeft zijn nut maar natuurlijk ook zijn beperkingen. Als het hele systeem zich gaat richten naar maximale cito-scores dan ontstaan negatieve en ongewenste bijeffecten. Het is ook menselijk dat we ons gedrag aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. We willen immers overleven in het systeem. En zo gaat survival of the fittest over in surviving of the fitting (niet de meest geschikte overleeft maar diegene die het best past). Dat de studie niet oordeelt door schuldigen aan te wijzen betekent overigens niet dat er geen schuldigen zijn. Diploma-fraude is begrijpelijk als systeem-effect maar kent natuurlijk wel een schuldige.

Oplossingen

Ook geloofwaardig van de studie is dat er geen simpele oplossingen worden geboden (ook wel weer jammer natuurlijk). Want wat kunnen we doen om verdere schade of herhaling te voorkomen? De studie stelt dat deze systeemeffecten er nu eenmaal bij horen, ze kunnen niet helemaal worden voorkomen.

De oplossing om grotere schade te voorkomen:

  • Erkennen dat de werkelijkheid complex is. Erkennen dat er altijd meerdere belangen rond een probleem spelen. Breng de belangen in kaart en spreek er openlijk over hoe alle belangen zo goed mogelijk kunnen worden bediend.
  • Erkennen dat elke oplossing weer nieuwe problemen met zich meebrengt. Erkennen dat elke afspraak, elk systeem, elke spelregel tot een nieuwe dynamiek en werkelijkheid leidt die weer nieuwe (en ongewenste) bijeffecten genereert. De oplossing is, zoals deze studie doet, van afstand kijken naar het systeem en je afvragen: wat gebeurt hier nu eigenlijk, is dit wat we willen? Het visualiseren van de patronen geeft vaak weer nieuwe inzichten (en is in feite een vorm van interventie en het begin van verandering).
  • Tenslotte, en daar hebben we de titel van de studie, organiseer tegenkrachten. Haal andersdenkenden binnen je organisatie, luister naar kritische geluiden, geef gelegenheid tot het uiten van klachten, richt een procedure in dat de klachten op een goede plek terecht komen en serieus worden behandeld, organiseer toezicht, koester ondernemingsraden, cliëntenraden, burger-raden en zo verder.

Rudy van Stratum

 

]]>
Leegstand kantorenmarkt: overzicht van kasstromen in de tijd https://www.stratumstrategie.nl/leegstand-kantorenmarkt-overzicht-van-kasstromen-in-de-tijd/ Sun, 29 Jan 2012 10:13:48 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=679 Meteen na het zien van de VPRO-documentaire (de 1e in de reeks, over het grote kantorenpand van KPMG in Amstelveen) over de leegstand op de kantorenmarkt pakte ik een vel papier om beter te kunnen snappen wie nu wat verdiende aan wie. Want hoewel de documentaire mij intrigeerde, een echte uitleg van de constructie zelf ontbrak naar mijn smaak.

Mijn conclusie was dat naïeve (en/of gretige) pensioenfondsen hier de tegenpool vormden voor projectontwikkelaar en huurder (KPMG). Uiteindelijk is het dus de pensioengerechtigde die zijn pensioen-uitkering ziet dalen. Een variant op de kredietcrisis waar de prijs van het nemen van te grote risico’s uiteindelijk door de belastingbetaler wordt betaald.

Het is verleidelijk hier te gaan interpreteren maar waar het allereerst om gaat is te snappen wat er nu precies speelt. Persoonlijk vind ik dat ook sterk aan het recente rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) met als titel ‘Tegenkracht organiseren’. Het rapport gaat in op de achterliggende dynamiek die de kredietcrisis mogelijk maakte maar geeft ook vergelijkbare verklaringen voor fraude in het onderwijs en rationalisering in de zorg. Zie voor hele rapport: rapport rmo . Ik wil in een aparte bijdrage wat langer bij dit rapport stilstaan.

Maar ik dwaal af. Ik heb mijn schetsen naar collega Stijn van Liefland gestuurd en na wat op en neer mailen is een visueel overzicht ontstaan van wat volgens ons de financiële constructie van de VPRO-uitzending behelst. De plaat is te vinden op:

constructie

]]>
Anders betalen begint met anders denken 17 januari 2012 https://www.stratumstrategie.nl/anders-betalen-begint-met-anders-denken-17-januari-2012/ Wed, 18 Jan 2012 16:33:56 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=676 Gisteren was ik aanwezig op een seminar met de titel ‘Anders betalen begint met anders denken’. Locatie Utrecht, Hoog Catharijne. Organisatoren LvdO (Leren voor duurzame Ontwikkeling, onderdeel van Agentschap NL voorheen Senter Novem) en Qoin. Via een aantal projecten die we doen rondom duurzame (gebieds-) ontwikkeling en via onze website slimme financiering zijn we bij dit onderwerp betrokken geraakt. Ik was vooral benieuwd of er belangstelling voor dit onderwerp was, wat voor mensen er op af komen en wat er inhoudelijk wordt besproken.

