
Elon Musk
Aslee Vance (2016)
Het is alsof de duivel ermee speelt.
Afgelopen zomer heb ik met veel plezier de biografie over Elon ‘Tesla’ Musk gelezen (geschreven door Ashlee Vance, zie voor een bespreking bijvoorbeeld deze link). Enkele jaren geleden heb ik een serie blogs geschreven over ondernemerschap. Ondernemerschap heeft een dubbel gezicht: enerzijds is het een centraal paradigma in onze economie en welvaart, anderzijds is het een overschat fenomeen omhuld met mythevorming (meer hierover, zie serie blogs boek Koen Haegens). Zelfs de schaapherder moet tegenwoordig een echte ondernemer zijn! Ondanks het grote belang van ondernemerschap is het (naar mijn mening) een grotendeels onbegrepen fenomeen zowel in de economie als in de psychologie.
Elon Musk zie ik als een goed voorbeeld van gewenst ondernemerschap. Dus is zo’n biografie dan niet een mooi moment om eens te kijken hoe dat nu werkt bij zo’n ondernemende man die meerdere malen achtereen succes boekt en bijdraagt aan nieuwe technieken en oplossingen en zelfs een maatschappelijke impact heeft? Het is natuurlijk geen wetenschap maar toch krijg je via zo’n boek een inkijkje in het brein van een echte en succesvolle ondernemer.
Ik stond vorige week al in de startblokken om een eerste blog over dit boek en wat het mij leert over ondernemerschap te schrijven. En natuurlijk was ik op de hoogte van de fraaie bespiegelingen van Tim Urban op de frisse site ‘Wait but Why’ (WBW). Urban heeft het zelfs zo ver geschopt met zijn blogs dat hij door Elon Musk is uitgenodigd een bezoek te brengen aan de fabriek van Tesla. Om jaloers op te worden. Niet alleen dat maar ook de spontane manier van schrijven, de diepgang, de vele volgers, kortom: voor mij een voorbeeld.
Aanvankelijk was het onderzoek van Tim Urban vooral gericht op het (on)nut van elektrische auto’s en of dat wel/niet een bijdrage levert aan het milieu. Maar allengs raakt hij geïnteresseerd in de verklaring van het succes van Musk. Wat doet deze man/ondernemer anders dan andere mensen? En hierover verscheen bijna gelijktijdig met mijn eerste zinnen die ik begon te typen de laatste blog van Urban over Elon Musk. Schrik niet: het is een gewoon blog maar heeft het formaat van een klein boekje (maar origineel en boeiend, dus no problem). En dan doet ‘De Correspondent’ het een paar dagen daarna nog eens dunnetjes over met een lofzang op WBW.
Nu ik enigszins van de schrik ben bekomen, heb ik de pen weer opgepakt.
Wat ga ik doen?
- Iets vertellen over de levensloop van Elon Musk. Niet te lang, op hoofdlijnen. Maar heb je een beetje een beeld van de wie hij is en wat hij heeft gedaan.
- De verklaring van het succes van Musk volgens Tim Urban.
- Mijn verklaring van het succes van Musk, aansluitend op de eerdere serie over ondernemerschap.
Musk the man
Elon is een jongen die opgroeit in Zuid-Afrika. Hij heeft een broer en een zus. Hij heeft iets van een nerd die gefascineerd is door computers. Op jonge leeftijd stuurt hij een programma in voor een computertijdschrift en wint daarvoor een prijs. Op school wordt hij soms gepest. Maar vooral ook leest hij graag en veel, zijn lievelingsboeken zijn science-fiction boeken. Als zijn ouders scheiden besluit hij als enige bij zijn vader te gaan wonen. Zijn vader heeft de bijzondere gave het op de een of andere manier vervelend voor hem te maken (vandaar dat de andere kinderen kiezen voor de moeder). Na zijn middelbare school vertrekt Elon via familie naar Canada om via een periode van wisselende baantjes uit te komen in de VS (Californië). Hij begint aan een studie maar maak die niet af. Hij wordt te veel getrokken door de opkomst van internet en wat hij daar kan betekenen. Hij schrijft brieven naar mensen die hij interessant vindt om een gesprek aan te knopen en stage te lopen (o.a. bij een bank). Na een tijdje begint hij voor zichzelf om software te ontwikkelen onder de naam Zip2. Het idee is om de gouden gids te digitaliseren zodat gebruikers ook kunnen zien waar ze iets kunnen bestellen/eten etc. Hij gaat zelf de boer op om klanten (bedrijven die op de digitale map komen en daarvoor willen betalen) te werven en presentaties te geven over de enorme mogelijkheden van het product. Na een tijdje wordt het bedrijf overgenomen en is het eerste grote geld binnen.
Musk besluit niet bij het bedrijf te blijven en start al snel met een nieuw bedrijf (X.com). Uit de eerdere praktijkervaring bij de bank weet hij dat bankzaken veel beter en handiger kunnen met de nieuwe internettechnologie. Iets simpels als geld overmaken van de ene naar de andere rekening duurt meerdere dagen terwijl dat een kwestie van seconden kan zijn. Dat moet dus beter! Ook hier weer hetzelfde verhaal: een ander bedrijf is met iets soortgelijks bezig en uiteindelijk gaan de bedrijven samen. Ook hier blijft Musk niet omdat er buiten hem om besluiten worden genomen die hem niet bevallen. Weer krijgt hij een grote som geld. Uiteindelijk is uit dit bedrijf het bedrijf Paypal voortgekomen.
En weer komt de vraag op: wat zal ik nu eens gaan doen? Met een stapel geld en een schone agenda pakt Musk (eindelijk) zijn jeugdliefde weer op. Sciencefiction, techniek, ditmaal geen software. De mens moet ook zonder de aarde blijven voort bestaan en zich eventueel verplaatsen naar andere ruimte-nederzettingen. Hij vindt een club van Mars-liefhebbers die regelmatig bij elkaar komt om na te denken over een missie naar Mars. Hij sponsort de club en wordt een soort erelid. Al snel pakt hij de Mars-draad op en vindt dat het niet snel genoeg gaat. Inmiddels heeft hij via de Mars-club een netwerk aan deskundigen en besluit een team te formeren dat echt werk gaat maken van een Mars-missie. Uiteindelijk wordt dat het bedrijf SpaceX dat helemaal vanaf 0 opnieuw gaat uitvinden hoe je een fysiek ding de lucht in kan krijgen. Het duurt allemaal veel langer dan hij vooraf had ingeschat en kost vooral heel veel geld zonder dat er een dubbeltje inkomsten tegenover staat. Na veel vallen en opstaan en bijna-faillissementen slaagt het bedrijf er in om commerciële vluchten naar de bestaande ruimtestations aan te bieden. Het gaat niet om bemande vluchten maar om het bevoorraden van de ruimtestations. SpaceX kan die vluchten uiteindelijk leveren tegen een veel lager tarief dan de concurrenten dat kunnen doen. En die concurrenten zijn overigens Russen en Chinezen, blijkbaar zijn de Amerikanen zelf niet meer in staat de ruimtetransporten te verzorgen. En de techniek die door de Russen en Chinezen wordt gebruikt leunt nog sterk op wat er in de jaren 60 is bedacht en gemaakt. De nieuwe ict-technieken zijn nog nauwelijks doorgedrongen in de ruimtevaart.
In deze woelige tijd wordt het netwerk van Musk nog groter. Ruimtevluchten worden voornamelijk betaald uit overheidsgeld en dus zijn er contacten op hoog politiek niveau. Er verschijnen interviews met Musk en hij wordt een bekendheid. Het bedrijf Tesla bestaat op dat moment al en heeft financiële problemen. Musk raakt in gesprek en van het een komt het ander. Hij gaat zich met Tesla bemoeien, wordt (mede-) eigenaar en heeft nu twee bedrijven te runnen. Geen half werk, dus geen hybride auto’s maar uitsluitend puur elektrische auto’s. De strategie is om auto’s te ontwikkelen die het hoogste segment van de markt aanspreken: snel, sexy en duur. Ook hier gaat weer van alles mis en ook weer veel vallen en opstaan. Het probleem zit vooral in de beschikbaarheid (en veiligheid) van voldoende nieuwe Lithium accu-cellen. Tesla is daarbij vooral afhankelijk van Panasonic. Ook deze bottleneck irriteert Musk en hij gaat zelf (betere) accu’s produceren in een nieuwe fabriek. En als je het dan goed wilt doen (en de hele keten van automobiliteit wilt beheersen) dan moeten deze accu’s gevuld worden met zonne-energie dus wordt ook een fabriek van zonnepanelen overgenomen. Het uiteindelijke doel van Tesla is overigens een goedkope auto voor de massa te fabriceren die volledig elektrisch is en helemaal wordt geladen vanuit zonne-energie. Rijders van Tesla kunnen nu al in de VS gratis stroom ‘tanken’ bij de aangesloten tankstations. Omdat het hervullen van de accu’s nog relatief lang duurt kan de rijder er ook voor kiezen de lege accu’s snel te laten wisselen voor volle accu’s tegen betaling van bedrag dat overeenkomt met een goedkope tank gas. De productie van alle spullen gebeurt zoveel mogelijk op Amerikaans grondgebied. Musk kan zich flink opwinden over het gemak (het gebrek aan trots) waarmee Amerikanen zaken uitbesteden en zelf niet meer aan het roer van de innovaties staan.
Dus inderdaad lijkt de missie van Elon Musk te zijn:
- Zorgen dat de mens nog wat langer op aarde kan vertoeven (korte termijn, beperken van milieuschade).
- Zorgen dat de mens uiteindelijk ook buiten de aarde verder kan (langere termijn, als het hier dan toch nog een keer fout afloopt).
Vanzelfsprekend laat ik heel veel essentiële informatie uit de biografie weg maar je krijgt een beeld van de man en van wat hij doet. Ik vul de biografie op onderdelen nog aan in het vervolg van deze blog.
