Alternatief geldsysteem

De laatste tijd hoor ik weer meer over locale valuta. 25 jaar geleden ben ik dat ook al eens tegengekomen. Is dit een serieuze ontwikkeling? Een ontwikkeling die in tijden van economische crisis meer aandacht krijgt? Of is het toeval? Ik zal eerlijk zijn, ik ben er heel sceptisch over. Desalniettemin is het een interessant fenomeen om eens nader te onderzoeken en vooral om te kijken of het ons kan helpen bij het oplossen van financieringsproblemen. Hierbij mijn eerste gedachten, wordt vervolgd.

Wat is het?

Het bestond in ieder geval al in de jaren 80 onder de titel LETS, Local Exchange trading Systems. In het kort komt het er op neer dat we elkaar diensten of producten leveren en de waarde hiervan administreren. Die waarde drukken we uit in een eigen eenheid. Voorbeeld ik repareer de auto van iemand om de hoek en we komen overeen dat dit een waarde heeft van 50. Dat wordt bijgeschreven op mijn tegoed en bij de ander afgeschreven. Met mijn tegoed kan ik weer andere diensten of producten afnemen, een zelfgebreide trui, een cursus Spaans etc. De locale eenheid heeft een eigen naam en waarde, meestal gelijk aan de gangbare munt. Voorbeeld Noppes, één Noppe = één Euro. Dit soort systemen kennen geen rente en als je er teveel hebt of juist erg in het rood staat wordt je verzocht daar wat aan te doen (uitgeven of gaan verdienen).

Lees verder

Verdienmogelijkheden (‘Nederland boven water’)

Onlangs is een boekwerkje verschenen getiteld ‘Verdienmogelijkheden’ met als ondertitel ‘cahier gebiedsontwikkeling’. Het is een uitgave onder de vlag van innovatieprogramma ‘Nederland Boven Water’. Het gaat hier om een langjarig programma waar (denk ik) nogal wat geld achter zit  en waar ook zware mensen uit bedrijfsleven en overheid in allerlei gremia zijn vertegenwoordigd. Het thema verdienmogelijkheden heeft mijn aandacht en mijn verwachtingen waren hoog gespannen toen ik van dit boekwerkje hoorde. Om mijn verwachting vooraf te toetsen had ik al een powerpointpresentatie met de hoofdlijnen gedownload en dat smaakt naar meer. Je kent dat wel, je wordt lekker gemaakt en uiteraard moet je dan het boekje zelf bestellen. Voor 25 Euro heb ik dus het boekje bij bol.com besteld. Om maar met de deur in huis te vallen: toen ik het boekje uit de verpakking was de teleurstelling groot. Een flinterdun boekje met wat grote letter teksten en plaatjes. Eigenlijk de powerpoint presentatie maar dan op mooi papier afgedrukt en nog wat teksten ervoor en erna. En dat voor 25 Euro en voor zo’n groot en zwaar opgezet initiatief.

Maar goed, dat was mijn eerste indruk. Uiteraard heb ik het boekje zelf ook gelezen. Dat gaat makkelijk in minder dan een uur. U ziet dat ik me probeer in te houden en dat het me niet goed lukt. Ik vind 25 Euro gewoon te veel voor een flyer. Ik had er meer van verwacht, ik ben en blijf teleurgesteld. Stoppen nu met dat gevoel, even zakelijk worden.

Laat ik beginnen met wat ik er goed aan vind. Goed is het initiatief zelf. In deze tijden is er echt behoefte aan meer inzicht in hoe je zaken voor elkaar kan krijgen die zich op langere termijn terug verdienen maar die om wat voor reden dan ook (gebrek aan ambitie, politieke impasse, liquiditeitsprobleem etc) niet van de grond komen. Ook goed is de inleiding van het boekje waar een duidelijke signaal functie vanuit gaat, zeker omdat Nederland boven Water een ‘zwaar’ initiatief is met grote namen erachter. Ook goed, tenslotte, is dat er 29 verdienmogelijkheden op een rijtje zijn gezet. Dat vormt een mooi overzicht waar je makkelijk naar terug kunt grijpen als je om inspiratie verlegen zit.

Wat ik er minder goed aan vind dan. Het ontbreekt aan een overkoepelend theoretisch kader waarin de begrippen en hun onderlinge relaties duidelijk worden gemaakt. Het ontbreekt aan duidelijke cijfermatig uitgewerkte didactische voorbeelden. Het was fijn geweest als er met een paar standaard financiële uitgangspunten voorbeelden concreet waren uitgewerkt. Je zou dan ook die uitwerkingen op een rijtje kunnen zetten en in categorieën kunnen indelen: welke aanpakken lenen zich nu voor welke problemen, welke leveren vooral in het begin wat op en welke later in de tijd. Waar gaat het om echte rendementen en waar om publieke rendementen. Waar moet uiteindelijk toch geld bij en waar niet. Waar kunnen private partijen het oplossen en waar is de overheid nodig en in welke rol. Dan de voorbeelden (of praktijkcasussen) die bij de verdienmogelijkheden worden gegeven. Die hebben in mijn ogen het karakter van halve reclame-uitingen, ze zijn onvoldoende uitgewerkt en onvoldoende neutraal en kritisch met eigen inspanning van de onderzoekers bekeken en beoordeeld, het zijn bij wijze van spreken de woorden van de wethouder die het lintje doorknipt zelf. Hier had ik een meer objectieve, neutrale, diepergravende toets en uitwerking willen zien, een kijkje achter de schermen waar we met zijn allen wat van kunnen leren.