Setting

Het geheel speelt zich af in een lounge-achtig vergadercentrum, her en der koffie-machines, een hoop mensen verscholen achter hun laptops met wifi verbindingen, her en der een overlegje in een klein groepje en ook hier met die laptop erbij, grofhouten bankjes, grote lange tafels, je kent het wel. Mooie grote zaal (overal een flesje water op de vele rijen stoelen) en na een half uur binnendruppelen door vertraagde treinen uiteindelijk tjokvol, ik schat zo’n 100 mensen, dus belangstelling enorm (inschrijving is vervroegd gestopt wegens overtekening). Deelnemers van diverse pluimage, ik zie grote bedrijven, gemeentes, belangenclubs, zelfstandig adviseurs.Veel informele kleding met her en der een verdwaald pak.

Programma

Als algemene inleiding 2 plenaire presentaties, daarna uiteen in 3 subgroepen naar andere zaaltjes (met 30 personen per groep dus geen kleine zaaltjes). Op het eind plenair bespreken van de uitkomsten van de 3 sessies. Onderwerpen van de 3 sessies:

  • C3 handelsnetwerk voor het MKB (door samenwerking en het gebruik van regio-Euro’s liquiditeitsproblemen oplossen).
  • Caire, tijdsgeld in de zorg door inzet vrijwilligers.
  • Lokaal geproduceerde energie als drager voor community currencies.

Plenaire lezing: transities en Community Currencies

Een verhaal van Harry te Riele van Storrmcs. Op zoek naar patronen voor transities. Aanleiding is dat er zich een aantal catastrofes na elkaar voordoen. Daarna roept men: dit nooit meer en steekt de koppen bij elkaar. Er komt focus op het realiseren van deze ambitie. Vervolgens slaagt men in de doelstelling. Zozeer zelfs dat er een versterkende loop ontstaat, er ontstaat een J-curve, een exponentiële ontwikkeling Ondertussen ontstaan er ook (steeds meer) negatieve bij-effecten. Totdat die bij-effecten zodanig worden dat er een tegenbeweging ontstaat. Er ontstaat een onderstroom van protest en verzet. Bij voldoende kritische massa van de onderstroom volgen corrigerende maatregelen, nieuwe wet- en regelgeving, behoefte aan een nieuw verhaal etc.

Voorbeeld 1, landbouw. Hongersnoden zijn hier de drijvende krachten. Halverwege de vorige eeuw wordt geroepen ‘dit nooit meer, nooit meer honger’ en zet men in op de doelstelling maximaliseer de opbrengsten van de grond. Er komen allerlei Europese programma’s. De opbrengsten per hectare laten na de jaren 50 een exponentieel verloop zien. Vanaf de jaren 70 en 80 worden de negatieve bij-effecten duidelijk. Vervuiling van de grond, ontbossing etc. Er ontstaat een tegenbeweging en sinds een jaar of 20 is de agrarische sector aan het herbezinnen op de oorspronkelijke doelstelling en/of is er behoefte aan een nieuw verhaal.

Voorbeeld 2, de financiële sector. Twee wereldoorlogen en tientallen miljoenen doden. Na WO II zegt men: dit nooit meer, nooit meer oorlogen. De ambitie wordt om economische groei te krijgen, welvaart door samenwerking en door openstellen van de grenzen, geen belemmeringen en realisatie van vrijhandel. De dollar vervult een sleutelpositie in dit nieuwe groeisysteem. Er ontstaat weer een J-curve, we zien welvaart en groei die we nooit eerder hebben gezien.  Met de val van de muur in 1989 vallen een aantal politieke tegenkrachten weg. De ideologie van de vrije markt tekent zich af. Met de komst van ICT als ondersteunende kracht gaan alle remmen los. Tot de nadelen beginnen op te spelen. Uitputting van grondstoffen, vervuiling, scheve inkomensverdeling, financiële instabiliteit. Er ontstaat een tegenbeweging, zie o.a. No Logo van Naomi Klein. Tot de crash van 2008 en de crisis waar we nu al een aantal jaren inzitten. Nieuwe tegenbewegingen, behoefte aan een nieuw verhaal. Andere betaalsystemen is ook zo’n onderstroom.

Mooi verhaal. Herkenbaar patroon. Ik had er een paar vragen bij en omdat de groep te groot was en de tijd te kort dus maar hier.

  • Is er in de landbouw sprake geweest van een transitie? Van een nieuw verhaal? Hoe luidt dat verhaal?
  • Wat kan de tweede transitie (financieel groeimodel) leren van de eerdere transitie (landbouw)?
  • Zijn interventies mogelijk en zinvol?
  • Of moeten we zeggen: zo gaan die dingen, so what, elke keer komt er een tegenbeweging en aanpassing van de oorspronkelijke ambities, het lost zichzelf wel op?