Het succes van Musk volgens WBW
Zoals gezegd is ook Tim Urban van WBW geïntrigeerd door de persoon Elon Musk. Waar Urban aanvankelijk vooral geïnteresseerd was in de elektrische auto’s van Tesla (een mooie duik in de filosofie van duurzaamheid in de eerste blog over Tesla), is zijn onderzoek geleidelijk aan verschoven naar de persoon achter die grote missie en het verklaren van het succes. Vorige week verscheen dan de langverwachte vierde aflevering in de reeks over Musk en Tesla (zie deze lange blog over Elon Musk van ‘Wait but why’).
Ook nu geldt weer dat ik niet het hele betoog van Urban recht kan doen. Bottom-line is dat ik niet overtuigd ben van de verklaring van WBW en Tim Urban. De filosofie achter het succes is wel prima maar verre van volledig. Het is een deelverklaring op zijn best. En ook nog eentje die bijdraagt aan de mythevorming over ondernemerschap in het algemeen en Musk in het bijzonder.
Het begint allemaal bij het vaststellen van wat je wilt bereiken (als ondernemer). WBW geeft dat als volgt weer:
Maar niet alles wat je wilt bereiken is ook mogelijk. Dus jij moet ook kijken naar wat (technisch, praktisch etc) mogelijk is. WBW geeft dat als volgt weer:
Wat je wilt (WANT) is een verzameling aan opties. Wat technisch mogelijk is (‘things that are possible’, REALITY) is ook een verzameling aan opties. Sommige dingen die je wilt zijn wellicht niet mogelijk en sommige dingen die mogelijk zijn wil je helemaal niet. Het gaat dus om de overlap van beide verzamelingen: dat wat je én wilt én die ook kunnen in de werkelijkheid. WBW noemt dat de ‘GOAL POOL’, de verzameling van doelen die mogelijk én gewenst zijn.
Uit die GOAL POOL kun je dus een doel kiezen (GOAL SELECTION).
Nu je dus een doel voor jezelf hebt geformuleerd (uit die POOL) gaat het er om dat je een strategie formuleert om dat doel te bereiken. De strategie is de weg die je moet of wil lopen van wens naar realiteit. Het zijn de stappen die je achtereenvolgens moet zetten om je gewenste situatie om te zetten in de feitelijke situatie.
So far so good. De rest van het betoog van WBW gebruikt dit plaatje om voor Musk te analyseren hoe zijn succes wordt bepaald. De analyse komt er (volgens mij) in essentie op neer dat Musk met name 2 dingen goed (of anders) doet:
- Musk heeft een hele grote verzameling aan mogelijkheden. Dus de verzameling REALITY (geel hierboven) is bij hem heel groot. Je zou misschien kunnen zeggen dat Musk niet zomaar aanneemt dat iets niet kan. Hij heeft een ingebakken overtuiging dat veel kan waar anderen wellicht op voorhand al denken dat het niet kan.
- De strategie van Musk (om dat doel dat hij heeft gekozen te bereiken) is dat hij systematisch doorvraagt en daarbij niets voor vast of gegeven aanneemt. Een ander element van die strategie is dat Musk steeds ‘from scratch’ iets bedenkt of opbouwt. Hij begint het idee of het ontwerp of het bouwen dus helemaal vanaf 0 en gaat vanaf daar stap voor stap naar de gewenste situatie.
Nog korter gezegd is de strekking van het WBW-verhaal dat Musk de wetenschappelijke methode toepast. Niets wordt voor waar aangenomen tenzij het eerst zelf is onderzocht. De rest van de mensheid neemt met andere woorden te snel aan dat iets niet kan (of vertrekt te snel vanuit iets bestaands waar men dan maar van aanneemt dat het klopt). Het bekende voorbeeld wordt hier gegeven uit de tijd dat men dacht dat de aarde plat was. Dat was immers een hele logische conclusie: als de aarde rond zou zijn dan zou het water er vanaf lopen. Afijn, toen er dus iemand kwam die dit niet langer geloofde en kon verklaren waarom de aarde dus wel rond moest zijn en het water er toch niet vanaf liep.
Musk dus als een systematische tegendenker en fundamenteel onderzoeker. Niet een wetenschapper per se overigens. Wel iemand die voortdurend in zijn achterhoofd houdt of iets ook praktisch kan worden uitgevoerd, die nadenkt over waar het ‘in de praktijk’ toe leidt.
Hoewel ik deze eigenschappen van Musk uit de biografie wel herken, vind ik de verklaring van WBW te mager. Zou het dit nu zijn wat Musk tot een succesvol ondernemer maakt? Is het nodig dat een ondernemer voortdurend alles ter discussie stelt (op een praktische manier, dat dan weer wel) om succesvol te zijn? Nee, het is een deelverklaring en wellicht is dat deel van de verklaring lang niet zo belangrijk als hier wordt gesuggereerd.
Waarom is dit in mijn ogen onvoldoende overtuigend als verklaring? Mijn eerste antwoord is:
- Er zijn genoeg mensen die alles ter discussie kunnen stellen (goed kunnen tegendenken, niets voetstoots voor waar aannemen) en toch geen ondernemer zijn of worden. Laat staan een succesvolle ondernemer.
- Er zijn genoeg ondernemers die gewoon denken zoals de meeste mensen denken en dus vertrekken vanuit ‘common wisdom’ of boerenwijsheid. Het zijn ondernemers die succesvol zijn in een bekende business waar het niet zozeer gaat om innovatie maar meer om iets gewoon goed (of snel, of goedkoop, of vriendelijk, of betrouwbaar, of klantgericht) doen.
Voor mijn tweede en meer uitgebreide antwoord pak ik terug op de serie over ondernemerschap die we een paar jaar geleden hier hebben geschreven.
Ondernemerschap volgens SL
De serie blogs van destijds heeft Stijn als volgt samengevat en gevisualiseerd:
We zien duidelijk de parallel met het verhaal van WBW. Het begint bij een wens om iets te willen bereiken. Dat is hierboven ‘Drive’ aan de linkerkant van het plaatje. Bij WBW was dat WANT. Aan de andere kant van het spectrum staat hierboven DOEL. Bij WBW was dat REALITY of misschien eerder nog GOAL SELECTION. Het pad dat je moet bewandelen om van links naar rechts te gaan, van wens naar realisatie, van hoe het nu is naar hoe het zodadelijk is, is de strategie. In het plaatje hierboven is de strategie beschreven met de kreet ‘ondernemen is een middel’.
Een paar overwegingen:
- WBW legt de nadruk op de eigenschap van een ondernemer om veel voor mogelijk te houden. De rechterkant is als het ware groot waardoor een hoog doel kan worden gesteld (of kan worden gekozen uit een grote verzameling). Mijn verwondering bij veel ondernemers ligt juist aan de linkerkant van het spectrum. Wat maakt het dat die ondernemer zo veel energie wil stoppen in het doel dat hij voor zichzelf heeft gesteld? Waar komt die drive vandaan? Dat is veel meer een raadsel dan dat je de wetenschappelijke methode toepast. Is het niet veel logischer om te denken dat er heel veel mogelijk is maar vervolgens genoegen te nemen met wat er nu (al dan niet beperkt) is? Op een platte aarde leven: dat kan prima ook al weet ik dat het ook best zou kunnen dat ie rond is. Kortom: ik kom niet in actie alleen door het feit dat ik overal vragen bij stel en mijn voorraad doelen en mogelijkheden kan uitbreiden. Ik kom pas in actie als ik een vurige wens heb van binnenuit om iets te bereiken, iets te veranderen, iets in gang te zetten.
- WBW legt bij de strategie de nadruk op ‘from scratch iets opbouwen’. Hierboven in het lichtblauwe deel is de strategie niet zozeer een strategie maar eerder een aantal voorwaarden waar aan voldaan moet zijn om tot succesvol ondernemen te komen. Die voorwaarden hebben we afgeleid uit wat daar in de psychologie over wordt geschreven. Je kunt het lichtblauwe deel (de noodzakelijk voorwaarden voor succes) zien als een matrix met vier kwadranten. De bovenste twee kwadranten staan voor de interne kant van het ondernemerschap, de onderste twee voor de externe kant van het ondernemerschap.
- De bovenste twee kwadranten: hier gaat het over de eigenschappen die je als ondernemer moet hebben. Opvallend daar is bijvoorbeeld de eigenschap ‘gebruik maken van de omstandigheden die zich voordoen’. Een ondernemer (zo lezen wij het beeld dat toen ontstond) is juist goed als hij pragmatisch of opportunistisch kan meepakken wat zich spontaan aan hem voordoet. Over het systematisch doorvragen als eigenschap: in de geschiedenis zie je meerdere voorbeelden van uitvinders die jarenlang aan een vinding werken waarbij een handige ondernemer er uiteindelijk met de vinding vandoor gaat. Misschien is de verklaring van WBW er eerder een van een filosoof of uitvinder of (praktisch ingestelde) wetenschapper maar niet een van een ondernemer. Zo’n ondernemer laat misschien een ander liever het tegendenkwerk uitvoeren want dat is immers relatief tijdrovend en kostbaar. Beter goed gejat dus.
- De onderste twee kwadranten: hier gaat het om de buitenkant (de omstandigheden, de wereld om hem heen) van de ondernemer. Enerzijds is er een plek nodig die veiligheid biedt (de thuisbasis), anderzijds speelt domweg het toeval of het geluk een grote rol. Er zijn vele duizenden mensen die alles in zich hebben om een goede ondernemer te worden maar niet op het juiste moment op de juiste plek waren. Het is met name Talebgeweest met zijn ‘Zwarte zwanen’ die ons heeft gewezen op het niet willen zien van deze toevalscomponent. Daarom ook is ondernemen vaak een mythisch onderwerp waarbij alleen gekeken wordt naar de paar opvallende en succesvolle zaken. Stijn had het er in de vorige blog over ondernemerschap ook even over: in dat boekje over ondernemende ingenieurs (natuurkundige ondernemers) komen alleen de geslaagden aan het woord. Het kijken naar de mislukkingen is blijkbaar niet waar we onze inspiratie vandaan halen, hoewel ik juist daarvan het idee heb veel te kunnen leren.
Ik heb deze ‘mal’ van ondernemerschap gebruikt om nog eens te kijken naar Elon Musk. Vanzelfsprekend puur en alleen op basis van de biografie. Dus met al die beperkingen. Uiteindelijk was ik niet helemaal tevreden met dat plaatje van toen en heb hem iets aangepast. Daarover gaat het volgende stukje.