Wat ik kan doen is de 29 verdienmogelijkheden doorlopen en van commentaar en reflectie voorzien. Ik maak er een feuilleton in 29 afleveringen van. Als ik uiteindelijk niets toevoeg aan wat er al in het boekje staat, dan spaar ik u in ieder geval die 25 Euro uit. Dus het volgende bericht zal ‘Verdienmogelijkheden (1): beheer’ heten. Het laatste ‘Verdienmogelijkheden (29): zorg’.

Rudy van Stratum

 

 

Slimme financiering: waar hebben we het over?

Het is van belang nader te bepalen wat we verstaan onder slimme financiering. Als je op deze zoekterm googlet dan vind je een breed scala aan artikelen. De meest brede interpretatie van slim financieren lijkt te zijn: hoe harken we middelen (geld, partijen)  bij elkaar om dingen voor elkaar te krijgen die goed zijn voor de maatschappij en die ondertussen toch niet worden uitgevoerd. Vaak gaat de discussie bij die brede interpretatie over subsidies en fondsenwerving. Een dergelijke brede interpretatie staan wij hier niet voor.

Ik wil de discussie over de definitie van slimme financiering wel van een voorzet voorzien. En ik wil een koppeling aanbrengen met het begrip duurzaam. Mijn stelling is:

Duurzaam betekent positief voor het grotere geheel op de langere termijn. In een iets meer economisch getint jargon: iets is duurzaam als het een positief rendement genereert gesommeerd over meerdere partijen en een langere tijdshorizon. We doen dus alleen iets als het een positief rendement genereert, dat klinkt in mijn oren bijna als een tautologie. Omgekeerd: een negatief rendement in deze termen betekent dus dat het niet duurzaam is en dus doen we ook niet. Ook niet als er een subsidie is of een fonds of wat dan ook, gewoon niet doen. Slimme financiering is geen issue in zo’n geval.

We zoomen nog wat dieper in op de mogelijkheden. Stel dat het rendement positief is en een voorstel dus duurzaam van karakter is. Dan kan het gaan om een positief rendement in puur financiele zin of om een positief rendement in bredere zin. In financiele zin: terug te herleiden tot concrete cashflows in de tijd die aan een partij toevallen. In bredere zin: dan kan het gaan om voordelen die ofwel niet goed in geld zijn uit te drukken ofwel niet duidelijk aan een bepaalde partij toevallen (maar aan de maatschappij in het algemeen). Het is niet altijd even makkelijk om te bepalen of iets wel/niet in geld is uit te drukken. Soms zijn zaken die niet in geld uitgedrukt lijken te kunnen worden dat bij nader inzien toch wel. Bijvoorbeeld: het aantal verkeersslachtoffers per jaar. Hoe dan ook, in het geval van een breder rendementsbegrip kom je al snel terecht op het terrein van de Maatschappelijk Kosten Baten Analyse, oftewel de MKBA. Als projecten die in termen van de MKBA een positief rendement hebben desondanks niet uitgevoerd worden dan is de discussie over hoe je dan die middelen toch bij elkaar krijgt onderdeel van slimme financiering. Subsidies etc horen hier dus ook thuis.

Stel dat het rendement positief is in de puur financiele zin (let op: maar bovendien ook positief in de bredere zin, we willen niet dat we een maatregel stimuleren die eng financieel rendeert maar per saldo zoveel negatieve bij-effecten genereert dat die niet meer duurzaam is), dan kun je weer een onderscheid aanbrengen. Gaat het over een positief rendement bij een beperkt aantal partijen die ook over de beslissing over doorgang van het project gaan of gaat het om een complexer geheel met meerdere partijen en een grotere diffusere tijdshorizon.

In het laatste geval: slimme financiering gaat over het verzinnen van financieel-economische of juridische arrangementen en convenanten die het totale voordeel over partijen en in de tijd zodanig herschikken dat alle partijen er beter van worden. Misschien zou het hier slimme onderhandeling moeten heten, maar zoals gezegd wat mij betreft onderdeel van deze website over slimme financiering.

In het eerste geval, dat er sprake is van een positief financieel rendement bij het beperkte aantal partijen ‘at the table’, kun je wederom een onderscheid maken. Is er sprake van een liquiditeitsprobleem op korte termijn of niet. Als er sprake is van een liquiditeitsprobleem dan is slimme financiering het vinden van een antwoord op de vraag hoe je dit liquiditeitsprobleem kan overbruggen. Bijvoorbeeld door een partij die het goede idee heeft te koppelen aan de partij die een surplus aan cash heeft en nog een renderende investering zoekt en aan een partij die garant kan of wil staan mocht dat nodig zijn (een partij die zekerheden biedt).

Tenslotte houden we dan het geval over dat een beperkt aantal partijen een positief rendement kan genereren, zelf over de beslissing gaat en dat er geen liquiditeitsprobleem is. Theoretisch bezien zou er dan eigenlijk helemaal geen probleem moeten zijn. Gaat zo’n project desondanks toch niet door (anders hoeven we het er ook niet over te hebben) dan is nader onderzoek nodig naar deze paradox: wat zijn de belemmeringen die klaarblijkelijk aanwezig zijn en hoe kunnen we die belemmeringen slechten. Ook dat is wat mij betreft onderdeel van het thema slimme financiering.