De tweede lezing wordt verzorgd door Qoin (in de persoon van Rob van Hilten) en gaat over de achtergrond en geschiedenis van community currencies. Ik onthoud een paar dingen van deze lezing:

  • Alternatieve geldsystemen hebben in de geschiedenis meermalen en op vele plekken hun nut bewezen. Het kan dus en het werkt.
  • Centraal in de gedachte staat dat het om een 2e geldsysteem gaat bovenop of naast een bestaand officieel geldsysteem. Het vervangt dus uitdrukkelijk niet het bestaande geldsysteem.
  • Voor een gemeenschap is veerkracht belangrijk. En veerkracht staat tegenover toenemende specialisatie en onderlinge afhankelijkheid. Ik zie een economische curve voor me waarbij veerkracht op de ene as staat en rijkdom/specialisatie op de andere. Je kunt erg rijk worden door extreem te specialiseren, maar hierdoor krijg je schaalvergroting , monoculturen en een bijzonder hoog risicoprofiel. Als het fout gaat, dan gaat het ook goed fout. Het andere uiterste op de curve is een eenling die alles zelf doet en van niemand afhankelijk is, maar daardoor ook beperkt welvarend zal worden met een laag risicoprofiel. Een tweede geldsysteem zoekt op de curve een tussenpositie of optimum op: voldoende specialisatie binnen een lokale gemeenschap, maar met verbinding met de grotere wereld. Iets lagere welvaart in groeitermen maar ook een lager risicoprofiel en minder kwetsbaarheid.
  • Voor succes is het noodzakelijk dat een grote partij toe treedt. Alleen met kleine partijen blijkt het alternatieve betaalsysteem na een aantal jaren steeds weer af te sterven.

Ook hier zijn weer vele vragen te stellen (en ik ben ervan overtuigd dat het vele materiaal dat op internet te vinden is hier ook antwoorden kan geven):

  • Moet er per se een ander systeem naast bestaan? Hoe gaat het als er uitsluitend zo’n ander systeem bestaat?
  • Wat precies zijn de condities of randvoorwaarden waarbinnen dit concept zijn goede werk doet? In de voorbeelden leek het erop dat er sprake moet zijn van een onderbestedingsevenwicht en van lokale potentie (werkloosheid die door uitgifte van eigen bonnen deels kon worden opgelost met medewerking van lokale middenstand).
  • Is het een tijdelijke oplossing of kan het ook structureel een rol vervullen en welke dan?
  • Als de systemen dan wereldwijd hun praktische nut hebben bewezen waarom is het dan zo moeilijk er hier een van de grond te krijgen?
  • Wat zijn met de komst van de moderne ict- en internet-techniek nieuwe mogelijkheden die daarvoor niet mogelijk waren? Hoe wordt/kan het anders en beter hierdoor?

Jammer ook dat niet even stil werd gestaan bij het verdienmodel van Qoin zelf. Qoin is een van de mede-organisatoren van deze middag en bestaat al langere tijd. Wat is hun belang, waar verdienen zij hun geld of punten mee? Rob gaf overigens zelf een voorbeeld van hoe het zou kunnen: ik geef een lezing voor 1200 punten, ik vraag iemand in de zaal om voor 1600 punten bij mij een advies te komen verrichten, saldo Qoin -400, saldo van de zaal +400. Paradox van deze middag was dat van geen enkele partij het verdienmodel expliciet werd gemaakt. LvdO iets met subsidies neem ik aan, Qoin geen flauw idee, Caire ook niet duidelijk maar zie hieronder.

Sessie: Caire.nu

Ik had graag bij alle sessies aanwezig willen zijn maar dat is technisch nu eenmaal niet mogelijk. Hier een korte persoonlijke impressie van de Caire presentatie.

Waar gaat het om? De vraag naar zorgdiensten zal de komende decennia alleen maar toenemen (o.a. door de vergrijzing), dat betekent een enorme stijging van de inzet van personeel en menskracht. Daar is het geld en de mensen niet voor beschikbaar. Aan de andere kant heeft de kring mensen om de vragers heen (de lokale gemeenschap) potentie hier een bijdrage te leveren. Het concept is eigenlijk heel simpel. Caire wil een marktplaats zijn voor vraag en aanbod van lokale zorg gericht op het vrijwilligers circuit. Ik zoek iemand die mij naar het ziekenhuis kan brengen. Ik zet een oproep op het Caire netwerk. Iemand uit mijn buurt wil graag voor mij rijden en wij sluiten een deal. De chauffeur bouwt daarmee punten en waardering op (gesproken werd van caire-miles en caires-smiles). Die punten kun je voor je eigen (latere) behoefte inzetten dan wel (in de toekomst) inruilen voor echte goederen of diensten in de lokale economie (als voorbeeld werd bioscoopbezoek genoemd). Ook mooi is dat het systeem uit gaat van de kracht van de burger. Ook iemand met een ziekte kan nog heel veel dingen en die kun je dus ook aanbieden in het systeem.

Er is een digitale marktplaats waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten ontwikkeld en het zou hier gaan om open source software die algemeen gebruikt kan worden zonder betaling. Specifiek voor eigen toepassing kan het systeem gekocht of gehuurd worden tegen normale betaling. Ook kunnen diensten worden ingehuurd van Caire om de opstart van zo’n locale applicatie te begeleiden. Bij dit initiatief is een aantal grote spelers betrokken (een verzekeraar en een bank en aantal gemeentes). Per 1 februari 2012 gaat het van start. Of het gaat werken is gewoonweg niet bekend, geven de initiatiefnemers ruiterlijk toe. In het buitenland (Japan werd een aantal keren aangehaald) is dit systeem echter bewezen succesvol.