Aanpassing van de mal
Ik heb vastgehouden aan:
- van start naar finish, van drive of prestatiemotivatie naar droom of stip aan de horizon.
- aan het kwadrant met eigenschappen en voorwaarden voor ondernemerschap.
- met in dat kwadrant boven de interne kant: de persoon van de ondernemer.
- met in dat kwadrant onder de externe kant: de omgeving en de omstandigheden van de ondernemer.
Ik heb alleen wat veranderingen aangebracht in de linkerkant en de rechterkant van het kwadrant. Links heb ik nu de basis genoemd, rechts de schil. Het ene is de harde kern, het andere wat daarom heen speelt of heeft gespeeld. Het ene kun je tot op zekere hoogte kiezen of beïnvloeden, het andere niet of in veel mindere mate.
- Linksboven: dat is wat ik kan of wat ik doe. Het gaat hier om een mengelmoes van eigenschappen, vaardigheden en overtuigingen. Sommige kun je aanleren en verbeteren, andere niet of minder.
- Rechtsboven: dat zijn de zaken die me hebben gevormd. Opvoeding, wat ik heb meegemaakt, wie ik heb leren kennen etc. Helder overigens dat dit vakje van invloed is op het vakje ernaast. Wat ik nu kan en vindt is voor een deel bepaald door mijn opvoeding en wat ik heb meegemaakt.
- Linksonder: dit is waar ik op terug kan vallen, het zijn mijn familie en goede vrienden.
- Rechtsonder: dit is de context en de tijd. Toeval, geluk, op het juiste moment op de juiste plek zijn bij de juiste mensen met de juiste middelen.
Invulling van de mal
Ik heb deze licht aangepaste mal nu ingevuld met de kennis van de eerdere serie blogs over ondernemerschap. Dit zijn dus zaken die bijvoorbeeld terugkomen in redelijk gevalideerde testen voor ondernemerschap (met de kanttekening dat testen in de regel alleen kijken naar de interne kant en dus weinig rekening houden met geluk en toeval).
Eerder in de serie over ondernemerschap constateerde ik al dat er een redelijke mate van consensus is over de karakteristieken van een ondernemer in de bovenste twee kwadranten. De ene test heeft hier wat meer termen staan en de andere wat minder, soms wijkt het woordgebruik iets af, maar grosso modo is dit wel het plaatje. Toch zijn hier wel kanttekeningen bij te plaatsen. Enerzijds zijn het vaak de woorden die je aan de borreltafel tegenkomt en waar je het moeilijk mee oneens kan zijn (zie bijvoorbeeld mijn blogs over Annemarie van Gaal). Dat een goede ondernemer volhardend moet zijn, zelfvertrouwen moet bezitten, kansen moet zien (en pakken) … duh. Minder vaak hoor je in diezelfde discussies zaken als ‘verlies kunnen nemen’ (dus op tijd stoppen, de ellende achter je laten, je fouten erkennen) en opportunistisch zijn (‘ach, ik doe maar wat’). Dat heeft dan weer te maken met dat we ondernemerschap mooier willen maken dan het soms in de praktijk is. Het is mooier om achteraf een succesverhaal te vertellen dan te erkennen dat we toevallig die ene kans hebben gepakt (opportunistisch) die zich toevallig voordeed. Maar ook is het vooral lastig dit soort termen te operationaliseren. Wat verstaan we er precies onder en hoe herkennen of meten we het? Maar dit laten we nu voor wat het is.
Musk in de mal
Nu kunnen we dan eindelijk de informatie uit de biografie van Musk in onze mal ‘plotten’.
We beginnen bij de ‘start to finish’:
- Musk heeft een sterke drive. ‘Elon Musk was here’ is written all over the place. Deze man heeft een flink ego en wil een blijvende indruk achterlaten. In het boek zien we duidelijk passages terug waaruit dit blijkt. Als een artikel over een van zijn bedrijven geen melding maakt van zijn persoonlijke rol en bijdrage gaat hij daarover in discussie om het recht te zetten. Met name zijn exit bij diverse bedrijven heeft tot veel discussie geleid in de media. Hij kon geen mensen aansturen, de belangrijkste ideeën lagen er al en hij heeft het alleen maar overgenomen etc. Hij laat niet na om in uitgebreide epistels zijn kant van de zaak te belichten. Overigens niets mis mee, begrijp me niet verkeerd. Het is juist mijn overtuiging (en verschil met WBW) dat goed ondernemerschap gebaat is bij een groot ego en de behoefte een stempel te drukken.
- Met een groot ego en sterke drive om jezelf te bewijzen ben je er niet. Je kunt dat hebben en toch geen (goede) ondernemer zijn. Het is wel een noodzakelijke (denk ik) voorwaarde maar geen voldoende. Zo zijn er mensen met een sterke drive die de wetenschap in gaan of die kunstenaar worden of … wat niet al. Je bent pas ondernemer als je je ambitie waarmaakt middels ‘een concrete dienst of activiteit aanbieden met voldoende financiële armslag zodat continuïteit is gewaarborgd gedurende een zekere periode’.
- En ook dan ben je er nog niet als je Musk wilt begrijpen. Je kunt een flinke drive of prestatiemotivatie hebben en een dienst willen aanbieden met voldoende continuïteit etc. Je kunt dan een goede ondernemer zijn die daar flink aan verdient of in ieder geval erkenning krijgt voor zijn persoon of persoonlijke bijdrage. Misschien is Hennie van der Most waar ik eerder een blog over schreef een voorbeeld van zo’n ondernemer. Maar dan ben je nog geen Elon Musk. Musk heeft binnen de verzameling ‘ondernemersdoelen’ een hele bijzondere uitgekozen, namelijk het beter maken van de wereld en zelfs het voortbestaan van de mens in het universum garanderen. Het meeste succesvolle ondernemerschap gaat niet over dit soort abstractie of hoogstaande doelen. Musk is zover ik het kan zien een uitzondering in de soort (zonder dat we nog weten waar die zeldzame keuze vandaan komt).
De strategie of de vereisten:
- Als we linksboven kijken naar de benodigde eigenschappen of vaardigheden voor een goede ondernemer dan is mijn conclusie dat Musk (volgens de biografie nogmaals) aan al die eisen voldoet.
- Hij heeft zelfvertrouwen. In het boek zie je meermaals de uitspraak: ‘dat kan ik zelf beter’.
- Hij toont initiatief en toont lef. Toelichting overbodig lijkt me. Hij schrijft zelf mensen aan om stage te mogen lopen. Hij start meerdere nieuwe bedrijven op. Hij weet vooraf niet of het een succes wordt maar dat is voor hem geen reden af te haken.
- Hij ziet kansen. Tijdens zijn studiejaren in de jaren 90 lijkt hij systematisch te scannen welke sectoren nog opgeschud kunnen worden door de inzet van nieuwe (internet-)technologie. Restaurants (Zip2), banken (X.com), ruimtevaart (SpaceX), auto’s (Tesla): het zijn geen toevallige ontdekkingen, vaak gaat er een serieuze voorstudie aan vooraf plus een dosis intuïtie en toeval (waarbij natuurlijk wel geldt dat naarmate je succes hebt, je meer mensen kent, die mensen ook op je afstappen en je zo steeds meer kans hebt tegen enorme kansen aan te lopen, Tesla is daar denk ik een voorbeeld van).
- Musk is autonoom. De indruk die ik na het lezen van de biografie heb is zelfs: extreem autonoom. Niet zelden werken ondernemers in kleine teams of tweetallen (zie eerdere blogs) ondanks dat ze autonoom zijn in hun beslissingen. Bij Musk is daar nauwelijks sprake van. Hij werkt wel samen met mensen maar meer dan normaal wordt er (meestal dwingend) op zijn kompas gevaren. Als het pad te veel afwijkt van zijn eigen gewenste koers dan neemt hij corrigerende maatregelen (hij vertrekt zelf, ontslaat iemand etc). Heel opmerkelijk vind ik het feit dat Musk meerdere malen heeft afgezien van verkoop van een van zijn bedrijven. Ook in situaties waarin dat heel makkelijk of nodig was. Het argument was steeds: andere eigenaren gaan zich met mijn koers bemoeien, ik ben dan de regie kwijt over de zaken die er voor mij echt toe doen. De keren dat hij wél heeft verkocht waren juist een bijdrage aan het realiseren van zijn grotere doel: eindelijk het geld en de vrijheid krijgen om fysieke producten te maken die de wereld verbeteren (en niet beperkt te blijven tot software of gadgets). Hiermee is nogmaals duidelijk dat rijk worden sec niet het doel van deze ondernemer is: geld is een middel (tot zelfrealisatie en/of wereldfverbetering).
- Volhardend: Musk geeft niet makkelijk op. Bij de aanvang van zijn carrière lijkt het relatief makkelijk te gaan, maar zeker bij SpaceX had het vele malen tot een faillissement kunnen komen en heeft Musk nagenoeg alle eigen geld en andere waardevolle zaken opgegeven om zijn doel te kunnen halen.
- Opportunistisch: Musk maakt optimaal gebruik van wat zich in zijn omgeving aandient. Hij zoekt de voordelen van de opkomst van internet, hij trekt zelf naar de plaats waar het te doen is, hij gaat op zoek naar invloedrijke mensen die hem kunnen helpen.
- Netwerker en verkoper: hij gaat zelf de boer op, is begonnen met simpel canvassen, is aanwezig waar hij aanwezig moet zijn om tot meer succes te komen.
- Verlies nemen: deze is wat lastiger. Kan Musk zijn verlies nemen? Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten, hij is er nog en wordt algemeen als succesvol gezien. Maar hij is een aantal keren financieel op het allerlaatste moment gered, zeker ook door toeval of geluk. Was het anders gelopen dan hadden we nu gezegd dat hij niet op tijd kon stoppen (en hadden we ook de biografie niet gehad overigens). Maar toch, Musk heeft juist als eigenschap dat hij naast een doorbraakidee ook zicht heeft op de financiële aspecten van zijn plannen. Dit is iets wat juist onderzoekers en wetenschappers vaak ontberen. Musk blijft aan zijn einddoelen vasthouden maar past zijn tussentijdse strategie vrij makkelijk aan aan de omstandigheden en dat zie ik ook als een teken van verlies kunnen nemen.