Ook hier weer een paar vragen en bedenkingen:

  • Zoals gezegd: wat is het verdienmodel van Caire?
  • Een mooi initiatief en ik hoop dat het gaat werken. Maar ergens zit een stemmetje in mij dat zegt: is dit niet een legitimatie van grote partijen om hun bestaande ding te kunnen blijven doen ook al is dat inefficiënt (en/of behoefte aan een nieuw verhaal, zie hierboven Harry te Riele). Het is gewoon een slimme bezuinigingsoperatie door de inzet van vrijwilligers. Eventueel bestaande (niet marktconforme) salarissen en bonussen binnen de verzekeraar en bank worden zo gelegitimeerd.
  • Waarom laten die grote partijen niet het goede voorbeeld zien door de punten geldig te maken voor korting op de hypotheek, betaling van de ziektekosten premie, vermindering van de belasting? Naar mijn smaak werd iets te heftig benadrukt dat dit echt een systeem erbij is want ‘wij blijven tenslotte een financiële instelling’ en ‘mijn hypotheek moet ook worden betaald’.
  • Er is goed nagedacht over de juridische structuur van Caire. Het gaat om een coöperatie met leden. Iedereen kan lid worden (svp de condities melden van toetreding) en er is een bestuur, ledenraad etc. Maar hoe voorkom ik nu dat er uiteindelijk een nieuwe organisatie ontstaat waar weer gewoon wat mensen op de loonlijst staan die papier verschuiven?
  • In wezen gaat het technisch om een eenvoudige opzet. Sterker nog, daar zijn al gratis systemen voor te vinden op internet. De truc is dat grote partijen zich moeten scharen achter het concept en dat er een kritische massa van gebruikers komt. Maar dat hoeft op zichzelf niets te kosten. Ik vermoed dat er nu al veel geld is gaan zitten in adviesbureaus die een huisstijl ontwikkelen, logootje hier en daar, reclame zus en zo, acquisitie en lobby-werk her en der.
  • Nog vele praktische vragen: wat doe je als het steeds dezelfde mensen zijn die een beroep doen en steeds dezelfde die een vraag uitzetten? Het gaat hier bewust om een uur-voor-uur systeem, wat doe je als bepaalde diensten schaars zijn en een uur geen uur meer is? En zo kan ik er nog wel tien of twintig bedenken.
  • Maar los van dit soort zwartkijkerij (maar mensen, transparantie mag, laat gewoon zien die cijfers!) is het mooi dat er zoiets aan staat te komen. Voor mij weer een bevestiging dat het kan en niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.

Afsluiting

Een zinvolle middag. Prima georganiseerd, zowel qua vorm als qua inhoud. Ik denk dat ‘we’ dit vaker moeten doen. De groep hoeft voor mij niet zo groot te zijn. Maar is voor mij wel een teken dat het leeft, dat er iets aan staat te komen.

Rudy van Stratum

 

]]>
Waar goede ideeën vandaan komen – Steven Johnson https://www.stratumstrategie.nl/waar-goede-ideeen-vandaan-komen-steven-johnson/ Fri, 13 Jan 2012 10:30:17 +0000 http://www.stratumstrategie.nl/cms/?p=644 Een boek uit 2010 alweer. Het gaat niet zozeer (als de titel wellicht doet vermoeden) over hoe je een creatieve sessie organiseert, maar over de geschiedenis van uitvindingen en innovaties en hoe die tot stand zijn gekomen. Johnson kijk naar de grote uitvindingen en spoort de patronen van het ontstaan ervan op. Hij doet dat om een journalistieke en prettig leesbare manier. Het doet mij erg denken aan de boeken van Malcolm Gladwell, zowel de keuze van onderwerpen, als de manier van kijken als de schrijfstijl (waarbij Gladwell nog soepeler en met meer humor schrijft)

7 Patronen

Johnson komt in zijn boek met 7 patronen die kenmerkend zijn voor het ontstaan van uitvindingen, innovaties of goede ideeën.

  1. Het volgende deurtje openmaken.
  2. Vloeibare netwerken.
  3. Kauwen op ideeën.
  4. Gelukkige samenloop van omstandigheden.
  5. Fouten.
  6. Nieuwe omgeving.
  7. Platforms.

Het volgende deurtje

Wat Johnson hier beweert is dat uitvindingen niet uit het niets komen. Je bouwt voort op wat anderen al voor jou hebben verzonnen en op wat er dus al beschikbaar is. Wij staan in die zin op de schouders van reuzen. Hij komt met een metafoor van een huis met allemaal kamertjes. Je bent in een kamertje en alle muren hebben een deurtje. Je weet niet hoe groot het huis is en wat er allemaal te doen is. Je opent gewoon een deurtje en kijkt wat daar achter zit. Het openen van een nieuw deurtje geeft steeds weer vier nieuwe mogelijkheden. Je komt steeds meer te weten over het huis.

Soms komt het voor dat je een briljant idee hebt maar dat er nog niet genoeg deurtjes open zijn om er ook daadwerkelijk iets mee te kunnen doen. Zo had Charles Babbage in 1837 al een hele uitwerking gemaakt van hoe een computer zou moeten werken. Er zijn mechanische constructies gemaakt op basis van de tekeningen van Babbage die aantoonden dat zijn idee werkte en inderdaad de voorloper van de huidige computers is. Pas met de uitvinding van de transistor in 1947 (die weer is ontstaan als fout of toeval bij een ander experiment) was het idee van Babbage ook praktisch en bruikbaar geworden. De transistor kon een PC worden dankzij het deurtje dat Babbage eerder had opengezet.

De tip voor ons is: kijk goed welke deurtjes al open zijn, maak slim gebruik van wat er al is.

Uitvindingen lijken in die zin ook een zeker determinisme te kennen. Meerdere uitvindingen zijn ongeveer tegelijkertijd op andere plekken op de wereld ontstaan. Als het tot de mogelijkheden behoort gaat de uitvinding er vroeg of laat toch komen.

Vloeibare netwerken

Dit patroon gaat over de werking van onze hersens. Onze gedachten zijn een aaneenschakeling van het afschieten van neuronen in een bepaalde volgorde. Onze hersens lopen zo vaak dezelfde uitgesleten paden van volgorde, hoe vaker we iets doen of denken hoe makkelijker het wordt. Het zijn voorkeurspatronen. Maar er zijn ook voortdurend zijpaden die bewandeld worden. Sommige van die zijpaden zijn vruchtbaar en andere niet. Soms verlopen de paden heel vloeiend en gaan van het ene over op het andere. Je komt dan in een situatie van flow.

De vraag is dus hoe je productief andere zijpaden kunt afdwingen die je op meer goede ideeën brengen. Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Je hersens moeten van de juiste input worden voorzien. Die input gaat via je toegangskanalen als daar zijn ogen, oren, reuk etc. De fysieke omgeving speelt hier een belangrijke rol. Het kantoor waar je in werkt kan creativiteit stimuleren of juist tegenwerken. Het beschikbaar zijn van hulpmiddelen, het gebruik van bepaalde kleuren en materialen, het kan allemaal bijdragen aan meer kans op goede ideeën. Kantoortuinen met standaard opstellingen lijken in die zin ontworpen om de kans op goede ideeën te minimaliseren (aldus Johnson, don’t shoot the messenger). Verkeren in een gezelschap van mensen met goede ideeën is al helemaal een goed idee. Zo zetten ze voor elkaar steeds een nieuw deurtje open, van het ene komt het ander, de kern van brainstormen. Een stad is daarom een veel betere broedplaats van goede ideeën dan het eenzamere platteland.

Tip is hier duidelijk. Zoek goede plekken en mensen op die uitnodigen tot creativiteit.

Het kauwen op ideeën

Dit patroon noemt Johson ’the slow hunch’. Het is een mythe dat je uitvindingen vaak zijn ontstaan door met een geniaal plan wakker te worden. Vaak heb je wel een goed idee, ergens voel je dat het wat kan worden, maar je weet het niet of het is ver weg en onbewust, het sluimert op de achtergrond. Iets klopt er niet en je blijft er mee rond lopen. Het is een slow hunch die door steeds maar weer terug komt in je bewustzijn en steeds maar weer opnieuw in de lucht wordt geworpen. Soms is dat een proces van jaren. Tot het kwartje uiteindelijk valt en er sprake is van een nieuwe uitvinding.

Zo schijnt Darwin al heel vroeg het idee van evolutie gehad te hebben. Achteraf blijkt hij het al bijna letterlijk zo in zijn aantekeningen te hebben gezet. Maar het kwartje viel niet, hij herkende het inzicht nog niet als zodanig. De Amerikaanse inlichtingendienst had het netwerk rondom Bin Laden in de voorbereiding op 9-11 als meerdere malen in beeld. Maar het kwartje viel toen nog niet. Pas later, toen de ramp zich had voltrokken, bleken er al verzoeken te zijn ingediend om tot actie over te gaan. Maar de systemen hadden zoveel beschermlagen eromheen (filters) dat de verzoeken niet op de juiste bureaus terecht kwamen.

De tip? Als je een idee hebt, ook al is het vaag, schrijf het gewoon op. Het maken van aantekeningen, het steeds maar herlezen van je aantekeninen (met de kennis van dat moment), levert uiteindelijk op dat het bovenop komt te liggen en het kwartje een keer valt (of niet natuurlijk). Een tip is ook om het niet te snel op te geven, uitvindingen kennen vaak een lange adem.

Gelukkige samenloop van omstandigheden

In hype-jargon wordt dit patroon ook wel serendipiteit genoemd. Soms valt alles op zijn plaats, je hebt het goede idee, op het goede moment, bij de goede mensen, in de goede omgeving. En dat gebeurt het. Maar Johnson stelt dat je dit kunt sturen. Het gaat erom dat de juiste structuren in jouw hersens contact maken met de juiste aanpalende structuren in jouw hersens of in die van anderen. Het moet allemaal maar net passen. De kans dat het allemaal past wordt groter als je de structuren vaak opnieuw opschudt zodat ze weer net op een andere manier neerdwarrelen.

Tip. Vaak opschudden die handel. Dat doe je door iets heel anders te gaan doen. Door te gaan wandelen, een berg te beklimmen of de boekhouding te gaan doen. Met anderen erover praten, een presentatie geven, een discussie opstarten, allemaal manieren om de kans om ’toevallige’ samenloop van omstandigheden te vergroten.