- Een eigenschap die niet in de rijtje staat maar er volgens mij wel moet staan: sober kunnen leven. Dit is een boeiende. Vaak gaat het ondernemers om succes en ook vaak om rijkdom en uitstraling naar buiten (ook over pure passie trouwens, maar ondernemerschap legt juist een koppeling tussen passie en een renderende business case). Maar soms is het nodig om tussentijds zware offers te brengen en dat betekent soms helemaal terug naar de basis, afzien van alle luxe. Bij Musk zie je in ieder geval dat ie vele jaren op een soort bestaansminimum leeft (alle geld gaat naar het bedrijf), hij slaapt onder zijn bureau, heeft geen vaste verblijfplaats etc.
- Nog een eigenschap die niet in de rijtjes staat maar die er misschien toch in thuis hoort? Elon Musk wordt niet gezien als een plezierig persoon in de omgang. Plat gezegd zou je kunnen zeggen dat hij over lijken gaat. Het doel heiligt de middelen. Meest schrijnende voorbeeld is de naaste medewerker (persoonlijke assistent) die 20 jaar voor hem werkt, dag en nacht, en dan vraagt om een loonsverhoging. ‘Ga jij maar eens een paar weken er tussen uit, gaan we kijken hoe het zonder jou lukt’. En het lukte zonder haar, ze hoefde niet meer terug te komen. Misschien is het voor succes in deze betekenis wel nodig dat je een enorme eikel bent? Musk zelf ziet dat overigens anders. Het einddoel is zo belangrijk en zo goed voor de mensheid als geheel dat je niet moeilijk moet doen over een paar spaanders die onderweg vallen. Waar gehakt wordt vallen spaanders.
- Nog eentje waar te weinig over wordt gesproken: je moet voor al deze heisa een enorme hoeveelheid energie hebben. Dus je fysieke gesteldheid is van enorm belang (lijkt mij). Zoiets simpels is nu eenmaal niet iedereen gegeven voor langere tijd.
- We gaan naar rechtsboven:
- Hier gaat het om de opvoeding en specifieke gebeurtenissen. Standaard wordt het als een pre gezien dat een ondernemer uit een ‘ondernemersmilieu’ komt. Dat betekent dat ‘het ondernemen in het bloed zit’, het wordt met de paplepel in gegoten. Een neus voor zaken krijg je door veel hierover te horen en zien in je omgeving. Je familie en vrienden praten over kansen en geld verdienen en zo ga jij dat ook leren en overnemen (is de gedachte). Bij Musk is dat eigenlijk niet aan de orde. Zijn broer heeft een tijdje samen met hem in een bedrijf gezeten, maar de causaliteit ligt toch andersom (Musk was de trekker). De familie geeft weinig houvast als het gaat om (financieel) ondernemerschap.
- Er zijn wel veel elementen in de biografie waaruit je zou kunnen afleiden dat Musk sterk is gevormd door zijn opvoeding en ervaringen in zijn jeugd.
- Zijn opa trok de wereld rond, had een klein eigen vliegtuigje etc. Wat mij opvalt is dat deze verhalen steeds terug komen. Eigenlijk is het daarmee minder relevant of die opa ook daadwerkelijk zo bijzonder was. Waar het om gaat is dat de opa een mythische figuur met voorbeeldwerking is geworden. Iemand die zijn eigen gang ging, zijn eigen koers vaarde, opvallende dingen deed. Overigens komt de opa op mij over als een ondernemende kunstenaar, misschien iemand die de wereld een beetje veranderde, maar zeker niet met een business case.
- Als kind las Elon veel, ging helemaal op in de techniek en de sciencefiction verhalen. Hij trok zich terug in zijn eigen wereld. Musk heeft volgens de biografie de kracht om nog niet bestaande werelden te kunnen verbeelden. Hij heeft het plaatje beeldend in zijn hoofd en hoeft daar maar naar toe te werken.
- De drang om zichzelf te bewijzen kan ook te maken hebben met een wat minder gelukkige jeugd. Gepest worden op school, scheiding van de ouders, op jezelf aangewezen zijn. Ik ga hier niet de psycholoog uithangen maar in de biografie staan veel uitspraken van Musk die aan deze jeugdsituatie refereren.
- Naar linksonder:
- De stabiele thuisbasis die volgens psychologen onderdeel is van succesvol ondernemerschap. Je kunt je verlies pas nemen (en je fouten erkennen) als je een groep hebt die je onvoorwaardelijke liefde geeft en waar je altijd op terug kunt vallen. Los of dit waar is (en hoe dat te meten), heb ik de indruk dat Musk ook hier niet in het plaatje past. De thuisbasis is niet stabiel, noch in zijn jeugd noch in zijn situatie als volwassene. Eigenlijk heeft Musk geen privé-leven. Hij is altijd aan het werk of met werk bezig. Hij geeft ook vaker aan dat zijn werk belangrijker is dan zijn relatie(s).
- Dan rechtsonder tenslotte:
- Hier hebben we al het nodige over gezegd.
- Wat was er gebeurd als Musk in de middeleeuwen had geleefd (en wel dezelfde opvoeding had gehad)?
- Wat als hij 20 of 30 jaar eerder was geboren en niet de opkomst van internet op een jeugdige leeftijd had meegemaakt?
- Wat als hij niet naar de VS was vertrokken (met de kanttekening dat hij daar heel bewust voor heeft gekozen)? Of als hij geen toestemming had gekregen aldaar te verblijven?
- Wat als niet toevallig (?) een concurrent met hetzelfde product bezig was en er behoefte was aan een fusie?
- We weten natuurlijk het antwoord op deze vragen niet. Het zou prima kunnen dat er dan andere succesvolle dromen zouden zijn waargemaakt, wie zal het zeggen. Maar hoe dan ook, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat simpel toeval en geluk een flinke rol hebben gespeeld.
Samenvattend
Wat heb ik geleerd over deze zoektocht naar ondernemerschap en Musk?
- Dat ook ik lange blogs kan maken. Ik kan qua lengte nog niet aan WBW tippen natuurlijk.
- Ondernemerschap is en blijft een boeiend onderwerp. Ik vind nog steeds dat wij (en met ‘wij’ bedoel ik niet alleen Stijn en mijzelf, maar men in het algemeen) te weinig weten over ondernemerschap. En omdat ondernemerschap zo’n belangrijke rol speelt in onze maatschappij is dat lastig te verteren.
- Elon Musk is een boeiend persoon en voor mij inderdaad een voorbeeld van uitzonderlijk ondernemerschap. Ik moet op de bronnen afgaan, maar het beeld dat ontstaat is vrij consistent over de diverse bronnen heen.
- Musk is daarmee geen gemiddelde ondernemer. Hij is juist de uitzondering op de regel. Met name het hogere doel om de wereld te veranderen is zeldzaam. We moeten dus niet de fout maken: – Musk is een mooi voorbeeld van ondernemerschap, – Musk is een ondernemer, – dus hebben we meer ondernemers nodig. Dat is nu juist die mythevorming. Veel ondernemerschap is helemaal niet zo mooi (voor de mensheid) omdat er veel plattere doelen aan ten grondslag liggen (nogmaals, niks mis met platte doelen, maar niet de illusie hebben dat ondernemers de oplossing voor al onze problemen zijn). En ook moeten we niet vergeten dat ondernemerschap ook gepaard gaat met vele mislukkingen die niet worden beschreven en gepaard kan gaan met negatieve bijeffecten (niet alleen voor de ondernemer in kwestie, maar ook voor zijn omgeving).
- De verklaring van WBW voor het succes van Elon Musk vind ik te beperkt. Het is een onderdeel van het succes van Musk maar niet het belangrijkste onderdeel (dat is volgens mij de unieke drive in combinatie met een aantal eigenschappen en overtuigingen). Voor succesvol ondernemerschap in zijn algemeenheid is de verklaring van WBW zelfs helemaal niet zo belangrijk. Er zijn vele succesvolle ondernemers die helemaal niet zo’n wetenschappelijke doorvraag houding hebben. Nu ik dat zo zeg: ik denk eigenlijk dat zo’n doorvraag houding flink in de weg kan zitten om ‘het te maken’. Het is anders: je moet een gevoel of intuïtie hebben wánneer je moet doorvragen en wanneer niet (meestal niet, een enkele keer wel).
- De mal of sjabloon die we eerder hadden gemaakt op basis van een aantal blogs over ondernemerschap is wat aangepast. Ik zeg niet dat hij compleet of volledig is, maar ik heb voor het eerst het gevoel dat ik de belangrijkste elementen uit de biografie een logische plek kan geven. Het geeft mij in ieder geval het idee dat ik Musk (en zijn ondernemerschap) iets beter kan ‘pakken’. Ik ga zeker in de gaten houden of ik een volgende testcase kan vinden waarbij ik de mal nog een keer ga invullen om te kijken wat dat me oplevert.
Rudy van Stratum

Briljante businessmodellen in finance
Jeroen Geelhoed Jeroen Kemperman (2015)
Vooraf: onderstaand is een boekbespreking van ‘Briljante businessmodellen in finance’ van Kemperman ea. Het is oorspronkelijk geschreven voor managementboek.nl en aldaar ook op de site vindbaar.
Zo’n bespreking is onvermijdelijk beperkt in aantal woorden. Dit boek nodigt uit tot nog een reflectie. Die zal ik in een apart blog hierna nog uitschrijven.
Dit is de verborgen tekst die zichtbaar wordt na klikken.
Vooraf: onderstaand is een boekbespreking van ‘Briljante businessmodellen in finance’ van Kemperman ea. Het is oorspronkelijk geschreven voor managementboek.nl en aldaar ook op de site vindbaar.
Zo’n bespreking is onvermijdelijk beperkt in aantal woorden. Dit boek nodigt uit tot nog een reflectie. Die zal ik in een apart blog hierna nog uitschrijven.
Dit boek kun je lezen als het complement van de bestseller Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk. Misschien zijn de getoonde inzichten van Briljante business-modellen in finance nog wel belangrijker.