Fouten

Het klinkt natuurlijk allemaal heel leuk als je die uitvindingen achteraf leest. Er wordt in de geschiedenisboeken meestal een mooi verhaal van gemaakt. Vaak zijn er jarenlange vele mensen mee bezig geweest, maar achteraf is er maar 1 held en is het allemaal zo bedacht. De held is daarbij vaak ook nog een nakomer in het spel die vooral commercieel wat handiger was dan de rest.

Zo schijnt de uitvinding van de electronenbuis een gevolg te zijn van een verkeerde theorie. Lee de Forest (de uitvinder) was op zoek naar iets heel anders en had daarbij ook nog eens een verkeerde theorie. Toen dan door toeval het fenomeen ‘versterking’ zichtbaar werd had hij er ook nog eens hele andere toepassingen voor. Pas later is duidelijk geworden wat er hier aan de hand was en is de buis bruikbaar geworden als versterkend element voor elektronische signalen.

Tip: fouten maken mag, maakt niet uit hoe je bij de uitvinding komt als ie maar werkt.

Nieuwe omgeving

Ook hier weer een fantastisch hype-woord: exaptation. Waar het om gaat is dat sommige ideeën in de ene context niets bijzonders zijn maar dat in een andere context wel kunnen worden. Zo weet ik uit eigen ervaring dat standaard inzichten uit de ene tak van sport, revolutionair kunnen zijn als ze worden toegepast in een andere tak van sport. Zo heb ik gesjeesde natuurkundigen zeer succesvol zien worden als top economen door hun oude inzichten maar eens op de economie toe te passen. Beter 5 jaar wiskunde en natuurkunde en in de avonduren wat economie bijspijkeren dan andersom blijkbaar (althans, ik ken geen topnatuurkundigen die van oorsprong economisch zijn opgeleid). Tja, je kunt het exaptation noemen, je kunt ook zeggen: in het land der blinden is eenoog koning.

Maar, zonder gekheid, de tip is natuurlijk om hetzelfde idee eens van uit een heel andere hoek of context te bekijken. In de NLP-wereld is daar zelfs een aparte strategie voor ontwikkeld: de zogenaamde Bateson-strategie die oplossingen uit het ene domein probeert te vertalen naar oplossingen in een ander domein.

Platforms

De laatste. Hier noemt Johnson de uitvinding van GPS als voorbeeld. De russen hadden op een gegeven moment de satelleliet Sputnik om de aarde zweven. De Amerikanen waren daar niet gerust op en zetten een team op om dat ding in de gaten te houden. Ze konden op een gegeven moment berekenen wat de positie van de satelliet was op basis van een vaste plek op aarde (en wat natuurwetten). Tot iemand met de vraag kwam of je het dan ook kon omdraaien: als ik weet waar de satelliet is, kun je dan ook berekenen waar ik ben op aarde? En dat bleek te kunnen en zo is het huidige GPS systeem ontstaan.

Wat is hier de boodschap? Als je maar genoeg geld, tijd, mankracht, energie en focus op een vraagstuk legt, dan forceer je innovatie en uitvindingen. De tip is, als je als land iets wilt en snel dan moet je er een bak geld tegen aan gooien. Google heeft om die reden ook een verplichte dag in de week dat medewerkers aan eigen onderzoek moeten besteden. Tijd en geld dat zich uiteindelijk terug verdient (naar het schijnt). Ik kan overigens ook allerlei nadelen van een dergelijke strategie bedenken maar dat is hier niet het onderwerp.

Epiloog

Leuk boek. Leuke voorbeelden. Zet je op punten wel aan het denken. Maar ook wel wat gezocht en bedacht. We beginnen met de titel en dan maken we er gewoon 7 wetten van. Kwestie van zoeken en die vind je altijd wel. Op het eind van het boek, misschien wel het interessantste gedeelte, probeert de auteur naar trends te kijken. Hij plot daartoe tientallen uitvindingen in de historie in een kwadrant. Dat kwadrent kent de assen – individueel versus collectief, en – markt-gedreven versus niet markt-gedreven. Duidelijk wordt dan dat grote uitvindingen niet meer komen van geniale eenlingen die jarenlang op hun zoldertje zitten. Die tijd is geweest. Grote doorbraken komen van grote organisaties of collectieven. Verder blijkt, en dat had ik niet verwacht, dat grote uitvindingen in toenemende mate een basis hebben in de publieke sector, ze zijn ontstaan vanuit algemene middelen en hadden geen winstoogmerk. Bedenk dus dat vele commerciële doorbraken en successen niet mogelijk waren geweest als er niet eerst een publiek betaald platform was geweest die de basis heeft gelegd (Tom Tom was niet mogelijk geweest zonder de grootscheepse militair-gedreven onderzoeken in de jaren 60). De auteur blijft op het einde van het boek worstelen met de paradox hoe het dan toch kan dat individuen zonder winstoogmerk het beste van hun kunnen willen geven (voor iets waar anderen later mee weglopen). Blijkbaar zijn er nog andere dingen in het leven dan snel rijk worden en veel roem vergaren. Een mooi voorbeeld van hoe een Amerikaan die zelf onderzoek doet naar goede ideeën ook met een nieuw inzicht komt …