Van Luyendijk begrijpen we dat bonussen met onverantwoorde risico’s nog steeds troef zijn in de financiële wereld. Auteurs Kemperman, Geelhoed en Op ’t Hoog laten zien hoe bankieren en verzekeren (we kunnen het ons bijna niet meer voorstellen) wel degelijk anders kan. Een gemiste kans dus dat Briljante businessmodellen in finance niet refereert aan het recente standaardwerk van Joris Luyendijk. Laat ik met de deur in huis vallen: Briljante businessmodellen in finance is een boek dat ik met heel veel plezier heb gelezen en een boek dat op een aantal punten uitzonderlijk is. Voordat ik die persoonlijk mening toelicht iets meer over het boek zelf.
Bankieren en verzekeren moet echt anders. Waarom? Omdat het hier gaat om een belangrijk maatschappelijke functie die al langere tijd niet meer goed functioneert. Er is op grote schaal een gebrek aan vertrouwen in de financiële sector en bovendien is de kans dat het nog een keer flink fout gaat fors. De auteurs maken een onderscheid in een viertal bankiersdiensten (betalen, sparen, lenen, investeren) en een tweetal verzekeringsdiensten (normale risico’s verzekeren, bijzondere risico’s verzekeren). Per dienst behandelt het boek drie ‘briljante organisaties’: eentje uit het verleden, eentje uit het heden en eentje ‘uit de toekomst’. Daarom is de kern van dit boek een verzameling van achttien (zes diensten maal drie briljante voorbeelden) cases in uitzonderlijk bankieren en verzekeren.
Maar dat is niet alles. De achttien cases worden allemaal in hetzelfde ‘format’ besproken. Dit format heeft veel weg van het bekende ‘Business Model Canvas’. Zo tekenen zich vanzelf patronen af die blijkbaar iets zeggen over succesvol bankieren. Dit boek is overigens niet geschreven door Kemperman, Geelhoed en Op ’t Hoog alleen: het boek is geschreven door een crowd van auteurs. Ondanks (of dankzij?) deze veelheid van auteurs leest het boek als een thriller (nu overdrijf ik wel iets) omdat het wemelt van de praktijkvoorbeelden én omdat de schrijvers erin slagen complexe financiële principes simpel uit te leggen. Een verademing, niet alleen voor leken, zelfs voor ingewijden wat mij betreft. Dit boek slaagt er ook in met echt verfrissende cases te komen. Ver weg van huis: heeft u wel eens gehoord van MIT GHAMR of van UMPQUA Bank? Dichtbij huis: bent u bekend met de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Centraal Beheer? Of met die van het Pensioenfonds Rotterdamse Roeiers dat in al haar eenvoud al zo’n 100 jaar functioneert als een modern ‘broodfonds’?
Nu bent u natuurlijk benieuwd naar wat bankieren (en verzekeren) briljant maakt? Als ik dat lijstje succesfactoren hier ga opsommen dan doe ik geen recht aan de rijkheid van het boek. Maar om teleurstellingen te voorkomen: de succesfactoren zouden u en ik ook op een achternamiddag kunnen verzinnen. Een bankier moet een sterke visie en drive hebben (start, fase 1 in het format), moet in staat zijn dat om te zetten in een excellente bedrijfsvoering (middenstuk, fase 2) en dat vooral heel lang en consistent weten vol te houden (slotstuk, fase 3). Opvallende lessen uit dit boek zijn dat lange termijn succesvolle organisaties nooit puur op aandeelhouderswaarde of financieel rendement draaien, dat een aantal succesvolle spelers door overheden zijn opgericht en dat het bij de meeste ‘briljanten’ draait om idealisme, integriteit en écht vertrouwen. Juist bij financiële diensten draait alles om vertrouwen en maatschappelijk draagvlak. Maar zoals gezegd: dat vermoeden hadden we al.
De vraag die zich nu onvermijdelijk opdringt is: als dit dan de succesfactoren zijn, waarom zien we dan zo ongelooflijk veel van het tegendeel om ons heen? Dat komt door de helaas wat minder uitgewerkte fase 4: onvermijdelijk lijkt elke organisatie in deze sector ten prooi te vallen aan hebzucht, gemakzucht en onvoldoende veerkracht en zelfreiniging. Het maatschappelijk fundament waarop de organisaties hun ‘ding kunnen doen’ lijkt onderaan het lijstje prioriteiten te bungelen. Dan maar een kortlevende en minder briljante organisatie: zolang ik mijn zakken maar heb gevuld en diezelfde maatschappij voor de schade opdraait. En dit wist ik overigens ook niet: in 1673 werd de frauderende boekhouder Rutger Vlieck op de Dam tegenover het pand van zijn werkgever ‘De Amsterdamse Wisselbank’ onthoofd. ‘Mede gezien het grote belang van het goede vertrouwen, werden zondaars hard en zichtbaar gestraft’.

De grootste show op aarde
Koen Haegens (2015)
Met veel plezier heb ik de afgelopen dagen gelezen in het nieuwe boek van Koen Haegens: De grootste show op aarde (de mythe van de markteconomie). Ik zal het boek hier (op mijn manier, dus inclusief een interpretatie hier en daar) bespreken.
Algemeen: het is een boek dat mooi past in deze tijdsgeest van economische crisis die nog steeds aanhoudt sinds 2008. Het leest plezierig en behandelt de materie op een originele en inspirerende manier. Gewoon lezen dus.
Mindmap ‘De grootste show op aarde’
Ik heb een mindmap gemaakt van hoe ik de kern van het boek zie en wat ik eruit haal. Dus dit spoort (helemaal) niet met de inhoudsopgave van Haegens zelf.
Om welke vragen gaat het in dit boek?
- Wat is eigenlijk het probleem?
- Hoe (wanneer, waarom) is dit een probleem geworden?
- En dan de oplossing of hoe het dan wél moet (of zit).
De laatste arm van de mindmap heb ik ‘een beetje van Maggi’ (en een beetje van mezelf) genoemd. In de volgende blog (deel 2) reflecteer ik verder op het boek en wordt het (nog) meer mijn feestje. Maar laten we eerst de auteur en zijn boek volgen.
Wat is het probleem?
Ik moet zeggen: nu ik dit boek heb gelezen luister ik nog weer anders naar de radio. Gister zat ik in de auto en er stond een of ander politiek praatprogramma op de achtergrond te draaien. Nu valt het me pas op hoe vaak de uitdrukking ‘de markt zegt dat ..’, ‘de markt reageert met …’ wordt gebruikt. Door iedereen. Door de journalist, door de politicus, door de vakbond, door de leraar. Verbazingwekkend zo vaak. De markt is in dit taalgebruik een soort autonome kracht die boven ons zweeft die van alles voor ons bepaalt. Tja, de markt, niets aan te doen. De belangrijkste boodschap van dit boek is dan ook: dé markt bestaat helemaal niet. Het is een mentaal construct dat te pas en te onpas (bewust en onbewust) wordt gebruikt om van alles te moeten of niet te mogen of niet te kunnen.
Als dat woord ‘markt’ wordt gebruikt dan wordt bedoeld: de vrije markt. Dat is de manier waarop prijzen in een ideale wereld tot stand komen. Er is sprake van volledige informatie en transparantie, iedereen weet wat er te koop is, wie wat wil op welk moment en ‘de markt’ is een mechanisme dat ervoor zorgt dat er precies die prijs tot stand komt die de markt ‘ruimt’. Als de prijs lager zou zijn dan zouden nog meer mensen het product willen kopen maar dan zijn de aanbieders niet meer bereid het product te maken of te leveren. Als de prijs hoger zou zijn dan zijn er te weinig mensen die bereid zijn die prijs te betalen ondanks dat de producenten staan te trappelen het aan te bieden. Niets van dit alles: de prijs is precies goed, vraag en aanbod sluiten perfect op elkaar aan. Het mechanisme hoe dat dan gaat, die coördinatie van al die (potentiële) vraag en aanbod, is grotendeels onbegrepen, ook in de economische wetenschap. Het is een black box: het gebeurt allemaal vliegensvlug en zonder noemenswaardige kosten. Ineens is die beste prijs er, onafhankelijk en objectief. Pats. De metafoor van de veiling en de veilingmeester wordt hier vaak gebruikt.
Er zijn hier meerdere problemen. Op de eerste plaats, en daar gaat het boek van Haegens het meest uitgebreid op in, heeft deze ideale vrije markt nooit bestaan. Dus hij bestaat nu niet en heeft ook in de geschiedenis nooit bestaan. Bij de Egyptenaren werkte de markt zo niet, bij de Romeinen niet, in de middeleeuwen niet en nu zelfs op onze paprikamarkt op de veiling niet. Aan die Nederlandse paprikamarkt wijdt Haegens een heel hoofdstuk. In het algemeen is sprake van: onderlinge afspraken, uitsluiting van partijen, een partij is groter (heeft meer macht) dan de anderen, handjeklap, fraude en ga zo maar door. We komen hier nog op terug.
Dus: de ideale markt bestaat niet. Nou en? Is dat erg? Ja dat is erg omdat het een theoretisch ideaalplaatje is waar voortdurend naar wordt verwezen: niet inmengen, de markt zijn gang laten gaan, zo gaat dat nu eenmaal. Een ideaalplaatje dus dat als legitimatie dient: het is nu eenmaal niet anders, er is geen alternatief. En dat terwijl er wel degelijk alternatieven zijn, sterker nog: die zien we ook volop om ons heen, elke dag. Maar ook daarover later meer.
Maar het is nog erger dan dat het ideaalbeeld als een soort geloof of ideologie werkt. Kenmerk van een ideologie is (onder andere) dat er geen vragen worden gesteld, het is een onomstotelijke waarheid. Nu zou je kunnen denken: prima, je bent vrij om te geloven (of aan te nemen) wat je zelf wilt. Maar daar houdt het natuurlijk niet op. Op het moment dat het taalgebruik (op de radio en in de kranten, zie hierboven) samenvalt met de ideologie en het virus zich in je brein vast nestelt: dan wordt het handelen (je gedrag, de politiek, het beleid) ook anders. Zo hebben economen al meer dan honderd jaar vooral aandacht voor het ‘verbeteren’ van de denkmodellen die zich houden aan de wetten van de ideale vrije markt. Andere problemen waar economen zich ook mee bezig zouden kunnen houden (armoede, machtsconcentraties, fraude, ga zo maar door) krijgen daardoor minder aandacht. En door de vele wetenschappelijke publicaties wordt de ideologie nog krachtiger. Hele generaties burgers, studenten, journalisten worden zo beïnvloed en gaan de werkelijkheid naar dat gedachtegoed vormgeven. Regels om banken te controleren worden om die reden afgeschaft of verminderd. Belastingen moeten omlaag want ‘het verstoort de markt’, ‘anders zijn we niet meer concurrerend’. Haegens laat zo zien dat via economen als Smith en Ricardo het denkkader steeds meer wordt ingeperkt. Tot het via Samuelson in de grote lesboeken terecht komt. Die vervolgens worden gelezen door Reagan (en zijn adviseurs), Thatcher etc die vervolgens weer de maatschappij gaan inrichten, hervormen langs diezelfde denklijnen.
Wat is de oorzaak?
Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom zijn er mensen die tot dit gedachtegoed komen en waarom zijn er ook mensen die dit gedachtegoed aannemen en gaan geloven? Deze vraag is (naar mijn mening) niet zo goed uitgewerkt in het boek als het simpele feit dat de ideale markt niet bestaat. Maar ik vind de vraag naar het waarom zeker zo boeiend. Als econoom en voormalig modellenbouwer heb ik me hier ook schuldig aan gemaakt. Een ideale vrije markt is zo mooi om te modelleren. Alles klopt wiskundig zo mooi, het loopt allemaal netjes ‘rond’. Perfecte markten hebben van zichzelf een soort esthetica, alle lelijke hoekjes zijn weg. En ook hier geldt een zichzelf versterkend effect. Als je als wetenschapper/econoom verder wilt met je carrière dan doe je er verstandig aan ‘to jump on the bandwagon’. Dus met rare verhalen over afwijkende situaties publiceer je niet zo makkelijk in grote internationale tijdschriften. Nog los van dat zo’n afwijkende markt met randjes heel lastig in de verplichte wiskunde is te vatten. Dus je sluit je gewoon aan bij de gangbare mainstream en gaat op detailniveau verfijnen. 1)
Er is een prachtig proefschrift uit de jaren tachtig van Bert Hamminga die een empirisch onderzoek doet naar hoe economen tot hun inzichten en modellen komen. Hij heeft toen een bepaalde ‘stelling’ in de tijd in de literatuur gevolgd (het zogenaamde Stolper-Samuelson theorema) en is gaan turven en meten. Een van de conclusies was destijds: economische wetenschap is waarover economen schrijven en economen schrijven vooral over die dingen waar ‘de grote economen’ (Samuelson dus) in de ‘grote tijdschriften’ (Econometrica etc) over schrijven. Het is dan zaak dicht op die publicatiestroom te gaan zitten en hele kleine wijzigingen door te voeren. Het lijkt op een soort wedstrijdje: kijk mij eens tot dezelfde (neo-klassieke) conclusies komen met nog minder (wiskundige) vooronderstellingen. Wiskunde is een must, want het werken met formules laat zien dat de economische wetenschap net zo strak kan redeneren als de natuurkunde. Hamminga concludeerde daarmee ook: of zo’n inzicht de werkelijkheid helpt (of er een echt probleem ‘van buiten’ wordt opgelost) speelt geen of nauwelijks een rol. Het is een vorm van interne navelstaarderij in combinatie met een wedstrijdje hogere wiskunde.
De reactie van de economen was (zover ik me herinner) zeer terughoudend, misschien wel afwerend. En dan te bedenken dat dit nu juist wél wetenschap is: gewoon kijken, turven, tellen en tot conclusies komen. Met andere woorden: er speelt van alles en nog wat in de naam van wetenschap en vooruitgang. Ik denk dat ik hier dus een nieuwe conclusie à la Haegens aan toe kan voegen: de ideale (economische) wetenschap bestaat niet echt. Zoals er bij echte markten sprake is van handjeklap en onderlinge afspraken, zo is er bij economische wetenschap (in dit voorbeeld van Hamminga althans) sprake van het meeliften op bestaande (abstracte) theorema’s en het kopiëren van wat de grootmeesters doen. Eerder op deze site schreef ik hier al over dit fenomeen.
In het verlengde van esthetica heeft het pure economische denken over vrije markt waarschijnlijk ook een intrinsieke verleidelijkheid. Dus niet alleen voor de economische wetenschappers, maar ook voor burgers en buitenlui. Het lijkt op wat Richard Dawkins een ‘meme’ noemt. Een aantrekkelijke verleidelijke gedachte die zich viraal verspreidt. Denk aan dat populaire popdeuntje
dat je toevallig op de radio hoort en maar niet uit je hoofd wil gaan. De wereld wordt weer hanteerbaar met zo’n concept van perfect werkende markten in je hoofd. Tja, als je niet wordt aangenomen, dan zul je wel te duur zijn. Dan moet je maar zakken met je loon(-eisen), dan word je vanzelf weer aangenomen. Je hoeft het probleem dan ook niet op te lossen, het lost zichzelf op (of niet maar dan ligt het gewoon aan jezelf). Afijn, dit staat niet te lezen in Haegens boek (net zomin als het argument van Hamminga) dus …
… terug naar de kern van het boek van Haegens. En dat vind ik een interessante. Ik maak het nu wat groter dan te lezen is bij Haegens maar de belangrijkste reden waarom we nu allemaal in ideale markten lijken te geloven heeft te maken met een groots complot van kapitalisten. En nee, Haegens nuanceert dit terecht, het is niet zo dat een aantal lieden ergens bij elkaar zijn gaan zitten om dit idee uit te broeden. Maar toch. Haegens begint zijn verhaal bij de reis van de Fransman De Tocqueville door de prille Verenigde Staten (zeg maar toen de migranten nog in gesprek waren met de Indianen). Er zat vrijheid en democratie in de lucht. Er was iets groters gaande waarbij het gewoon onderdrukken van de massa niet langer meer zou werken. Eigenaren (van kapitaal, van slaven) zaten niet te wachten op het afstaan van hun geld en macht. Democratie kon wel eens fout voor hen aflopen. Er moest dus iets komen dat de vrijheid van handelen in stand hield en bemoeizucht (van de massa, van de politiek) tegen ging. Geleidelijk aan is toen dat verleidelijke idee ‘in het leven geroepen’ en steeds verder verfijnd in de collectieve exercitie van economen, filosofen en zo verder. Waarschijnlijk valt er ook nog een linkje te leggen naar de nieuwe inzichten uit de biologie van Darwin. Als je de markt zijn gang laat gaan dan komt het beste boven drijven. Helemaal vanzelf, zonder iets te doen, zo is de natuur nu eenmaal. En als het beste boven komt drijven dan wordt uiteindelijk iedereen daar beter van. Het zogenaamde ‘trickle-down’ effect (de welvaart van de rijken sijpelt door naar beneden). Laat de markt nu maar zijn werk doen. Bemoeizucht van de overheid met regels houden de goede initiatieven maar tegen en leiden tot ‘verstoringen’ en ‘imperfecties’. Greed is juist good! 2) Een geniale vondst, een loterij zonder nieten, iedereen beter af, wat wil je nog meer.
Hieronder draaf ik iets door door het in een plaatje te zetten. Ik maak gebruik van de gelegenheid (weer niet te vinden in Haegens, mag je dit nog een boekbespreking noemen?) om nog een geniale list uit de geschiedenis van de rijken aan dit verhaal te koppelen. Eerder schreef ik over een geweldig artikel van (ook een beroemdheid) econoom Mancur Olson. Olson spreekt over de ‘roving’ en de ‘stationary bandits’. Dit is echt geschiedenis in ferme stappen snel thuis. Vroeger had je plunderaars die van dorp naar dorp vrouwen verkrachtten, de zaak leeg roofden en de boel af fikten. Best een hoop gedoe, elke keer maar weer opnieuw ten strijde trekken en het risico lopen dat je zelf ook manschappen verliest. Al die onrust en onzekerheid! Dus op enig moment kwam er iemand van de plunderaars op het geniale plan gewoon ergens te blijven. Maar hoe dan aan inkomsten te komen zonder er zelf iets voor te hoeven doen? Nou simpel, je zegt gewoon dat alle grond hier van jou is, je verzint de constructie ‘eigendom’. Maar je bent de kwaadste niet dus de (bestaande) boeren mogen hun ding op jouw land blijven doen maar dan moeten ze wel elk jaar 10% van hun oogst afstaan. Afstaan aan jou als eigenaar en in ruil bescherm je ze voor kwade invallers (die plunderaars van vroeger, weet je wel). En ook hier geldt: men gaat vanzelf in dat idee en die nieuwe werkelijkheid geloven. Eigendom is heel natuurlijk en vanzelfsprekend. Sterker nog: je noemt jezelf als eigenaar hertog, prins, graaf of koning, jij staat ook dichter bij God dan de massa en gaat het na een tijdje zelfs geloven. Het geweldige (vind ik) van het artikel van Olson is dat hij deze overgang van reizende naar ‘blijvende’ plunderaars vertaalt in een slimme micro-economische aanpak, Olson ‘framet’ het in termen van een economische optimalisatie.
Dus na de list van het eigendom kwam de list van de vrije markt. In beide gevallen gaat het om een bedenksel of een construct dat specifieke belangen dient. In beide gevallen zijn de bedenksels een eigen leven gaan leiden en zijn fundamentele discussies daar over niet meer aan de orde en wordt de werkelijkheid naar de ideeën vorm gegeven (en worden andere ook mogelijke werkelijkheden uitgesloten). Of het zo gegaan is weet ik natuurlijk niet. Ik baseer me in wezen op Olson en Haegens 🙂 . Don’t shoot the messenger.