 

 

 

]]>
Verdienmogelijkheden (12): groenaandelen https://www.stratumstrategie.nl/verdienmogelijkheden-12-groenaandelen/ Fri, 09 Sep 2011 11:42:17 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=280 Ook deze verdienmogelijkheid is innovatief. De stelling is dat groen voordelen biedt die nu onvoldoende tot hun recht komen. Wonen en werken in een groene omgeving verhoogt de arbeidsproductiviteit, verlaagt de kosten van zorg (minder ziekte, sneller herstel) en verhoogt de waarde van vastgoed. Ik heb geen poging gedaan de achterliggende onderzoeken erbij te halen (en dan nog: na de wetenschappelijke fraude die gisteren in het nieuws kwam weten we niet meer zeker of de ‘feiten’ uit de gepubliceerde onderzoeken ook echt kloppen …), maar ik kan me daar van alles bij voorstellen.

Het achterliggende probleem bij deze constructie is: groen heeft voordelen (deels te herleiden tot echte euro’s, deels te herleiden tot hoger welbevinden) maar op een of andere manier is dat geen garantie dat het groen niet wordt verdrongen door andere (op korte termijn beter renderende) bestemmingen. Op welke manier zouden we met een constructie de lange termijn voordelen kunnen ‘insluiten’ in de actuele beslissingen van partijen? Eerlijk gezegd kan ik uit de tekst van de auteurs van ‘Nederland boven water’ niet helemaal opmaken wat de constructie nu behelst. Ik moet dus noodgedwongen hardop denken. De kern van hun betoog is dat de koppeling tussen natuur en grondbezit moet worden losgekoppeld. Dus, denk ik dan, om van grond te kunnen genieten hoef je er niet de eigenaar van te zijn. Klopt, maar ik zie nog geen verdienmodel.

Even kijken. Huidige grondeigenaren kunnen geld vragen om op hun groen te vertoeven. Dat is een verdienmodel dat extra inkomsten genereert om weer in dat groen te investeren. Maar hier zie ik vooralsnog geen grote markt. Een gemeente kan stringenter bestemmingen voor groen toewijzen aan delen van woon- en werkgebieden. Maar dat gebeurt nu ook al. Maar de eventuele kosten zijn dan wel voor de gemeente als instantie. Een alternatief voor de gemeente zou kunnen zijn om de licentie om op die grond iets groens te mogen doen (en ook niets anders dan dat) te vermarkten. Maar als er geen sprake is van entreegelden (en daar ga ik dan maar van uit) dan is het alleen zinvol die grond/licentie te kopen door de direct betrokken bewoners of gebruikers ervan. Mogen alleen de licentiehouders dan de groene grond betreden? Lijkt me niet haalbaar. Dus iedereen mag de groene grond betreden. Maar dan moet ook iedereen mede-eigenaar van de licenties worden. Het gaat dan dus om een verplicht aankoop van groene grond door alle bewoners die ervan gebruik maken. In de praktijk komt dat erop neer dat de grondprijs per vierkante meter van de bebouwbare grond een opslag voor de groengrond krijgt. Maar dat is nu ook al het geval: de gemeente financiert de aanleg en het onderhoud van groene grond in woonwijken door opslagen bij de verkoop van overige grond.

Kortom: groenaandelen klinkt leuk maar ik vat het verdienmodel niet. Verdonkerde ramen in kantoren maken die alleen opengaan met zicht op groen als je er eerst een Euro ingooit (zoals je bij het drielandenpunt alleen van het vergezicht kan genieten als je een munt in de verrekijker gooit)? Wie kan me uitleggen hoe het zit?

]]>
Verdienmogelijkheden (11): gebiedsaandelen https://www.stratumstrategie.nl/verdienmogelijkheden-11-gebiedsaandelen/ Fri, 09 Sep 2011 11:21:49 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=277 Aandelen zijn bij uitstek een Nederlandse vinding. Juist nu particulieren en pensioenfondsen op zoek zijn naar gematigd rendement en hoge continuïteit, zou het een idee kunnen zijn gebieden en projecten te ‘vermarkten’ door de uitgifte van aandelen. De auteurs van ‘Nederland boven water’ stellen dat het hier om een niet eerder toegepast en spraakmakende constructie gaat (meteen de reden waarom er nog wel wat water door de zee moet voor we de eerste toepassing mogen verwachten). Als voorbeeld wordt verwezen naar Amerikaanse snelwegen waar tol wordt geheven. Het gaat dan om ‘gebieden’ die de snelwegen en de daar naast gelegen tankstations en restaurants betreffen. De overheid kan licenties uitgeven (of aandelen met voorwaarden) (vergelijk ook met veilingen voor zendfrequenties voor radio en mobiele telefonie) die de eigenaren het recht geven de gronden uit te ponden door tol te heffen, grond voor bestemming restaurants te verhuren etc. We zouden de Amerikaanse literatuur er eens op na moeten slaan wat de ervaringen in de praktijk hiermee zijn.

Bij de snelweg met tolheffing kan ik me wel een verdienmodel voorstellen. Bij het uitgeven van aandelen met betrekking tot een industrieterrein of woonwijk heb ik het niet helder voor ogen. Moeten we dan entree gaan betalen om de wijk in te mogen? Of gaat het om het heffen van parkeergelden? Of geeft het de eigenaar het recht de grond te verpachten (waardoor het een ingewikkelde omweg wordt die neerkomt op erfpacht in licentie oid)? Verder lijkt het tijdsgewricht nu niet ideaal om de markt weer zijn zegenrijke werk te laten doen. We hebben net geleerd dat marktwerking alleen goed uitpakt als nauwkeurig naar de randvoorwaarden (met name op langere termijn) wordt gekeken. In combinatie met goede verhandelbaarheid en fiscale voordelen is deze constructie zeker de moeite waard nader uit te werken. En hoe dan ook: een echt nieuwe constructie.

]]>
Verdienmogelijkheden (10): garantiefonds https://www.stratumstrategie.nl/verdienmogelijkheden-10-garantiefonds/ Fri, 09 Sep 2011 10:40:13 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=274 Dit is wederom een interessante en mogelijk nieuwe manier om denken over lange termijn rentabiliteit op gang te brengen. Het klassieke dilemma bij bouwen en wonen (in relatie tot duurzaamheid) is dat extra maatregelen nu extra geld kosten en dat de voordelen pas op langere termijn geoogst kunnen worden. Nog los van het andere dilemma: dat de voordelen bij een andere partij neerslaan dan de partij die de extra kosten voor zijn rekening nam. Voorwaarde is wel dat er een goede en rationele calculatie van de voor- en nadelen wordt gemaakt van de maatregelen of voorstellen. Als het rendement over een langere tijdshorizon positief is (rekening houdend met mogelijke risico’s) dan zou de investering in principe doorgang moeten vinden (vanuit de leerboekjes bezien). Als de cash op dat moment bij de partijen niet aanwezig is en banken (gezien de huidige crisis en/of andere prioriteiten) niet bereid zijn het geld uit te lenen, dan kan een garantiefonds met publieke participatie een oplossing zijn. Een publieke partij kan de bank dan garanderen dat de lening hoe dan ook zal worden afgelost. Vanuit de wet van de grote getallen en vanuit goede calculaties zal de publieke partij zich die garantie ook kunnen veroorloven. Sterker nog: als de gebruikelijke subsidies die nu worden verstrekt worden verruild voor zo’n garantiefonds zou dat overheden zelfs geld moeten opleveren.

We denken bij garantiefonds nu met name aan een ‘aflossings-‘ of ‘betaal-‘ garantie. Maar je kunt ook denken aan een afnamegarantie. Stel dat de bouw van gewenste woningen uitblijft (liquiditeitsproblemen in de bouwsector etc) dan kan een derde (dat zal meestal een publieke) partij de afname van de te bouwen woningen garanderen. Hierdoor vervalt voor de bouwers het risico van niet-verkopen en zal de bouw doorgang vinden. Deze vorm van garantie lijkt me meer tricky: in tegenstelling tot de vorm van betaalgarantie is hier in de toekomst mogelijk geen sprake van een contractuele tegenpartij. Oftewel: de partij die de garantie afgeeft blijft mogelijk met een voorraad niet verkoopbare woningen zitten. De wet van de grote getallen gaat hier niet zonder meer op. In mijn ogen kan een dergelijke garantie alleen in bijzondere gevallen gedurende een korte periode worden afgegeven (en heeft dan weinig met rentabiliteit of duurzaamheid sec te maken maar zal eerder in het mandje economische conjuncturele stimulering maatregelen vallen).

]]>
Verdienmogelijkheden (9): functieflexibiliteit https://www.stratumstrategie.nl/verdienmogelijkheden-9-functieflexibiliteit/ Fri, 09 Sep 2011 10:19:23 +0000 http://www.slimmefinanciering.nl/?p=271 Waar het bij functieflexibiliteit om gaat is dat je bij het (her-) ontwerp van het gebouw (woning, kantoor) nadenkt over mogelijke toekomstige bestemmingen en behoeften. Het ontwerp moet zodanig zijn dat met minimale tussentijdse (omschakel- en aanpassings-) kosten het gebouw van functie kan wisselen en weer geschikt is of blijft voor gebruik. Het komt er op neer dat je met een toekomstvisie of een aantal scenario’s nadenkt over de verschillende mogelijkheden die je in het heden ter beschikking staan. De afweging is vaak nu hogere kosten maken om die later te voorkomen. En hierbij geldt dat het makkelijker en goedkoper is een gebouw nu goed te ontwerpen dan het later op andere eisen aan te moeten passen. De fenomeen van grootschalige leegstand op de kantorenmarkt had voor een deel voorkomen kunnen worden door juist op dit aspect in te zetten in het ontwerpstadium. Het dilemma is wel: wie gaat de hogere kosten nu maken en wie krijgt de eventuele latere voordelen? Blijkbaar hebben projectontwikkelaars en andere partijen gekozen voor de korte termijn goedkopere oplossing, zeker vanuit het toenmalige besef dat de panden toch wel verkocht of verhuurd konden worden. En dan te bedenken dat hier het genoemde dilemma nauwelijks speelde: de kosten van  leegstand komen nu goeddeels voor rekening van de partijen die de panden destijds hebben gebouwd of gekocht.

]]>