Conclusies
Tijd voor de conclusies van het boek. De belangrijkste hadden we al: de ideale vrije markt bestaat niet (nu niet, nooit niet), het is slechts een bedenksel, een mentaal construct. In het echt werken ‘markten’ op andere manieren. Maar het gaat verder, zo blijkt uit de historische verkenning van Haegens. Markten (ook niet de ‘imperfecte’) ontstaan in de regel niet vanzelf door spontane interacties van handelende lieden. En als ze al vanzelf ontstaan dan is het in de regel een zooitje, een chaos, een druk en inefficiënt gedoetje op een fysieke (markt-)locatie. Het is nog weer sterker: markten ontstaan alleen via interventies en regels van bovenaf. Juist de neiging om de zaken te willen regelen (ingrijpen, vaak door de staat) creëert goed werkende markten. De staat gaat met andere woorden aan de markt vooraf. Beiden hebben elkaar nodig. Markt of overheid is dus een schijn dilemma, het is altijd markt én overheid. Haegens geeft een keur aan voorbeelden uit de geschiedenis waarmee deze stelling wordt onderbouwd.
Ook mooi aan dit boek is dat het positief eindigt en perspectief biedt. Je zou kunnen denken: de ideale markt bestaat niet, het is een list van kapitalisten en wij trappen er in en omdat het zo verleidelijk is moeten we er ook wel in trappen. Pech, deal with it, zorg dat je zelf een kapitalist wordt of zo. Of organiseer een revolutie, zoals daar ook historische voorbeelden van zijn. Maar nee, gelukkig eindigt het boek niet zo. De markten zoals die in de kranten en op de radio bedoeld worden, dat is maar een klein stukje van onze werkelijkheid. Een markt is een metafoor voor een zogenaamd coördinatiemechanisme. Zo’n mechanisme beschrijft langs welke lijnen we onderling met elkaar interacteren. Ruil (van goederen tegen geld) is maar een bepaalde vorm van interactie. Er zijn vele vormen van coördinatie en interactie. Gewoon om ons heen, dagelijks. Haegens beschrijft een gemiddelde dag uit zijn leven en laat zien welke ‘coördinaties’ zo op zijn pad komen.
Er is uitruil (verkeerd woord!) tussen man en vrouw, tussen jou en je gezin, tussen jou en je collega en ga zo maar door. Er is sprake van liefde, van vrijwilligerswerk etc. Het gevaar van de ideologie van de markten is dat alle interacties worden bezien vanuit de bril van ‘economische uitruil’, dat de taal ons als het ware dwingt in dat schaarste discours. Dat is vermoedelijk wat Jesse Klaver met ‘economisering’ bedoelt (boek niet gelezen nog overigens). We zien dat al decennia om ons heen en economen en consultants dragen daar flink aan bij. Alles is een markt en in een markt heb je diensten en consumenten. Een (zieke) patiënt is dus een consument met een vraag en jij moet daar als aanbieder (zorgverlener) een passende propositie bij maken die marktconform is. Mag ik een teiltje? Ik merk in dit kielzog nog maar eens op dat we het effect van leren werken met het zogenaamde ‘canvas-model’ aan hele generaties jongelingen ook niet moeten onderschatten.
Ik ga in de volgende blog deze zaak iets nuanceren. Er is mooi economisch werk gedaan waarin met de bril van schaarste en markt naar andere vormen van interacties tussen mensen wordt gekeken. Ik denk dat dat tot nieuwe verfrissende inzichten kan leiden en heeft geleid. Ik denk dan aan het werk van bijvoorbeeld Gary Becker die zo’n beetje de hele wereld vanuit dit paradigma kon beschrijven. Fysiek aantrekkelijke mensen hebben op de ‘huwelijksmarkt’ dan ook meer kans op een goede ‘match’ met een rijke of eveneens fysiek aantrekkelijke partner. De ‘zoektocht’ gaat dan ook door op die markt tot de beste match is bereikt en verder zoeken niet meer loont. We hebben het hier misschien eerder over de ideologie van de ‘homo economicus’. Maar kom ik dus op terug.
Ook iets waar ik nog op terug kom is misschien wel een van de sterkste voorbeelden van een bekende ‘markt’ die anders werkt dan het theorieboekje: de interne markt van bedrijven. Eerder schreef ik hier al over: binnen bedrijven gelden andere wetten dan tussen bedrijven onderling. Binnen bedrijven zijn er (meestal) geen markten die voor evenwicht tussen vraag en aanbod zorgen. Binnen bedrijven wordt druk ingegrepen, gepland en ge- of verboden. Er zijn volop regels, voorschriften, procedures en wat niet al. Een medewerker gaat niet elke dag onderhandelen over zijn salaris, ook al is hij op dat moment wat schaarser dan een paar dagen geleden. Heel apart: hét toonbeeld van efficiëntie, namelijk ‘het bedrijf’, werkt zelf als een kleine staat. Ook hier: ik kom er in de volgende blog op terug.
De positieve boodschap van Haegens is dat je met andere brillen (dan de marktbril) naar onze werkelijkheid kunt kijken. En je ziet dan zoveel meer. Omdat het om een construct gaat, kunnen we dus ook kiezen voor andere constructen. Het begint met dit inzicht en dan kan de discussie over wat we nu werkelijk willen pas goed gevoerd worden. De ideologie van de vrije markt ontneemt ons het zich op wat er nog meer mogelijk is en hoe we het liever of anders zouden willen (inrichten). Ik hoop (waarschijnlijk met Haegens) dat dit boek een bijdrage levert aan die discussie.
Er valt nog zoveel meer over te zeggen, wordt vervolgd.
[/div]

Nieuwe Business Modellen
Jan Jonker (2014)
Vandaag mag ik, zo vlak voor de kerstdagen, een geweldig nieuw boek bespreken. Een boek van Jan Jonker met de titel ‘Nieuwe Business Modellen’ (NBM). Een paar nuanceringen. Geweldig? Jazeker, ik verwelkom elk nieuw boek over deze materie (omdat er nog steeds relatief weinig informatie over het onderwerp beschikbaar is). En jazeker omdat ik er ook een paar nieuwe inzichten uit haal én er ook wel wat op te mekkeren heb. De tweede nuancering: Jan Jonker? Ja, dat is het brein achter dit boek maar het boek is deels geschreven door een grotere groep mensen, dus Jan Jonker als aanjager en (eind-)redacteur.
De opzet van het boek over nieuwe business modellen
Het boek is liggend uitgevoerd in een iets kleiner dan A4-formaat met harde kaft. Het is rijkelijk voorzien van illustraties en kaders die uitleg en voorbeelden geven. De ondertitel is: ‘samen werken aan waardecreatie’. Dat samen werken is hier wel heel letterlijk genomen en maakt het boek of project alleen daarom al uniek. Het tweede deel van het boek is namelijk geschreven door een grotere groep mensen ‘van onderop’ via crowdthinking of crowdwriting. Ergens in 2013 is via een openbare oproep een grotere groep mensen bij elkaar gekomen met de vraag een bijdrage te leveren aan dit boek. Dat schijnt er vrij strak aan toe te zijn gegaan (‘dat we maar niet de illusie hadden helemaal zelf aan de gang te kunnen, aan het kader viel niet te tornen’) en vrij snel besloot een deel van de groep alsnog niet mee te doen.
Het eerste deel bevat dus dat strakkere regievoerende theoretische kader. Dat deel is wel geschreven door Jan Jonker (hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen). Dat kader is niet zomaar bij dit boek geschreven maar heeft zich geleidelijk gevormd in de afgelopen jaren.
De twee delen van het boek, theorie en praktijk, zijn genoemd: ‘bibliotheek’ en ‘werkplaats’.
Deel 1: de theorie of ‘De bibliotheek’
Laat ik maar met de deur in huis vallen. Een flink aantal pagina’sl van deel 1 zijn nodig om ons in de wakker-stand te zetten. Dus vooral hoe erg het nu is en vooral dat het dus anders moet. Onze planeet is eindig, we hebben de grenzen van de groei bereikt en als het zo doorgaat dan gaat het helemaal fout. Ergens vind ik dat jammer. Enerzijds omdat deze diagnose voor veel mensen wel helder is (en voor wie dat niet helder is zal ófwel dit boek niet lezen ófwel sowieso niet overtuigd worden) en anderzijds omdat het mij naar de strot grijpt, ik krijg het gevoel geen kant meer uit te kunnen, het ontneemt een deel van mijn vrijheid in denken.
Het boek heeft daarom ook wel iets van een pleidooi, van een oproep, van een gewenste denkrichting, van mijn part van een ideologie. Dat is best vreemd te lezen van een hoogleraar die bij een universiteit werkt. Die zou op enige afstand mogelijke toekomsten moeten schetsen en voorzien van voor en tegens en meerdere scenario’s ontvouwen zodat wij als intelligente lezers op basis van feiten en eigen afwegingen een oordeel kunnen vellen (en actie kunnen ondernemen). Maar ik geef toe dat dat ook maar een beperkt en wellicht achterhaald idee is van ‘hoogleraar’ en ‘universiteit’. En hou met ten goede: het is niet dat ik de urgentie van het vraagstuk niet herken.
Terug naar de inhoud. We zijn dus niet goed bezig, we putten de aarde uit. Dat komt door ons lineaire systeem van productie. We nemen wat spullen (inputs, grondstoffen), doen daar van alles mee (transformeren de inputs in een fabriek met machines) en krijgen dan bruikbare goederen (outputs) die we kunnen consumeren. En zo begint elke dag weer een nieuwe ronde, alsof er geen einde aan komt. Lineair: de spullen komen nooit terug, maar worden opgemaakt of weggegooid.
Het gaat niet goed omdat de spullen aan de voorkant eindig zijn en een keer opraken (daar is natuurlijk een hele literatuur over, het is lang niet altijd zo, en nog belangrijker: het proces van prijsvorming leidt tot afgedwongen innovatie en substitutie van grondstoffen. Dit boek laat deze beschouwingen bewust achterwege). Dan komt een eerste generatie duurzaamheidsdenken: je kunt het slimmer doen door afval te hergebruiken. Die benadering heet eco-efficiency. Het blijft lineair denken omdat het hergebruik binnen de fabriek plaats vindt. De volgende generatie duurzaamheidsdenkers komt dan met échte recycling over de hele keten heen. Een voorbeeld van dat denken is C2C (cradle to cradle). Dat is geen lineair denken meer maar cyclisch denken. Het gaat dan niet meer om eco-efficiency maar om eco-effectiviteit.
De volgende stap in het duurzaamheidsdenken is volgens mij de kern van de Jonker-school. Voor mij een eye-opener omdat ik er zelf ook te weinig over na heb gedacht. Hoe cyclisch en duurzaam ook, zowel eco-efficiency als eco-effectiviteit blijven gedreven door de bestaande principes van organiseren in markten en gedreven door het maximalieren van de (bedrijfs-) winsten. Het zijn visies die het huidige systeem met de huidige instituten (‘van bovenaf’) als uitgangspunt blijven nemen. En dan kom je tot de constatering dat markten met hun ‘bedrijven’ en hun ‘consumenten’ ook maar een vorm van organisatie zijn. En dus betekent dat dat je ook op andere manieren kunt organiseren (van onderaf, of hoe dan ook op een manier die we nog niet eens hebben bedacht). Die andere manier van organiseren en voortbrengen noemt Jonker ‘eco-innovatie’.
Business model en verdienmodel
Dan wordt het belangrijke onderscheid gemaakt tussen een business-model en een verdienmodel.
Een business-model geeft aan hoe je waarde creëert, op welke manier je dat organiseert, hoe je dat voor elkaar krijgt. Het oude denken (eco-efficiency etc) pakt daarbij dus onze bestaande manier van organiseren via fabrieken, kantoren, markten, winkels, arbeiders, beurzen als vanzelfsprekend uitgangspunt. De nieuwe manier van denken stelt dat je op andere manieren waarde kunt creëren, een andere manier van voortbrengen kunt kiezen. Jonker neemt hier (zover ik kan zien te snel) het uitgangspunt dat die andere manier van voortbrengen en organiseren er eentje is van onderop, er eentje is van samen en collectief (ik denk dat er nog andere manieren van organisatie zijn behalve markt en collectief).
Je hebt dus organiseren van waarde via de markt (oud) en via collectief (nieuw).
Dan heb je nog het begrip verdienmodel. Het verdienmodel zegt iets over hoe je de organisatie of voortbrenging ‘afrekent’ of ‘waardeert’. Wanneer doe je het goed? Wat zijn je criteria? Het oude en niet-duurzame denken hanteert hier een eendimensionale waarde door alleen te kijken naar de Euro’s (het geld). De nieuwe en duurzame(re) manier kiest hier voor een meervoudig waardebegrip en sterker nog (volgens Jonker, ook hier weer een stap te snel) voor een collectief waardebegrip.
Ik heb voor mezelf het volgende kwadrant getekend waar het oude en nieuwe denken in termen van business-model en verdien-model wordt geïllustreerd:
Er valt nog veel meer over te zeggen maar de bespreking loopt nu al uit de hand. De gewenste duurzame richting van Jonker behelst een aantal principes of tendensen zoals:
- van lineair naar circulair
- van uitsluitend (markten) naar inclusief (collectief, zelforganisatie)
- van top-down naar bottom-up
- van alleen geld naar meer dan geld (van eendimensionale naar collectieve waarde)
- van bezit (eigendom) naar toegang (huur, lease, lenen etc)
Nogmaals: of al deze eigenschappen per se (noodgedwongen) horen bij een houdbare toekomst vind ik te voorbarig. Een bekende constructie als Design-Build-Maintain-Finance in de bouw kan het principe van eigenaarschap en markten in stand houden en toch insluiten dat duurzaam wordt georganiseerd en gebouwd (of is er dan nog steeds afwenteling mogelijk? verzin er dan nog een letter bij die die afwenteling ook meeneemt?).
Deel 2: de theorie of ‘de werkplaats’
In dit tweede deel komen dus de praktische handvaten, uitwerkingen en voorbeelden aan bod. Naar mijn mening belooft de titel ‘werkplaats’ meer dan het waar maakt. Er zijn slechts weinig voorbeelden te vinden en die worden qua essentiële werking of principe dan niet voldoende uitgewerkt. Het tweede deel is in mijn ogen dus ook meer filosoferend, tekenend, inspirerend, verkennend van karakter. Misschien doe ik het nu te kort omdat er wel degelijk stappenplannen staan beschreven. Maar die stappenplannen hebben dan het karakter van: eerst moet je een idee hebben, dan moet je een pilot uitvoeren, dan heb je een proof of concept etc. Dergelijke schetsen zijn in mijn ogen te generiek of te ‘waar’ en behoeven verdere uitwerking en verdieping om praktisch bruikbaar te zijn.
Ik haal er een paar voorbeelden uit die ik dan wél concreet vind. Er komen in de nieuwe benadering van Jonker natuurlijk praktische vragen als: hoe moet ik nu vastleggen of meten of we op de goede weg zitten (zeg maar: hoe doe je in de nieuwe wereld wat de huidige slechterikken de boekhouding noemen)?
Bovenstaand zie je een illustratie uit het boek hoe de nieuwe boekhouding er uit kan zien. Zo’n boekhouding kan tot stand komen door elkaar zogenaamde ‘ware facturen’ te sturen. De term was hierboven al te zien in het getekende kwadrant. Een voorbeeld van een ware factuur zoals in het boek te vinden is:
Maar misschien moeten we wel constateren dat het hele idee van boekhouden, vastleggen, factureren niet meer bij de nieuwe situatie past en ons dwingt in niet-duurzame kronkels?
Wij hebben hier op deze site eerder iets ontwikkeld dat een soortgelijk doel diende: inzichtelijk maken wat je nog mist in je boekhouding. Zie hiervoor de serie ‘bepalen van rendement’ in meerdere afleveringen.
Ho ho ho
.. de bespreking is nog niet af. Maar wijkt daarna wezenlijk af van wat er in het boek zelf te vinden is. Ik ga in de volgende aflevering dan ook maar eens een pot denken en verkennen over wat wij nu eigenlijk hebben gedaan de afgelopen jaren. Waar zitten verschillen en overeenkomsten tussen Jonker+crowd en slimme financiering. Want laten we wel zijn: al bijna 4 jaar blogs en artikelen schrijven en dan nergens genoemd worden in dit nieuwe standaardwerk, zelfs niet in een voetnoot … Dat is natuurlijk geen mooi uiteinde van 2014.
Rudy van Stratum
[/div]

Antifragile
Nassim Nicolas Taleb (2013)
Ik ben druk aan het lezen in het boek ‘Antifragiel’ van ‘zwarte-zwanen’-Taleb. Hoe dan ook is het boek een voorbeeld van tegendenken en moet het hier dus meer aandacht krijgen. Ik weet nog niet hoe we dat precies gaan doen.
Er zijn meerdere invalshoeken die nu bij me opkomen (en een link met deze site slimmefinanciering hebben):
- Tegendenken aan de hand van voorbeelden/anekdotes en casuïstiek. Sommige voorbeelden komen meerdere malen terug (steeds in een ander jasje, dat is interessant). Misschien zien we hier wel een patroon?
- De visie die Taleb heeft op economen, op bankiers en op (financiële) modellen (tipje van de sluier: die komen er verdomd slecht vanaf). (over economie op deze site, zie bijvoorbeeld deze blog).
- Visie van Taleb op de moderne maatschappij, de wetenschap, het onderwijs, de verregaande neiging alles te willen organiseren en controleren en te rationaliseren.
- Het gebruik door Taleb van een aantal denkfouten (zoals hier eerder besproken, maar vooral met verwijzing naar het werk van Kahneman).
- De visie van Taleb op ondernemerschap. (over ondernemers op deze site, zie bijvoorbeeld deze blog).
Anekdotes
Ik moet het nog allemaal laten bezinken (en het boek nog uitlezen). Maar om een beeld te geven van wat ik met zo’n anekdote bedoel. Taleb zegt het in een bijzin, zo even terloops: ‘Wat gezond wordt genoemd is meestal ongezond. Eigenlijk net zoiets als ‘sociale netwerken’ die in de regel anti-sociaal zijn en de ‘kennis-economie’ die in de regel onwetend is’.
Dat laatste punt had ik recent al gezien in een artikel in de New-Yorker dat gaat over het valse taalgebruik in economisch jargon (en waarbij de economen er wederom van langs krijgen). Het gaat om taal die bewust wordt ingezet om waar het echt om gaat te verbloemen.
Zo was een hedge-fonds oorspronkelijk bedoeld om risico in te dammen. Je deed een ‘tegentransactie’ om je ‘exposure’ (het risico waaraan je door een andere actie bent bloot gesteld) te laten verdwijnen. In de praktijk betekent ‘hegde-fonds’ inmiddels vooral dat je veel risico loopt en veel geld kan verliezen.
Inflatie, ook zo’n mooi woord en nog een beter voorbeeld. Inflatie betekent eigenlijk dat iets steeds groter wordt. Een ballon die wordt opgeblazen, die heeft last van inflatie. Maar in de praktijk betekent inflatie nu juist het omgekeerde: je geld wordt steeds minder waard.
Krediet, dat betekent eigenlijk dat je iets tegoed hebt. Je hebt krediet bij iemand. Maar ook hier is inmiddels sprake van een omkering. Als je veel krediet bij de bank hebt, dan betekent dat simpelweg dat je veel schuld hebt en in de problemen gaat komen (er hoeft maar iets te gebeuren en …).
(Misschien zou je het toenemend gebruik van het ‘canvas-model’ ook een voorbeeld kunnen noemen van verhullend economisch taalgebruik? Maar zie ook onze eerdere blog over MVO(maatschappelijk verantwoord ondernemen).
Komende weken
De komende weken zal ik de verschillende invalshoeken op het boek van Taleb verder uitwerken. Ik denk dat het de moeite waard is. Taleb is een mooi icoon van hedendaags tegendenken. Dus hoe doet die man dat? Welke aanpak hanteert hij?
Misschien dat we ‘Zwarte zwanen’ er ook weer bij halen. Stijn en ik hadden er destijds al wat infographics van gemaakt maar op de een of andere manier waren we toen niet tevreden en hebben we er niks mee gedaan. Afstoffen die boel dus.
En dat brengt me op …
Tegendenken dus. Meer weten over tegendenken? Bestel dan alvast dat boek waar we mee bezig zijn. En waar we nog wat hulp bij kunnen gebruiken. We hebben een aparte site gemaakt die het boek over ‘De kunst van het tegendenken’ centraal zet.
Rudy van Stratum
PS Met dank aan Guus Hustinx die het boek onder mijn aandacht heeft gebracht
[/div]